18 september: bus naar Utrecht Centraal, trein naar Leiden, lopen naar het museum, snel de trap op naar de mini-tentoonstelling Assyriologie waar ik gisteren de tabletten met spijkerschrift zag liggen. In een filmpje zie ik hoe je die tekens maakt. Niet met een spijker, maar een stokje  vergelijkbaar met het handvatje van een houten satéprikker. (Spijkerschrift heet zo omdat de tekentjes op spijkers lijken.) In de oudheid werden de tekens met een rietstengel gemaakt.

Er liggen een paar kleitabletten met spijkerschrift, maar ook van andere materialen. Het is voor mij abracadabra en soms is nauwelijks te zien dat er tekens aanwezig zijn.

Ik ga gauw naar beneden, voor lezing nummer vijf.

Titel van de lezing: Hiërogliefen in een Romeinse havenstad

Olaf Kaper gaat ons meenemen op een reis naar Berenike en Grieks en Romeins Egypte. En de taal die daar werd gebruikt op en in de tempels.

Egypte was in 332 voor Christus veroverd door Alexander en werd na zijn dood geregeerd door zijn generaal Ptolemaeus I Soter en zijn nakomelingen, waarvan de laatste de beroemde Cleopatra VII was.
In Ptolemaeïsch Egypte heersten de Macedonisch-Griekse koningen als Egyptische farao’s en zij bouwden ook tempels voor de goden.

En juist die tempels werden versierd met een doorontwikkeld hiërogliefenschrift. Bestonden er in het Egypte van de farao’s ca. 800 verschillende hiërogliefen, dat aantal groeit in de eeuwen na de verovering door Alexander de Grote uit tot wel 2000. En hierbij zijn lokale of regionale verschillen nog niet meegerekend.

Waarom gebeurde dat?
Twee zaken: de gewone Egyptenaar schreef niet meer in hiërogliefen of het daarvan afgeleid hiëratisch schrift (zeg maar cursief hiërogliefisch) maar demotisch. Een vloeiend schrift dat van beide andere schriften is afgeleid.
De priesters in de tempels en de daarbijbehorende scriptoria konden daarom naar hartelust experimenteren en verzinnen. Zij waren de enigen die de betekenis moesten kennen.
Tweede is natuurlijk dat met nieuwe heersers andere zeden en gewoontes meekomen en daarmee ook veranderingen in de manier waarop die heersers zichzelf willen laten afbeelden.

Na de dood van Cleopatra komen de Romeinen aan bod. Olaf laat een prachtige afbeelding zien van keizer Nero,  afgebeeld als een Egyptische farao. Onherkenbaar vergeleken met de Romeinse afbeeldingen van hem en mét uitbundig veel hiërogliefen.

Aan de kust van de Rode Zee lag vroeger de havenstad Berenike (Macedonisch voor het Griekse pherenikè, de overwinning brengend, vergelijk Veronica). Hier is een Isis-tempel opgegraven waarbij Olaf Kaper direct betrokken is. Er zijn verschillende nieuwe hiërogliefen gevonden, waarvan de betekenis niet altijd duidelijk is. Verder onderzoek moet nog gedaan worden.

Heel bijzonder is het wijdingsopschrift dat behoorlijk intact is teruggevonden. Het is Grieks, maar bevat Romeinse referenties. Het keizerlijk paar wordt genoemd: Tiberius en Julia, met een datum en maand.

Én de naam van de bouwer. Ene Marcus Laelius Cosmos. Olaf vertelt dat die man bekend is. Het was een zeer rijke parfumhandelaar uit Rome. Berenike was voor hem een tussenhaven voor zijn producten, die hij helemaal uit India haalde.

Als Romein had hij niets met de dierenverering van de Egyptenaren (die werd in de Romeinse wereld zelfs bespot). En frappant is dat hiërogliefen met dieren vrijwel niet voorkomen in deze tempel. Vegetarische hiërogliefen, grapt Olaf.

Het antwoord op de vraag van een bezoeker of er Romeinse tempels en bijbehorende attributen in India gevonden zijn, luidt: Nee, wel muntgeld en dergelijke, maar geen tempels. Maar bijzonder is dat in de tempel van Berenike wel een Boedda-beeld is gevonden. Waarschijnlijk opdat Indiaas personeel van Cosmus zo hun eigen rituelen konden uitvoeren.

