De grijze dag ging over in nog grijzere avond. Alsof ik in een wolk fietste. De fijne druppeltjes op mijn bril gaven me wazig zicht, maar de autolampen lieten me sterretjes zien. Dus zonder bril verder. Bij de Lek werd het zicht nog minder en de pont legde als een soort spookschip aan. De wind joeg de mist in flarden over en rond de auto’s. Wat een begin van mijn vakantie!
Eerst maar eens een orgelconcert. Dus thuis snel eten en dan naar de Maartenskerk voor een concert met muziek van Wilhelm Friedeman Bach en Georg Böhm, waarvan een deel aan de grote Bach was toegeschreven. Uiteraard ook muziek van de meester zelf.
De volgende ochtend sta ik vroeg op en is het nog steeds koud en grijs!
Maar wat geeft het? We gaan naar Brussel voor een orgelexcursie, Om 11 uur zijn we in Etterbeek, een dorp in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Vraag me niet hoe, maar ik krijg in het kleine cafeetje al heel snel een beker koffie in mijn handen gedrukt en ik zie dat ik nog meer dan voldoende tijd heb voor het eerste concert begint.
En dus neem ik even de tijd voor een korte wandeling door het Jubelpark. In het Frans heet het Parc du Cinquantenaire, het vijfigjarenpark. Het park is in 1880 aangelegd op een voormalig exercitieplein voor het Brusselse garnizoen, om de 50ste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid (van Nederland) te vieren.
Op het hoogste punt van het park staat een enorme triomfboog, vergelijkbaar met de Arc de Triomphe in Parijs en de Marble Arch in Londen.
Bovenop de boog staat een bronzen quadriga, een vierspan gemend door de verpersoonlijking van Brabant. Aan de voet van de bogen de andere acht provincies, Namen, Luxemburg, Limburg, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Henegouwen, Luik en Antwerpen.
De boog heeft enorme vleugels die geïnspireerd zijn door Kensington Palace in Londen. Hierin zijn diverse musea gevestigd.
Ik ga snel naar de overkant van de straat, naar de Dominicus Kerk, voor het eerste concert van vandaag. De kerk is uit 1904-1905 en opgetrokken in rode baksteen met een enorm spitsboogvenster boven de ingang. Oorspronkelijk heette de kerk Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkranskerk, maar nu Dominicus naar het klooster dat er naast staat.
Ondanks het grijze weer sprankelen de glas-in-loodramen waarin het leven van Dominicus en de Geheimen van de Rozenkrans worden afgebeeld.
Het orgel is van de hand van het atelier Van Bever uit 1910 en het grootste symfonische orgel van Brussel. Het is aan restauratie toe, maar het programma dat Goossens brengt, laat dat niet horen. Tenminste voor mij niet.
Boëly’s Fantaisie et Fugue zet meteen de goede toon neer voor deze excusie: vrolijk en expressief.
Via Lemmens, Brahms, Vierne, Peeters, Goossens en Tinel belandden we weer bij Lemmens met diens Marche Pontificale en Fuga-Fanfare.
Ik besluit naar de volgende lokatie te wandelen in Schaarbeek. Net als Etterbeek is deze plaats onderdeel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Terzijde: de Belgische staatsindeling is te ingewikkeld om hier te bespreken, maar België heeft drie gewesten (het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het Vlaams Gewest en het Waals Gewest) en 10 provincies (waren er negen, maar Brabant is gesplitst in Waals- en Vlaams-Brabant). Brussel valt niet in een provincie en de drie gewesten staan onder de federale overheid. En om het nog ietsje ingewikkelder te maken heeft het land drie officiële landstalen (Frans, Nederlands en Duits).
In Schaarbeek staat een neogotische kerk uit 1871-1876. De laatgotische voorganger stond er vlak naast en werd in 1905 afgebroken. Het is een grote kruiskerk uit natuursteen met opvallende luchtbogen en een stenen torenspits.
Vanuit de oude kerk zijn kunstwerken overgebracht naar de nieuwe kerk.
Het is donker in de kerk en het duurt even voor ik de ‘Aankondiging aan Maria’ heb ontdekt. Geschilderd in 1664 door de Vlaamse meester Jan Boeckhorst.
Het Klais orgel werd in 1954 in gebruik genomen, maar bestaat uit delen van het Klais-orgel dat werd gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1935. Kerremans vergast ons op een prachtig gevarieerd programma. Bruhns opent met een Preludium en Fuga en Widor sluit met de Finale uit de 2e Symphonie. Tussendoor Homilius, Bach, Gigout, Frèteur en Michel.
Op naar het avondeten. Omdat er tijd genoeg is, besluit ik te gaan wandelen. Onderweg kom je nog eens ergens. Op de heenweg was ik in de Saint Alice of Sint Aleydis geweest, een jaren-’50 kerk met een symetrische gevel in somber imponerend donkergrijze beton. En nu loop ik zomaar de Onze-Lieve-Vrouwe-van-het-Heilig-Hart-kerk binnen, een jaren ’20 kerk, neoromaans en eclectisch. Binnen is het donker, de kleine ramen laten het weinige grijze licht binnen, maar voorin licht een grote Maria met kind op. Het beeld is van keramiek, meters groot en lijkt uit de muur af te dalen naar de aarde.
Na een gezellige maaltijd stappen we weer op de bus. Inmiddels is de grijze mistige dag een donkere avond met miezer geworden en zo stappen we de église du Chant d’Oiseaux binnen. Ofwel église Notre-Dame-des-Grâces ofwel Onze-Lieve-Vrouwe der Genadekerk in Vogelzang, een wijk van Sint-Pieters-Woluwe.
De kerk is ingewijd in 1949, een lang driebeukig schip en een rondgesloten koor, neoromaans van karakter. De kerk is spaarzaam verlicht en daardoor kan alle aandacht uitgaan naar het helverlichte orgel, met donker, licht en roodgeverfd hout en glanzende pijpen.
Het orgel verbeeldt twee vogels in paringsdans.
Het is een enorm gevaarte, dit orgel, 14,5 meter hoog, 15 ton zwaar en het heeft een volume van 95dBa.
Bouwer is Kleuker uit Bielefeld, vormgever was architect Jean Marol en ontwerper van het klankbeeld was Jean Guillou.
De organiste, Zuzana Ferjenčíková, was één van zijn leerlingen en zij kent dit orgel van haver tot gort.
In een kleine demonstratie vooraf laat zij ons horen wat het orgel allemaal in huis heeft. De chamades en dulciaan steken vlak boven mijn hoofd uit het orgel en ik sla mijn handen voor de oren als ze die registers speelt. En dan blijken ze niet eens allemaal te spreken!
We zoeken een plekje op en laten ons verrassen. En dat gebeurt.
Voor mij springen de bewerking van Guillou van Concert en ré majeur van Vivaldi en Zuzana’s bewerking van Beethovens Grande Sonate Pathétique er uit.
Rond middernacht zit ik op station Geldermalsen nog na te genieten, wachtend op de laatste trein naar huis.










