Klinkt wat overdreven? Misschien. Maar vandaag is zo’n dag die eigenlijk niet mooier kon. Ik zit nu lekker in de trein, uit te rusten van deze mooie en lange dag, met Bach op Spottify.
Koud was het vanmorgen vroeg, onder de twee graden. Aan de zwarte lucht pinkelen de sterren. Ik ontwaar Osiris en de Grote Beer en dan ben ik bij het station. In de verte gloeit de lucht van de opkomende zon en onderweg heb ik adembenemend mooi zicht op de lucht en de nevels boven de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal.
Na ontbijt op het station weer verder, naar Groningen, onderweg lezend in een boek van Frits Spits over de poëzie van de Nederlandstalige muziek. Verrassend.
Bij Zwolle is de IJssel gehuld in een mistdeken en er blijft mist boven het land hangen tot bij Groningen. Ik heb maar een paar minuten om over te stappen, loop nog verkeerd ook maar uiteindelijk zit ik in de trein richting Delfzijl. Om iets over tienen ben ik er: Bedum.
Waarom Bedum? Wel, ik wilde graag eens museum Helmantel bezoeken in Westeremden. Vanaf Bedum heb ik een wandeling bedacht naar Westerwijtwerd, Huizinge en Westeremden en dan naar Loppersum om daar de trein terug te nemen.
Het weer kan niet mooier, vind ik. We hebben dan wel geen Indian Summer in Nederland, maar een dag als vandaag is toch prachtig? Helder, zonnig, bijna geen wind, en de temperatuur loopt op tot een graad of 15. En het lage herfstlicht zet alles in gloed.
Na de koffie mét loop ik langs de immense Walfriduskerk. De 11e eeuwse toren hangt stevig uit het lood en de grote schuurachtige kerk in rode baksteen is merkwaardig. Oorlog, teruglopende bedevaart, Reformatie, alles samen zorgde ervoor dat de kerk te groot was voor dit dorp. De aanpassingen waren niet vriendelijk voor het gebouw.
Ik laat Bedum achter me. Het is zo rustig hier. Soms een auto, wat fietsers, wandelaars en hardlopers en van tijd tot tijd ronkt het dieseltje Groningen-Delfzijl of vice versa langs. En een intens blauwe hemelkoepel over alles heen. Ik zei toch paradijs?
In de verte zie ik een molen en twee kerktorens. De verste is Middelstum, herkenbaar aan de merkwaardige torenspits. Dichterbij de toren van de kerk van Westerwijtwerd. Dit dorpje met ca 75 inwoners is beschermd dorpsgezicht en het ligt niet op een wierde, zoals je op grond van de naam zou verwachten.
De kerk staat wat hoger en op een stoel bij de deur staat een bordje ‘Open’ en zo sta ik even later in deze bijzondere kerk. Medio vorige eeuw nog schapenstal en opslag, nu prachtig gerestaureerd. Het is een 13e eeuwse Mariakerk, die ooit los stond van de toren maar in de 16e eeuw zijn toren en kerk verbonden. Het mooie kerkje heeft groene estrikken op de vloer, bakstenen gewelven en een heel bijzondere schildering van twee Friese kampvechters. 13e of 14e eeuw. En een prachtig orgelfront. Loos, dat dan wel.
Via een hoogholtje (hoog bruggetje, vroeger van hout) steek ik de Westerwijdsemaar over om richting Huizinge te wandelen. De Eemsweg in de verte verstoort nu de rust, maar in Huizinge valt dat weg.
Dit dorpje heeft ca 105 inwoners en een paar prachtige boerderijen, zoals Eenkemaheerd, naast en dichtere bebouwing op de wierde. Over een klinkerpaadje langs een boerderij nader ik de Janskerk.
Tot mijn verrassing herken ik de man die met zijn hondje voor de kerk langsloopt. Reint Wobbes, wandelende encyclopedie en geheugen van Groningen, twee keer als gids meegemaakt op een orgelexcursie. Hij woont hier en heeft ook de kerksleutel. Ik spreek hem aan en het blijkt dat de kerk open is. Hij loopt met me mee en vertelt honderduit. Echt, wat hij niet weet over Groningen, is de moeite van het weten niet waard.
De Janskerk staat op de wierde, een werkelijk prachtig 13e eeuws gebouw met een 14e eeuwse toren. Bijzonder is de halfronde apsis met mooie versieringen. Binnen zijn er gewelfschilderingen onder de protestantse witkalk vandaan gekomen, met o.a. een Laatste Oordeel en een eenhoorn. Verder nog een restant van een sacramentshuisje, diverse grafzerken, en ook hier weer groene estrikken op de vloer.
Wobbes vertelt ook over de kerkelijke gemeente die hier zondags samenkomt en waar hij lid van is, een zeer gemêleerde streekgemeente van zowel protestanten en roomskatholieken van allerlei aard en snit, die elkaar in hun waarde proberen te laten. Het klinkt bijna paradijselijk.
Ik krijg nog de tip mee om bij De Plaats Melkema even een ommetje te maken. Melkema staat op de plek van het vroegere 14e eeuwse steenhuis Melcama. Nu staat er een 17e eeuwse boerderij, geheel omgracht. Het is het stamhuis van de familie Huizinga, voorgeslacht van de beroemde historicus Johan Huizinga, bekend van zijn Herfsttij der Middeleeuwen. Ik krijg nog een tip. In de universiteitsbibliotheek van Groningen komt een tentoonstelling van tekeningen van Huizinga en foto’s van Wobbes van dezelfde plekken. Altijd interessant.
