Ik lig op mijn rug, boven me de nachtblauwe lucht, naast me wijnstokken, een glas witte wijn en een borrelplankje, onder me een grote badhanddoek op een grote vuilniszak. De lucht links is van oranje via roze en paars naar diepblauw gekleurd, rechts wordt de lucht witblauw en als een oranje lampje licht de maan achter de heg. Het geluid van de snelweg is weggezakt, in het weiland ruik ik een paard en ik hoor het snuiven en stampen. De muziek van Ludovici Einaudi tinkelt door de stille avond. Boven me pinkelen steeds meer sterren en schuiven vliegtuigen en satellieten voorbij. Even helemaal niets, deze avond bij het Betuws Wijndomein.
Een dikke 12 uur later kijk ik weer naar de lucht als ik op de pont maar Wageningen sta. Vanuit de verte komen grote transportvliegtuigen die parachutisten gaan droppen op de Ginkelse Heide. Het is vandaag de officiële herdenking van de Slag om Arnhem. Vorige week schreef ik al dat er vele activiteiten zijn, te veel om op te noemen en dus maak ik keuzes. Hoe die uitvallen? Best goed, eigenlijk.
Tegen tienen zat ik in de trein naar Arnhem. Ik zat te dubben waar ik uit zou stappen. Elst, Zetten-Andelst, Opheusden of toch door naar Arnhem. Nu hebben veel regionale treinen (allemaal?) een eigen naam, van een persoon uit de streek of provincie.
En laat de trein waar ik vanmorgen in zit Frans Godard baron van Lynden van Hemmen heten. En daarom stap ik op het stationnetje Hemmen-Dodewaard uit. Ik heb wel eens gehoord of gelezen dat het station hier te danken is aan de baron van Hemmen. Bij het aanleggen van lijn Elst-Dordrecht moest men over zijn grondgebied en hij stemde toe. Op één voorwaarde: een station.
En zo staat hier midden tussen de dorpen Dodewaard en Hemmen een stationnetje. En vandaag maak ik daar gebruik van.
Vanaf hier ga ik naar het veer Randwijk-Wageningen. Terwijl ik op de pont sta zie ik de grote vliegtuigen in de verte. Misrekening aan mijn kant. Het blijkt dat de droppings al om 10.30 uur begonnen en niet om 11.30 uur, zoals ik in mijn hoofd had.
Geeft niet. Ik pas mijn plan aan en fiets door Renkum en Heelsum en dan over de golfclub naar Wolfheze.
Op de golfclub hoor ik een doedelzak spelen en als ik langs de green rij zie ik de doedelzakspeler in de houding staan, dan zijn doedelzak meenemen naar een golfcart. Blijkbaar een privé-herdenking.
In Wolfheze sta ik even stil bij de spoorwegovergang omdat er een aantal oude legervoertuigen langskomt, met mensen in oude legeruniformen. Er rijden ook motoren mee, waaronder zelfs een vouwmotor.
Tussen Wolfheze en Oosterbeek ligt een prachtig fietspad langs het spoor door de bossen en ik kom heel veel mensen tegen die richting de Ginkelse Heide fietsen. Ik niet. Ik ga iets anders doen.
In Oosterbeek ga ik naar het Airborne Museum en het is daar heel druk. Overal hoor ik Engels en Pools om me heen. Er lopen mensen in oude uniformen, de monumenten worden op de foto gezet en bij het musuem is het zo druk dat ik bang ben dat ik niet aan de beurt kom, maar gelukkig, dat valt mee! Ik koop het boekje van de Perimeter Wandeling. Dat is mijn plan voor vanmiddag.
Eerst wat eten en dan ga ik op pad.
De Perimeter is de grens van het hoefijzervormige gebied dat door de Britse troepen in de laatste dagen voor de terugtocht werd bezet en verdedigd.
De luchtlandingen waren geweest, droppings van goederen volgden nog, maar helaas waren de Duitsers sterker dan verwacht én zij konden heel makkelijk nog versterkingen laten aanrukken, zoals een tankbataljon uit Noord-Holland.
