Ik wandel vandaag mee met de vierde Amsterdamse Orgeltocht. Het is nagenoeg een zomerse dag, op deze laatste dag van de zomertijd. Het is warm genoeg om in het zonnetje bij de Waag op de Nieuwmarkt aan de koffie te gaan. Het is een prachtige dag en omdat ik veel binnen zal zitten vandaag, geniet ik nu even van de buitenlucht.

De Waag staat vrijwel volledig in de steigers, maar de torens verraden nog de functie van dit gebouw, nl. stadspoort. In de 15e eeuw werd dit massieve gebouw als Sint Antoniespoort hier neergezet, ogenschijnlijk zomaar op een marktplein, maar toen aan de rand van de stad Amsterdam. De stadsmuur is niet meer, maar de poort bleef staan en kreeg in de 17e eeuw een nieuwe functie. Als waag, plaats voor het wegen van goederen die de stad inkwamen, bedoeld om belastingen te kunnen innen.

In de torens waren verschillende gilden gehuisvest, zoals het chirurgijnsgilde en het schildersgilde. En dat brengt me naar mijn volgende bezoekje. Met mijn museumkaart heb ik gratis toegang tot het immense huis waar Rembrandt gewoond heeft. HIj was -uiteraard- lid van het Lucasgilde voor de schilders (en zal dus bijeenkomsten in de Waag hebben bijgewoond) en in het Theatrum Anatomicum van het chirurgijnsgilde schilderde hij zijn beroemde schilderij: de anatomische les van dr. Nicolaes Tulp.

Om (de vele) bezoekers te kunnen ontvangen, is er naast het Rembrandthuis een apart ontvangsthuis gebouwd, waarin ook tentoonstellingszalen zijn. Ondergronds kom je zo in de keuken van het huis terecht. Het huis zelf is uit 1606 (geboortejaar van Rembrandt) en in 1627 werd het verbouwd. In 1639 trekt Rembrandt er in met zijn vrouw Saskia Uylenburgh. Het huis was begin 20e eeuw in slechte staat maar het Rembrandtjaar 1906 was aanleiding voor de gemeente Amsterdam om het in 1907 te kopen en daarna werd het geschonken aan de stichting Het Rembrandthuis.

Is er nog wat te zien van Rembrandt zelf. Mwah, nou, eigenlijk niet. Ja, een paar dingen, twee ‘grapen’. Die werden in 2019 opgegraven uit de beerput. Het zijn potten waarin restanten kwartsgrond zijn aangetroffen. Met dit mengsel van kwarts en klei prepareerde Rembrandt zijn doeken.
Voor de rest is het huis ingericht als een 17e eeuws huis uit die tijd en op basis van tekeningen van Rembrandt van bijv. zijn atelier en op basis van beschrijvingen.
Rembrandt was ook handelaar in schilderijen en daarom waren de grote hal en zijkamer luxueus ingericht. Hier hingen schilderijen voor de verkoop, maar ook voorbeelden van wat Rembrandt kon maken om zo opdrachten binnen te krijgen.

De keuken vind ik intrigerend, omdat daar de minnaressen van Rembrandt hun verblijf hadden. Geertje Dirkx was weduwe zonder kinderen, toen ze in 1641 bij Rembrandt in dienst kwam als kindermeisje van Titus. In 1642 kwam ze intern en na de dood van Saskia datzelfde jaar werd ze zijn minnares. Tot 1649. Ze leefden openlijk als man en vrouw, zonder gehuwd te zijn.
Rembrandt was verliefd op haar en schonk haar een paar van Saskia’s ringen, die zij verpandde. Een onverkwikkelijke situatie ontstond, ook omdat Rembrandt een verhouding was begonnen met Hendrickje Stoffels, het dienstmeisje.
De verpandde ringen werden onderwerp van een gerechtelijke procedure, met als uiteindelijk resultaat dat Geertje werd opgesloten in het spinhuis van Gouda. (Een spinhuis was een tuchthuis voor vrouwen waar onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid werd verricht zoals naaiwerk en spinnen, vandaar de naam).

Ik loop verder naar de eerste lokatie van de orgeltocht, want daarvoor ben ik tenslotte in Amsterdam. Door de Spinhuissteeg en de Dwarse Spinhuissteeg kom ik bij het Walenpleintje waar de Waalse Kerk staat. Ik was hier een paar weken geleden ook al, en was in de veronderstelling dat het een 17e eeuwse kerk was, speciaal gebouwd voor de Hugenoten op de vlucht voor de vervolgingen in Frankrijk.
Maar laat ik dat nou helemaal fout hebben!

De kerk is het leven begonnen als kapel van het Sint Paulusbroederklooster. De eerste kapel werd in 1409 gebouwd en verwoest in 1452, vermoedelijk bij een stadsbrand. In 1493 kreeg het klooster toestemming een nieuwe kapel te bouwen die in 1496 werd ingewijd. In 1578, bij de Alteratie van Amsterdam (de overgang naar de Reformatie) werd de kapel in beslag genomen en diende o.a. als opslagplaats.
In 1586 werd de kerk ter beschikking gesteld van de Waals-hervormde vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden en Frankrijk.
Van het Paulusbroederklooster, een lekenklooster, is niet veel meer over, maar naast de kerk ligt nog steeds een besloten tuin, een restant van de kloostertuin.

De kerk beschikt sinds 1680 over een orgel, maar dat orgel voldeed niet en na veel gesleutel kreeg Christian Müller in 1733 opdracht een geheel nieuw orgel te bouwen dat al in 1734 gereed was.
Ik kruip in een bank met het opschrift ‘diacres‘ om in alle rust van het concert te genieten.
De akoestiek van de kerk is kort en droog en dat heeft gevolgen voor het programma. Evan begint en eindigt met Bach, de Dorische Toccata en de Toccata in F-Dur met die prachtig liggende pedaalnoot. Er tussenin Sweelinck, Bruhns en Piet Post en twee improvisaties, over ‘Wie maar de goede God laat zorgen’ en het Onze Vader.

