De NS-app geeft aan dat de terugreis over Leiden het snelste is en dus stap ik voor de derde dag op rij op station Leiden in de trein naar huis. Vanuit Schiedam maar liefst, maar met het nieuwe iets duurdere NS-abonnement hoef ik in het weekend niets te betalen.
Vanmorgen was ik op tijd vertrokken, want het is niet alleen Open Monumentendag maar ook Nationale Orgeldag en in Schiedam vindt de inmiddels traditionele Orgelmarathon plaats: vijf organisten verzorgen ieder een concert van drie kwartier. En dat wilde ik niet missen.
Het is schitterend weer, wel fris, als ik het station uitloop en meteen aan de oever van de Schiedamse Schie sta. Molen de Kameel schittert tegen de blauwe lucht én in het water.
Ik loop rechtstreeks naar de Grote of Sint Janskerk, waarvan de eerste voorganger werd gebouwd op verzoek van Aleid van Henegouwen, de tante van Floris V en regentes van graafschap Holland van 1258 tot 1264.
Van die kerk is niets meer terug te vinden, hoewel de huidige kerk (14e eeuws) op precies dezelfde plek staat, maar veel groter is.
In de vloer is een fundament te zien, van de muur van de vroeg 14e eeuwse kerk én de kapel van Liduina van Schiedam. Aan de muur hangt haar grafplaat, ontdekt op het voormalige kerkhof bij de restauratie van de kerk in 1945-’47.
Liduina (ook wel Lidwina of Liedewij) leefde van 1380 tot 1433 en is patrones van de chronisch zieken. Ze werd geboren op Palmzondag in een gezin met acht zoons. In de doopkapel, waar later de stadswaag werd ondergebracht en nu de VVV zit, is ze gedoopt. Ze wilde haar leven aan God wijden, besloot ze, toen ze als 12-jarige ten huwelijk werd gevraagd en dat weigerde.
Op haar 15e ging ze met vriendinnen schaatsen op de Maas, waarbij ze ten val kwam en een rib brak. Ze raakte daarna verlamd en aan bed gekluisterd. Haar opstandigheid overwon ze door zich aan Jezus toe te wijden.
Door haar houding was ze een bemoediging voor bezoekers en een troost voor mede chronisch zieken. Er zijn allemaal verhalen over haar in omloop, over voedselonthouding, stigmata, heldhaftig gedragen lijden, en na haar dood werd Schiedam een bedevaartsoord.
De huidige kerk is licht en wit, als gevolg van de beeldenstorm, maar heeft nog wat belangrijke stukken van voor de Reformatie in huis.
De kansel is een pronkstuk in Renaissance stijl, midden 16e eeuw, en één van de oudste van Nederland. Het doophek uit dezelfde tijd is verbouwd tot koorhek met de koperen doopboog als koortoegang.
Ook de orgelkas stamt uit die tijd. Al in 1498 had kerk een orgel, want in dat jaar wordt ene Allaert Dirckz. herbenoemd als organist. Rond 1550 bouwde de destijds befaamde Niehoff een orgel, dat diverse malen werd uitgebreid maar begin 19e eeuw vervangen werd door een geheel nieuw orgel in de oude kas. Ook dat orgel is in 1975 geheel vervangen door een nieuw orgel, maar wel in de oud-Nederlandse traditie.
Vandaag laten vijf organisten horen wat dit orgel in huis heeft. In totaal wordt van 17 componisten muziek gespeeld: van Bach vijf stukken, van Reger, Heiller en Villiers Stanford ieder twee, van de overige 13 één werk, waaronder transcripties van pianowerken van Liszt en Rachmaninoff, in tijd variërend van de 17e eeuw tot 1996.
Tussen de concerten door is er tijd om even bij te praten, een kopje koffie te drinken op het terras van het oude Stadhuis (in de kern 16e eeuws) en te picknicken in de tuin achter de kerk, onder toeziend oog van Liduina. Hier, op het voormalige kerkhof waar haar graf gevonden werd, staat een modern beeld van haar.
Ik ga de programma’s van de organisten niet met elkaar te vergelijken en geef daarom van iedere organist het stuk dat mij opviel, om welke reden dan ook.
- Tanz Toccata van Anton Heiller
- Postlude van Charles Villiers Stanford
- Evocation II van Thierry Escaisch
- Choralphantasie ‘Halleluja! Gott zu loben’ van Max Reger
- Carillon de Westminster van Louis Vierne
Weet je? Eigenlijk zou ik nog een overzicht moeten maken van de nummers twee en dan de nummers drie. Zullen we het er maar op houden dat ik een geweldige middag heb gehad?