De Britse manschappen begonnen gebrek te krijgen aan alles, omdat het droppen van de goederen wel doorging, maar vrijwel alles viel in handen van de Duitsers.
Bij station Oosterbeek maak ik even een ommetje naar het Oorlogskerkhof. Alles wordt daar in gereedheid gebracht voor de herdenking. Een Poolse bus komt me achterop en als ik op de begraafplaats ben, zie ik dat het een groep jongeren is. Ze leggen kransen bij het monument.
De graven van de Poolse soldaten zijn gemarkeerd met een rood-wit lint, de kleur van de Poolse vlag.
Ik loop terug naar het station en vervolg mijn wandeling door Oosterbeek. Waar ik nu loop is het rustig en met de nieuwe bebouwing is het onmogelijk je de oorlogshandelingen voor te stellen.
Hotel Dreijeroord is in 2019 in oude stijl herbouwd, maar was tijdens de slag om Arnhem het hoofdkwartier van de 7th King’s Own Scottish Borderers. Vanwege het witte uiterlijk werd het gevecht dat hier plaatsvond ook wel the Battle of the White House genoemd.
Ik hoor weer vliegtuiggeronk en als ik op een kruising sta, heb ik even vrij zicht naar de lucht en ja hoor, daar vliegen allerlei vrachttoestellen boven me. Wat een prachtig en imposant gezicht.
Als ze voorbij zijn loop ik verder naar het museum. Tegenover het museum staat de Naald, het herdenkingsmonument van Oosterbeek. In het eerste jaar na de oorlog zijn daarvoor materialen en fondsen bijeengeschraapt. Generaal-majoor Urquhart, commandant van de 1st Airborne Division, legde in 1945 de eerste steen. Een jaar later onthulde koningin Wilhelmina de Naald.
Het staat op een grasveld tegenover het museum en op dat moment komen er weer vliegtuigen over, op de terugweg vanaf de Ginkelse Heide. Ik blijf een poosje hangen, maar ga uiteindelijk verder, naar het museum. Ik ga niet naar binnen. Buiten gaat een herdenking beginnen en het is overal druk.
Zelfs de route moet ik even aanpassen.
Het museum zit in Villa Hartenstein, in september 1944 het hoofdkwartier van de Duitse veldmaarschalk Model en zijn staf. Halsoverkop moesten hij en zijn manschappen vluchten om niet in Britse handen te vallen.
Het werd toen het hoofdkwartier van de 1st Airborne Division, maar door de gevechten werd het beschadigd en moest men in de kelders schuilen. Hier was ook een medische post.
Dat is iets wat je gauw vergeet. Als een leger optrekt, moet bevoorrading net zo snel mee optrekken. Maar ook medische verzorging moet mee. Dus werden er ook complete veldhospitalen afgeworpen, die eerste dagen, met de benodigde medische staf. Diverse hotels (Schoonoord en Vreewijk) werden in gebruik genomen als hospitaal, maar het was niet veilig, midden in het gevechtsgebied.
Hotel De Tafelberg werd aangewezen als noodhospitaal voor de bevolking.
Achter Villa Hartestein ligt nog steeds een tennisbaan en die werd destijds als provisorisch gevangenkamp gebruikt. Het had nl. al hekken. De Duitsers klaagden over het eten, maar Urquhart meldde hen dat ze hetzelfde kregen als de Britten. Er was bijna niets meer.
Via de prachtige bossen loop ik verder naar beneden. Langs een beekje, een monument uit 1895, het fundament van Landgoed de Lage Oorsprong en de oorlog is ver weg.
Tot ik motoren hoor, geronk en geplof, en ja hoor, even later sta ik aan de weg waar een enorm lange stoet legervoertuigen langsrijdt. Er komt echt geen eind aan en ik steek over en vervolg na een paar minuten mijn route.
De Rijn is in zicht en linksaf via het Kerkpad loop ik op de kerk van Oosterbeek aan. Aan de rand van het pad ligt een krans poppies, iemand wordt hier herdacht. Nog steeds. Lest we forget, zag ik staan op veel auto’s. Opdat we niet vergeten.