In de kerk had ik het koud gekregen, maar buiten is de temperatuur nog verder gestegen en langs de prachtige grachten lopen we naar de Westerkerk voor deel twee van deze dag.

Vorig jaar stond de toren nog volop in de steigers, nu alleen nog maar het onderste stuk. Van ver kan ik de blauwe vazen zien die de toren sieren en de prachtige, eveneens blauwe, keizerskroon.
Het romp van de toren bestaat uit een vierkante bakstenen onderbouw, met daarboven een kleinere zandstenen lantaarn en twee houten lantaarns, die met lood zijn bekleed.
De kerk is door Hendrick de Keyser ontworpen in renaissancestijl, gebouwd tussen 1620 en 1631. De toren werd in 1638 voltooid. Hendrick was in 1621 al overleden en heeft dus kerk en toren nooit voltooid gezien.
Het is met 87 meter de hoogste toren van Amsterdam en heeft net als vele andere torens in Amsterdam een carillon.
En die keizerskroon? Die dankt de stad aan Maximiliaan I, die in 1489 de stad het recht gaf de heraldische kroon in het wapen te voeren, als dank voor de steun tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten.
In 1906 werden de kroon en de siervazen goud geverfd, ter gelegenheid van het Rembrandtjaar. In 2006, wederom een Rembrandtjaar, werd dit teruggedraaid en werden vazen en kroon weer blauw.

Na koffie met een heerlijke koek mogen we luisteren naar een prachtig concert op de beide orgels van deze kerk.
Het is bijna Hervormingsdag (31 oktober) en daarom improviseert Evan op het koororgel over ‘Ein feste Burg’, Lutherlied bij uitstek.

Dan is het de beurt aan het grote orgel, stammend uit 1686, maar volledig herbouwd tussen 1989 en 1992 nadat het orgel door de eeuwen heen zodanig was volgebouwd dat onderhoud onmogelijk werd. Hierbij was uitgangspunt het oude pijpwerk uit 1686 en 1727.
Evan wijst ons op de grote orgelluiken, geschilderd door Gerard de Lairesse, een zeer populaire 17e eeuwse schilder. Links koning David die voor de Ark van het Verbond uitgaat, dansend en spelend op de luit. Rechts de koningin van Scheba die op bezoek komt bij koning Salomo.
Het orgel was, net als de toren, eigendom van de stad en dat rechterluik is symbolisch voor Amsterdam als Salomo en de koningin van Scheba als de rest van de wereld.

Het Frans geïnspireerde programma raakt me. Langlais’ Te Deum, het Vater Unser van Hagen, de Marche Funèbre van Chopin en Resurrection van Dupré maken diepe indruk en de afsluiter is een weergaloze improvisatie die Bruckner hommage betoont.

Even tijd voor mezelf! En tijd voor een hapje eten. Ik zit in een piepkleine pizzeria achter het Paleis op de Dam. Om me heen vrijwel geen Nederlands, beetje toerist in eigen land.

Laatste stop vandaag is de befaamde Oude Kerk, met het nog befaamdere orgel.
Deze kerk is het oudste nog bestaande gebouw van Amsterdam, waarvan de bouw in 1250 is gestart, inwijding in 1306. Onvoorstelbaar nu, maar bij de bouw hoorde deze Sint Nicolaaskerk als ‘dochter’ bij de parochie van Amestelle (het huidige Ouderkerk aan de Amstel). In 1334 werd de parochie van de Sint Nicolaaskerk zelfstandig.
Het is nu een enorm gebouw dat een voorbeeld is van de Hollandse gotiek, met een lichte constructie, niet hoog, wel groot. De houten tongewelven waren lichter dan stenen plafonds en de hoge spitsboogvensters bespaarden veel muurwerk. De heipalen waarop de kerk staat hadden en hebben nl. niet genoeg draagvermogen. Maar toch! De kerk staat er al meer dan 700 jaar op, hoewel er een grootscheepse restauratie plaatsvond na 1951.

Al in de 15e eeuw had deze kerk een orgel en Jan Pieterszoon Sweelinck was eind 16e/begin 17e eeuw organist in deze kerk.
Het huidige orgel is uit 1724 en gebouwd door Christian Vater, leerling van de Duitse orgelbouwer Arp Schnitger. Kort na oplevering begon de toren te verzakken en moest het orgel gedemonteerd worden terwijl de toren werd gerestaureerd. Terugplaatsing gebeurde door Johann Caspar Müller, jongere broer van Christian, die het orgel van de Waalse kerk bouwde.
Het orgel heeft de nodige verbouwingen en restauraties meegemaakt door de eeuwen heen, waarvan de laatste in 2019 werd afgesloten.

In de donker wordende kerk branden enkele kroonluchters en vanuit mijn pilaarbank heb ik mooi zicht op de ruimte en de bezoekers.
Bach’s fenomenale Chaconne uit de Vioolpartita werkt ook op orgel, Reubke’s psalm 94, een improvisatie over ‘Voor alle heil’gen’ en het hoogtepunt voor mij deze avond: psalm 103 van Jan Zwart.
De somber aandoende muziek, het wiegende tempo van een dodenmars, zeer indrukwekkend, in de aanloop naar Allerzielen.

Net voor ik de kerk uitloop, ga ik nog even naar één van de kapellen, naar de steen ter nagedachtenis aan Saskia, de vrouw van Rembrandt. En dan stap ik naar buiten, de 21ste eeuw weer in.


Plaats een reactie