Al moest ik vandaag wel werken, toch begon mijn weekend gisteravond al een beetje. Met een orgelconcert in de Maartenskerk van Tiel. De organist had gekozen voor orkestmuziek, getranscribeerd  voor orgel. Bekende muziek die dan heel anders klinkt. Afsluiting was de prachtige ouverture van het oratorium Paulus van Mendelsohn.

Al de hele week twijfelde ik over een concertserie op vrijdagavond in Amsterdam. Wel, niet, wel of toch niet. Tijdens mijn werk bleef de twijfel knagen. En opeens, tijdens de lunch, boven mijn boterham met kaas, hakte ik de knoop door. Ik ga gewoon. En ik bestel meteen de hele serie, elke zes weken een concert tot mei volgend jaar.

Maar ik wil met korting reizen en dan moet ik voor vier uur weg. Veel te vroeg natuurlijk. Dus bedenk ik dat ik dan voor het concert een wandeling kan maken. Via Wandelnet kom ik een OV stapper op het spoor, een afgedankte NS wandeling, van Amsterdam Centraal naar Amstelveen dwars door het Amsterdamse Bos. Nu ken ik dat bos niet van dichtbij, alleen vanaf de A9 die er doorheen loopt. Nou, mooie reden, dus.

Ik draai de route om,  start in Amstelveen en zie wel hoe ver ik kom. De hele route lukt toch niet. 17 km is te ver vanavond. En zo stap ik om half zes uit op het busstation Amstelveen, net voor de A9 die wordt verbreed en het is een soort bouwplaats die ik moet oversteken. Maar als ik richting het oude dorp wandel, valt de drukte weg.

Langs het voormalige station met een beeldje van een turftrapster ervoor (het heet niet voor niets Amstelveen) loop ik door het centrum naar de bosrand.

Maar eerst sta ik aan de rand van De Poel, een glinsterende watervlakte in de avondzon, de Urbanuskerk van Bovenkerk aan de overkant. De Poel is een meer dat ontstaan tijdens de 19e eeuwse veenafgraving, maar terwijl veel andere poelen werden ingepolderd is dat hier niet gebeurd.

En dan loop ik echt het bos in. Ik wist er iets over, dat het een werkverschaffingsproject uit de jaren 1930 was. Maar dat blijkt niet de hele waarheid.

We beginnen in 1900. Jac.P. Thijsse maakt zich zorgen over het groen rond de stad Amsterdam, liever het gebrek eraan. Recreatie werd gewoner, maar de Amsterdammers hadden niet echt toegang tot groen en parken.

In ons omringende landen werden in steden als Berlijn parken aangelegd, waar elke burger kon verpozen. Dat moest in Amsterdam ook. Utrecht had bijvoorbeeld een aantal landgoederen oostelijk van de stad gekocht en voorzag op die manier in de behoefte.

Thijsse stelde voor ten zuiden van de Nieuwe Meer een recreatiebos aan te leggen. Het duurde tot 1927 tot zijn plannen werden opgepakt en er een Boschplan werd geschreven. Twee stedebouwkundigen gingen aan de slag, samen met twee biologen (waarvan Thijsse er één was). Uiteraard werd over de grens gekeken. Hoe deden ze dit in Duitsland of in Engeland?

In 1934 was men zover dat de aanleg kon beginnen en dat was juist ook de tijd van de depressie. Veel werkloosheid noopte de overheid tot maatregelen en één ervan was werkverschaffing. En de aanleg van het Boschplan werd daar ingepast. Kijk, de link met de werkverschaffing klopt dus wel, maar anders dan ik dacht.

Deze goedkope arbeid heeft ervoor gezorgd dat er vrij weinig machines gebruikt zijn bij de aanleg. Vrijwel alles is met schop en kruiwagen gedaan. Het bos werd aangelegd in de uitgeveende Buitendijkse Buitenvelderse polder en de Rietwijkeroorder polder. Later kwam er nog een deel ten zuiden van de weg Schiphol – Amstelveen in de Kleine Noordpolder en de Schinkelpolder. Het bijzondere is dat het bos van Amsterdam is terwijl het op het grondgebied van Amstelveen ligt.

Het was ook nog niet zomaar klaar. Tijdens de oorlog verrichtten Joodse gevangenen uit een werkkamp in het Bos dwangarbeid. Na de oorlog was er nog even sprake van werkverschaffing, maar toen namen aannemers met hun machines het over. In 1970 was het eindelijk klaar. Symbolisch werden toen de laatste bomen geplant op de Grote Heuvel.

De bedenkers hadden namelijk echt goed in het buitenland gekeken, waar heuvels gewoner waren dan in de polder, en dus wilden ze een heuvel en nog meer hoogteverschillen in dit lage veenpoldergebied. De Grote Heuvel is het hoogtepunt en een uitzichtpunt.

Het is echt een fraai bos, de oudste delen bijna 100 jaar oud, en dat maakt dat het natuurlijk aandoet. Schitterende lanen, mooie doorkijkjes, waterlopen, speelweides, fiets- en wandelpaden, ruiterpaden, er zijn roeiverenigingen, restaurants en speeltuintjes. En er worden festivals gehouden. Een bos voor iedereen.

Het is zeven uur als ik het bos uitloop, meteen de drukte van de stad weer in. Ik pak de bus naar station Zuid en stap op de metro. Ik moet naar de Waalse kerk in het oude Wallengebied. Het is druk op straat en de terrassen. Na de prachtige nazomer-/herfstdag volgt een heldere avond en het is prettig buiten.

De Waalse kerk kende ik niet en het is een verrassend intieme kerk. De concertserie waarvan ik vanavond deel één beleef staat in het teken van Bach, maar dan gecombineerd met een andere componist. Vanavond is dat Bruckner, de Oostenrijkse componist die zo’n 150 jaar later leefde. Twee verrassingen in het programma. Een door Bach geïnspireerd stuk met fugatische elementen van Holst en een op muziek gezet gedicht van Anna Boleyn. Inderdaad, de tweede echtgenote van Henry VIII. Door haar geschreven in de dagen voordat ze op last van haar man werd geëxecuteerd.

De organist speelt een Fantasie en Fuga van Bach en het besluit van de avond is Cantate 99: Was Gott tut, das ist wohlgetan.

Door de nog drukkere stad haast ik me maar de metro. Morgen weer vroeg op.


Plaats een reactie