Hubertus
Het is Goede Vrijdag in het jaar 683. Een jonge edelman gaat uit jagen. Volkomen in tegenspraak met de kerkleer, dat wel. Het is vrijdag, dan eet je sowieso al geen vlees, en het is ook nog eens vastentijd, dus nee, dan ga je niet jagen.
Hij was 28 jaar, de zoon van de hertog van Aquitanië en hij leidde een werelds leven. Hij kwam aan het Parijse Hof en later in Metz, aan het hof van Pepijn van Herstal (overgrootvader van Karel de Grote). Hij trouwde met Floribanne, maar helaas stierf zij is het kraambed. Hun zoontje Floribert bleef leven. Hij trok zich terug in de Ardennen en wijdde zich aan het jagen. En zo ook op deze Goede Vrijdag.
Hij kwam een bijzonder groot hert op het spoor en ging het met zijn honden opjagen. Toen hij aanlegde om het hert te schieten, draaide het dier zich naar hem toe. Er verscheen een lichtend kruis tussen de geweistangen en het hert sprak hem toe. Hij moest zijn leven beteren en daarvoor moest hij naar Lambertus gaan, de bisschop van Maastricht.
Hij ging in de leer bij Lambertus en werd zelfs zijn opvolger als bisschop van Maastricht. Omdat het daar best onveilig was, verplaatste hij de bisschopszetel naar Luik.
Helene
Zij werd geboren in Essen in Duitsland, als dochter van een industrieel. In het gezin stond het materiële voorop, geld verdienen, zaken doen. Ze werd protestants opgevoed maar had grote moeite met het geloof. Door haar opleiding o.a. aan een kostschool las ze veel, zoals Goethe, Schiller en Lessing en zo stelde ze vragen bij wat haar in de kerk geleerd werd. Uiteindelijk, na veel discussie binnen de familie, deed ze wel belijdenis. Met de zakenpartner van haar vader, zeven jaar ouder dan zij, had ze een klik en in 1888 trouwden ze. Er kwamen vier kinderen en het echtpaar ging in Nederland wonen. Haar man werkte in Rotterdam voor de zaak van haar vader.
Vanaf 1906 volgde ze les in kunst bij kunstkriticus Bremmer en, op zoek naar zingeving, ging zij zich gaandeweg voor kunst interesseren. Vooral het spirituele aan de kunst trok haar aan, zeker nadat ze in Luik over de heilige bisschop en het hert vernam.
Ze ging kunst verzamelen. Haar man bracht het geld in en zij gaf het uit. Maar je kunt maar zoveel stukken in je huis hebben. Dus kwam er de wens voor een museum. In Scheveningen, waar ze woonden, werd hun eigen huis een museum en later kwam er in Den Haag een museum.
Maar het moest anders en groter. Op de Veluwe werd een landgoed aangekocht en daar werd zowel een museum als een jachtslot gebouwd.
De architect en het gebouw
Het jachtslot Sint Hubertus is te bezoeken. Het is nu eigendom van de staat en vandaag is er een bijzondere rondleiding, waarvoor ik een kaartje heb.
In Hoenderloo stap ik uit de bus en loop zo het park in. Het is rustig weer, grijs maar droog, en de herfstbladeren geven wat kleur aan de wandeling.
Net op tijd kom ik op het voorplein en met drie personen mogen we met de gids mee het slot in.
Bouwer is Berlage. Die was tussen 1913 en 1919 in dienst bij haar en haar man.
De plattegrond stelt een hertegewei voor. De enorme toren het kruis. Alles, maar dan ook werkelijk alles in dit slot is speciaal ontworpen.
De stenen (speciaal gebakken hoekstenen!), de tegels, de ornamenten, het glas in lood, de albasten lampen, het glasmozaiek van gerecycled glas, de vloeren en de plafonds, de lichtknopjes en stopcontacten, de meubels en de deuren. Tot en met het stofzuigsysteem waarvan de stopjes in de plinten verstopt zitten.
En kostbaar dat het was! Veel hout is het Indonesische coromandel-hout, van Sulawesi, toen ook al zeer kostbaar. Een kuub eikenhout is ca € 3.000), coromandel is per kuub ruim € 70.000.
Berlage kon hier in dit slot zijn ei kwijt. Het was alles symmetrie wat de klok sloeg, maar hij kreeg niet in alles zijn zin. Symmetrie was hem dan wel heilig, maar Helene vond een dubbele trap te veel van het goede. En een erker, die moest haar zitkamer echt hebben. Woedend moet Berlage geweest zijn en hij heeft uiteindelijk de handdoek in de ring gegooid.
De Belgische Henry van der Velde heeft het slot mogen voltooien.
In 1935 werd het gebouw aan de Nederlandse Staat geschonken.
Het bijzondere aan dit gebouw vind ik, dat het ontzettend huiselijk en gezellig aandoet, ondanks alle kunstige architectuur. Je wilt zo wel in de woonkamer gaan zitten, of in de theekamer. En Helene’s kantoor is werkelijk prachtig. De slaapkamer van één van de zoons is fantastisch, met een schitterende badkamer, van alle gemakken voorzien, en een eigen balkon (in de vorm van een kruis). We blijven wel vormvast.
Het museum
Het slot is een kunstwerk op zich, een Gesammtkunstwerk, zoals dat zo mooi heet in het Duits.
Dus was er nog steeds een museum nodig voor alle werken die ze verzameld had. Heel bijzonder was dat ze ook veel moderne werken aanschafte. Ook heel oude werken, maar nog veel meer modernere stukken. En op een gegeven moment werd ze gegrepen door het werk van Van Gogh. Hieronder een citaat uit een van haar brieven.
“Als je je eens zult kunnen verdiepen in het gemoed van iemand, die zóó citroenen heeft kunnen zien en ons vertolken, dan zal je van kunst genieten omdat je er uit voelt, dat er ten spijt van alles iets in de wereld is, waar wij telkens weer naar zoeken en telkens weer ontzag voor moeten hebben.”
Er is een tentoonstelling ingericht waarin de spiritualiteit van Helene de leidraad is. Werken die zij heeft aangekocht, maar ook later werk waarin spiritualiteit een rol speelt. Haar visie blijft leidend voor het aankoopbeleid tot op de dag van vandaag.
In de grijze middag is het aangenaam vertoeven in de licht ingerichte zalen. Prachtige beeldhouwwerken en schilderijen wisselen elkaar af, soms op kunstenaar, soms op thema gerangschikt. Het is genieten van deze werken,
Begrijp ik de spiritualiteit? Soms, soms ook niet. Vind ik het mooi? Niet alles, maar dat hoeft ook niet. Je kunt je ook laten verrassen.
Tot slot
Het slot zou eerst op een andere plaats komen, dan waar het nu staat. Maar de excercities van de Harskamp met hun geknal zorgden er voor dat het kwam waar het nu staat.
Terwijl ik naar het jachtslot loop, knalt het achter elkaar door, dus zo rustig is het er toch niet. Bij het museum is het rustiger. Maar wat staat daar bij de ingang? Een klein model legertank. Iets verder op drie soldaten, van motorhelmen, vuilnisemmers en scharnieren in elkaar gezet.
Ik verlaat het museum met een glimlach, Want de bronzen Meneer Jaques staat als altijd aan het eind (of begin) van het pad aandachtig naar de bomen te kijken. En dat doe ik dan ook maar, op weg naar de bus.




