En ineens sta ik voor de kerk van Oosterbeek, in de oorlog het punt waarvandaan de terugtocht door de uiterwaarden begon. Een vlucht kun je het eigenlijk niet noemen. De Duitsers waren te sterk en hun eigen bevoorrading kwam niet op de goede plek terecht. De Britse troepen hadden te weinig eten en drinken, medische verzorging werd minder, maar ook de munitie raakte op.
In het oude kerkje is het vandaag een komen en gaan van bezoekers. Overal Engels om me heen.
Militairen die terugkeerden vanuit Arnhem (ze hadden nooit de brug bereikt) vormden een nieuwe eenheid, de Lonsdale Force, naar hun leider majoor Richard Lonsdale. Ze verdedigden de zuidoostpunt van de perimeter maar moest terugtrekken. De kerk werd hun bivak. Tijdens een dienst in de kerk, ontgrendelde een soldaat zijn geweer en schoot daardoor per ongeluk een kogel af. Op de kansel ligt de Bijbel met het kogelgat er nog in.
De grote boom voor het 10e eeuwse kerkje heeft alles doorstaan, ook een mortierinslag waarbij van de vijf soldaten die onder de boom schuilden, slechts één het overleefde.
Tijd om de White Ribbon Mile te gaan lopen.
Toen het signaal terugtrekken werd gegeven werd er vanaf Villa Hartenstein naar de kerk en vandaar naar de Rijn een pad gemarkeerd met witte linten, zichtbaar in het donker.
Het was een vreselijke slechte nacht, qua weer, en dus optimaal voor een terugtrekking. Er wordt gebombardeerd vanuit Nijmegen om de evacuatie te verbergen, de soldaten hadden de voeten met lappen omwikkeld en via de uiterwaard kwamen ca 2200 man aan de overkant van de rivier. Om 5 uur ontdekten de Duitsers wat er gebeurd was en werd Operation Berlin gestopt. Tientallen soldaten zwommen wanhopig de rivier over, waarbij velen verdronken.
En de Polen dan?
Op 21 september landden ruim 1000 Poolse parachutisten aan de zuidkant van de Rijn bij Driel. Onder leiding van generaal-majoor Sosabowski moesten ze de Rijn oversteken en de Britten ondersteunen.
De beloofde veerboot was er niet en dus werd met rubberbootjes geprobeerd over te steken. Onder Duits vuur lukte het 150 man om aan noordkant van de Rijn te komen.
Het was maar een klein deel, maar hun aanwezigheid gaf de Britse troepen enig soelaas.
En het feit dat er dus nog bijna 1000 man aan de overkant stond, betekende dat de Duitsers hun krachten moesten verdelen.
Ik loop terug omhoog. Hier in Oosterbeek is op elke plek wel een verhaal te vertellen.
Maar als ik bij mijn fiets kom, is het een groot feest. De legervoertuigen rijden nu hier, in een lange stoet over de Utrechtseweg die volledig is afgesloten.
Overal staan mensen, iedereen zwaait, bij de restaurants staan mensen te lachen en te praten, grote glazen bier in de hand.
Dat blijf ik het aparte vinden van de herdenking van Operatie Market Garden. Een mislukte aanval die jaarlijks wordt herdacht op zeer feestelijke wijze.
Bij de veerpont Oosterbeek-Driel staat een file fietsers.
Eenmaal aan de overzijde zie ik een lange rij auto’s geparkeerd staan op de dijk. Bij het monument van de Royal Engineers is een herdenking gaande.
En het meest opmerkelijke wat ik gezien heb vandaag? Er lopen veel mensen rond met tatoeages, maar bij de kerk van Oosterbeek liep iemand voor me uit die op zijn onderbeen een tatoeage had laten zetten van een heel bekend beeld uit de Eerste Wereldoorlog: het silhouet van een soldaat. Er onder had hij klaprozen laten zetten. Echt heel bijzonder.