Westeremden is een wierdedorp dat verscholen ligt tussen de bomen. Via een vlondertje en paadje door een weiland kom ik op de wierde, almaar stijgend. De wierde moet al ca 2000 jaar geleden zijn opgeworpen op de kwelderwal die hier loopt, aan de toenmalige monding van de Fivel. Een deel van de wierde is tussen 1903 en 1910 afgegraven. Dat werd bij meer wierdes gedaan vanwege de vruchtbare grond die als bemesting werd verkocht.
Het heet Westeremden om het te onderscheiden van Emden in wat nu Duitsland is. Emden komt van Emedun of Emutha, waarbij medun of mutha voor monding staat, van een rivier. Bij Emden de Eem, hier de Fivel.
In dit soort dorpjes moet ik altijd denken aan het boek van Geert Mak: ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’. Overal zie ik huizen waaraan je een vroegere bestemming als winkel of smederij kunt aflezen. Middenstand is hier nagenoeg niet meer, wel nog twee kerken. En een museum, dat een eigen economische bedrijvigheid veroorzaakt.
Eerst stap ik het kerkhof op rondom de Andreaskerk. Onder de bomen staan groenbemoste stenen, soms wat wankel, er liggen enorme scheefgezakte grafplaten, de zon schijnt uitbundig op het kerkje. Het is een 13e eeuws gebouwtje, nu niet groot meer. In de 15e eeuw zijn de dwarsarmen van de oorspronkelijke kruiskerk afgebroken. In de 19e eeuw is de toren afgebroken en nu heeft de kerk een charmant dakruitertje.
Het is prachtig gerestaureerd en heeft gemahoniede banken, een eenvoudig houten koorhek en wat plafond- en muurschilderingen.
Het prachtige herfstlicht dat binnenvalt geeft het een bijzondere sfeer. Helaas ben ik niet alleen, maar als ik later terugkeer wel, en dan kan ik die sfeer goed op me laten inwerken.
Dan het kerkhof af naar de Weem. Weem is de oude benaming in Oost- en Noord-Nederland voor de pastorie. (Het gaat terug op Middelnederlands ‘wedem’ dat zowel pastorie als bruidsschat betekende. Het Duitse ‘widmen voor wijden is er aan verwant.)
De Weem van Westeremden werd al in 1260 gebouwd, eerst alleen een voorhuis, later uitgebreid met een grote schuur. In 1913 was het gebouw zodanig vervallen dat het werd afgebroken en er kwam een nieuwe pastorie.
Kunstschilder Helmantel heeft deze pastorie gesloopt in 1972 en steen voor steen de Weem herbouwd in oude stijl. Het hoge voorhuis is privé, de grote schuur is nu een museum en achter op het terrein staat nog een klein huisje dat als toiletgebouw dient.
Helmantel is een schilder die tot de noordelijke realisten en onafhankelijke realisten wordt gerekend, een fijnschilder die je bijna voor de gek kan houden met zijn vrijwel fotografisch aandoende schilderijen.
Opvallend is het totale gebrek aan menselijke interactie in de schilderijen. Mensen en dieren zijn er niet zien. Of nou ja, wel dieren, een visskelet, een dood vogeltje, een dood egeltje. Verder stillevens van fruit en groente met een kan of een kom. En natuurlijk de kerken. Maar geen mensen. Niets.
Ik loop door het museum, waar het verrassend druk is, en vergaap me aan zijn doeken. Op zijn website klinkt het heel makkelijk. Na het opstellen van het stilleven maakt hij vaak een tekening om de compositie te beoordelen. Dan brengt hij in drie fases de verf aan en soms nog een vierde laag. Klaar!
Meteen om de hoek hangt een groot doek van de deur van de kerk in Westerwijtwerd. Je zou geloven dat het een foto is.
In de grote zaal hangen grote doeken van kerken, uit de omgeving, maar ook Frankrijk en Zwitserland.
Het lijken niet alleen foto’s door zijn techniek, maar ook de uitsnedes die hij van de situatie ter plekke maakt. Een hoekje in de kerk of abdij, een trapopgang, een nis, een deur of waar zijn oog ook maar op valt, wordt een stilleven op zich.
Door de prachtige herfstmiddag loop ik verder. Er dienen zich wat wolken aan en in de verte zie ik de trein naar Delfzijl rijden. Die rijdt zo terug en dan zit ik er in.
Vandaag was een dag met gouden licht en een gevoel van licht en ruimte, een dagje paradijs. Kerken die open zijn, zonder wachter aan de deur, waar je welkom bent.
En tuurlijk, ik weet echt wel beter. Onder mijn vingertoppen is het nieuws van de dag op te roepen. Maar nu even niet.
En dan nog even dit: In het kader van een of ander feest zijn alle straten van Westerwijtwerd versierd met als thema ‘licht‘. Op allerlei manieren wordt dit uitgelicht, vergeef me de woordspeling, en in het straatje naar de kerk staan prachtige teksten over licht en duisternis. En op één of andere manier passen die bij vandaag.
Verdrijft een brandende kaars de duisternis of benadrukt het juist de donkerheid?
Heb het licht lief, want het laat je de weg zien. Verdraag de duisternis, want het laat je de sterren zien.
’t Het nog nooit, nog nooit zo donker west of ’t wer altied wel weer licht. Ede Staal



