De wereld is klein, zeggen we wel eens, maar dat was-ie toen ook al


19 september: het wordt saai: bus, trein, wandelen en we zijn er weer! Omdat een trein uitviel, had ik geen tijd voor koffie of een bezoekje aan het museum. Dus gelijk maar een plekje gezocht voor lezing zes, de laatste.

Titel van de lezing: Runen uit Spanje?

Pieter Houten is vanmiddag de spreker en hij steekt virtueel de Middellandse Zee over naar het Iberisch schiereiland in de Griekse en Romeinse tijd.

In wat nu Spanje en Portugal is woonden vele volkeren en stammen. Van een aantal van hen kennen we de namen, zoals de Iberiers en de Lusitaniers.

Even een tijdlijn: de Feniciërs (uit het gebied dat nu zo’n beetje Libanon is) hadden rond de 9e eeuw voor Christus stevig voet aan land gezet in Iberië, met diverse handelskoloniën zoals Gadir, het huidige Cádiz, gesticht in de 10e eeuw voor Christus.

De Grieken volgden in de 6e eeuw voor Christus met handelsnederzettingen. De Puniërs veroverden in de 4e eeuw voor Christus het binnenland tot uiteindelijk de Romeinen komen. We praten 2e eeuw voor Christus.

Uiteraard staat de geschiedenis niet stil, maar deze lezing gaat over de talen die zijn opgeschreven onder Fenicische, Griekse en Romeinse invloed.

Wat vinden we zoal aan talen op alle archeologische vondsten?

  • Indo-Europese talen
    • Grieks
    • Keltiberisch
    • Lusitaans
  • Pre-Indo-Europese talen
    • Vasco-Aquitaans
    • Iberisch
    • Turdetaans
    • Tartessisch
    • Etruskisch
  • Semitische talen
    • Fenicisch

Pieter gaat met ons de gevonden alfabetten langs. Ze zijn van het Fenicische schrift en alfabet afgeleid, met veel lokale en regionale varianten.

Soms is de tekst te vertalen of te begrijpen, nog veel vaker niet. Er is weinig materiaal voorhanden of er is te weinig bruikbare tekst overgebleven.

Het schrift lijkt erg op runen zoals we die uit de Scandinavische landen kennen. Ook die runen zijn trouwens via via afgeleid van het Griekse en Latijnse alfabet en dus zijn overeenkomsten minder bijzonder dan je zou verwachten.

Wel bijzonder is dat iedere taal zelf letters weglaat wegens onnodig of letters toevoegt want ze hebben meer klanken dan het alfabet heeft.

Het hoekige en strakke uiterlijk van zowel runen als de Iberische schriften is een gevolg van het materiaal. In hout en steen is een rechte lijn een stuk makkelijker te graveren of beitelen.

Hoe de talen geklonken hebben is een nog groter raadsel dan wat ze betekenen.

Wat we wel weten is waarom ze begonnen met schrijven. De handelscontacten met Grieken maakten dat het handig om zaken op te schrijven. Hoe doe je dat als jouw taal geen schrijftraditie heeft? Dan leen je het alfabet van je handelspartner. Met handen en voeten en door bééééh te roepen kun je ook een schaap verkopen, maar als je het op schrift kunt zetten geeft dat iets meer zekerheid.

Als laatste laat Pieter op scherm een recente vondst zien, de Baskische hand. Een bronzen hand met teksten in het Vasco-Aquitaans, waardoor bewezen kan worden dat de Basken niet pas sinds de 9e eeuw na Christus hier wonen maar al 1000 jaar eerder.

Het Latijn van de Romeinen was een laatste stap in de latinisering van het alfabet.  Na de teloorgang van het Romeinse rijk wordt het Iberisch schiereiland door de Visigothen ingenomen (5e eeuw na Christus), dan komt de Islamitische tijd van de 7e eeuw en in de 9e eeuw komen de Vikingen ook nog even.

Al deze volkeren laten op een of andere manier hun sporen na in het land en ook de taal.

Andersom trouwens ook. De Romeinen spraken over cervisia als ze het over bier hadden. Dat komt van het Keltische cerveza, dat nu nog steeds het Spaanse woord voor bier is. Ze gebruiken ook bira, een leenwoord uit de Germaanse talen.

En als je je afvraagt waarom ik zes dagen lang op en neer kachelde naar Leiden? Ja, waarom eigenlijk? Ik vind het interessant, het is iets totaal anders dan mijn dagelijkse werk, en ik heb er ontzettend veel van opgestoken. Voor mij reden genoeg!


Plaats een reactie