Merakels, wat ’n mooie dag ist ewest. ’t Was wel ’n bettien kold, moar doar kuj’ oe op kled’n. Wi’j ebt de kuierlatt’n goed ebruukt vandaege. In Veno mak’n wi’j eest us ’n ummegien deur ’t stadtien umme doarnoa noar de veurmoalige Zuuderzeekust te goan. Laangs de Moespot, de Leeuwte, ’t Klooster en Poepershoek kwaam’n wi’j bie de Arembergergraacht.

Tja, we zijn vandaag in Vollenhove, geboorteplaats van Hendrik van Heerde, beter bekend als Havanha. Journalist in Kampen waar hij de kolderieke belevenissen beschreef van Garriet-Jan, een boer in ruste uit deze streek, Annegien, zijn pinnige vrouw met een goed hart, en de gierige neef Hendrik Jan van de Beulaker. De verhaaltjes werden in de jaren ’50 en ’60 geschreven in een soort dialect dat voor velen die een Saksisch dialect spraken iets nieuws was maar ook heel goed te volgen.

In de trein zit ik die verhaaltjes te lezen en telkens schiet ik in de lach. Het tijdsbeeld, de vernieuwingen waar Garriet Jan mee te maken krijgt, zijn onhandigheid, en dat in een taalkleed waarmee ik ben opgegroeid en dat vertrouwd aanvoelt.

In Vollenhove zien we een aantal voormalige havezates: Oldruitenborg, Marxveld, Plattenburg en Lindehorst en natuurlijk de restanten van het machtige kasteel Toutenburg. Ooit eigendom van Georg Schenk van Tautenburg, edelman in dienst van de bisschop van Utrecht en later stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel onder Karel V. We staan ook met verbazing te kijken bij het Lemkerhuis uit 1627, geen havezate, maar de woning van stadssecretaris Lemker. Een enorme trapgevel met schelpvormen boven de ramen en stoeppalen uit 1628.

Bij de eenvoudige Grote Kerk aan de haven staat een typisch beeldje van drie vissers, die zich wankel in evenwicht houden. O ja, denk ik, Klaas Bot of zoiets. Bijna goed. Klaas Bording en zijn zoons Klaas jr. en Jacob gingen op 13 januari 1849 vanuit  Durgerdam (boven Amsterdam) de bevroren Zuiderzee op om bot te kloppen. (Met een slede ging men het ijs op, zaagde een cirkel in het ijs, liet netten zakken en sloeg met de botklopper op het ijs. Platvis (met name bot) schrok wakker en zwom weg, de netten in.)

Het stuk ijs waarop zij werkten kwam door dooi los van de wal, en zo dreven ze 14 dagen door de Zuiderzee, hun stuk ijs steeds verder afkalvend. Met rauwe vis en opgevangen regenwater hielden ze zich in leven. Vissers uit Vollenhove gingen op 25 januari vissen toen ze een levende haring in de snavel van een meeuw zagen. Op 27 januari hoorden ze het hulpgeroep en werden vader en zoons aan wal gebracht. Klaas jr. overleed op 7 februari aan de gevolgen, zijn vader op 26 februari. Jan overleefde het. Het verhaal ging de hele Zuiderzeekust rond en zo hoorde ik het als kind van mijn vader die aan die kust was opgegroeid.

Bij de Grote Kerk staat ook het Italiaans aandoende voormalige stadhuis uit 1621, een schitterend gebouw met een zuilengang. We mogen even in de grote zaal kijken en na koffie met lekkers gaan we op pad.

Eerst komen we door de nu slaperige buurtschap De Moespot, genoemd naar een herberg en uitspanning De Moespot uit 1652. Het was een rust- of wisselplaats voor de postkoets langs de Zuiderzeedijk. Later kwam hier ook een tramstationnetje. De moespot was de ketel waarin de stamppot (boerenmoes) werd warm gehouden.

In Leeuwte staan prachtige voormalige boerderijen met rieten daken en grote baanderdeuren in de zijgevels. Op nr 47 woonde Elfstedentochtwinnaar Evert van Bentem. Bij Sint Jansklooster staat een beeldje van een schaatser (gemaakt van schaatsijzers).

Dit dorpje heet naar het convent van Sint Jan dat hier tot 1581 stond. Toen werd het verwoest tijdens het beleg van Steenwijk. Alleen een stukje tuinmuur staat er nog. In 1399 werd het gesticht door de blinde Johannes van Ommen, in de traditie van de Moderne Devotie, gepredikt door Geert Grote. In Vollenhove werd Clarenberg gesticht, het vrouwenklooster.

Poepershoek volgt en dat heeft dus echt niets met poepen te maken, maar stamt af van het Duitse Bube = jongen. In Oost Nederland kwamen veel Duitse seizoensarbeiders maaien en hier kwamen ze als veenarbeider en overal vind je plekken waar deze naam voorkomt.

Langs de Arembergergracht lopen we naar Belt-Schutsloot. We zijn inmiddels in het natte gebied van de Wieden en de Weerribben aanbeland. Deze gracht, een kanaal tussen het Zwarte Water en de Beulaker- en de Belterwijde, is gegraven in 1560, op last en kosten van Jan de Ligne, graaf van Aremberg, destijds stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel. Uiteraard was het nodig voor de afwatering van het achterland van Zwartsluis, maar Aremberg bezat uitgebreide bezittingen in het veengebied en via de gracht ging afvoer van veen veel makkelijker, zeker omdat hij het concurrenten moeilijk maakte hier te varen. Er mochten geen beweegbare bruggen over de gracht komen.

Wi’j eet nog ’n pannekoek mit spek en keeze, en dan ist weer tied um ’s op uus oan te goan. De busse noar Steenwiek haalt wi’j netties op tied.


Opmerkelijk: in Vollenhove hingen in de wasruimte bij het toilet spreuken die aan Socrates worden toegeschreven. Laat de korrels zout maar doorkomen, maar toch zitten er pareltjes tussen. Waarheden als koeien, maar niet minder nuttig.

Als je blij bent met weinig, ben je rijk.

Je moet niet jagen naar meer geluk, maar geluk zoeken in minder, in de kleine dingen.

Opmerkelijk 2: ergens onderweg staat bij een boerderij een klein houten kapelletje met binnenin geen Mariabeeld, maar een stuk tekst dat we ter bezinning konden lezen. Ook daar weer verschillende open deuren, waar je toch al wandelend even op kunt kauwen.

Geniet zowel van wat je hebt bereikt, als van je plannen.

Houd vrede met je ziel in de lawaaierige verwatering van het leven.

Met al zijn klatergoud, somberheid en vervlogen dromen, is dit toch nog steeds een prachtige wereld.


Eén reactie op “Spraak en spreuk”

  1. willem van twillert Avatar
    willem van twillert

    Mooi verslag met fraaie grote foto’s ik krijg je bijdrage niet meer in mijn mail…

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie