Dit was de laatste wandeling van Het verhaal van Nederland Oranje. En dat verhaal maakt eens te meer duidelijk dat geschiedenis misschien wel door mannen wordt geschreven, maar dat zonder vrouwen zaken heel anders hadden kunnen lopen. Vandaag is het niet anders.
Maaike Meu, tante Marijke, dat was haar bijnaam onder de Friezen. En het tegeltableau op de zijkant van haar geliefde Princessehof maakt duidelijk dat ze net zo goed grootmoeder van vrijwel alle Europese gekroonde hoofden genoemd kan worden.
Ze was 23 jaar en hoogzwanger toen ze weduwe werd. Een aantal weken na het overlijden van haar man werd haar tweede kindje geboren, een zoon en dus een opvolger. Bij de pakken neerzitten was geen optie en ze werd regentes voor haar zoon. Zij was stadhouder in zijn plaats van Friesland, Groningen en Drenthe. Twintig jaar lang maar liefst. Tot 1731. Toen nam haar zoon het over.
Maar er was meer aan de hand. In 1702 kreeg Willem III, stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelre, Zutphen, Overijssel en Drenthe, tevens koning van Engeland, Schotland en Ierland, een knullig ongeluk. Zijn paard verstapte zich, Willem viel en brak zijn sleutelbeen. Het herstel ging langzaam en op enig moment kreeg hij een longontsteking waaraan hij overleed.
Bij testament had hij zijn neef Johan Willem Friso aangewezen als zijn opvolger. Als Prins van Oranje. Diens beide grootmoeders waren zussen van Willems vader. Hij was in de Nederlanden zijn meest nabije mannelijke verwant, nl. een achterneef.
Maar! In Pruisen was Frederik I koning en hij maakte, volgens hem, ook of als enige, aanspraak op die titel. En inderdaad, hij was een neef van Willem III. Zijn moeder was een zus van Willems vader.
In 1709 was Johan Willem Friso getrouwd met Marie-Louise van Hessen-Kassel. Dynastieke verantwoordelijkheid ging hier hand in hand met liefde. Ze trouwden en er werd een dochter geboren. Friso was veel op het slagveld en daarvandaan werd hij naar Den Haag geroepen. Het is 1711 en op het Hollands Diep gebeurde het tragische ongeval met de zeilpont waarbij hij omkwam. Acht dagen later wordt hij gevonden en een aantal weken later wordt zijn zoon en opvolger geboren.
Marie-Louise is niet alleen regentes, maar ze gaat ook brieven schrijven aan instanties en personen. Ze wil de titel Prins van Oranje veilig stellen voor haar zoontje. De kleine Willem valt in 1717 van zijn paard op het zomerverblijf Soestdijk. Even hangt de dynastie weer aan een zijden draadje, maar hij overleeft het, al zullen de gevolgen van de val later tot zijn dood leiden.
In 1731 wordt haar zoon uiteindelijk officieel stadhouder. Van de drie noordelijke gewesten. In 1732 wordt in een soort koehandel de kwestie ‘prins van Oranje’ geregeld. Willem krijgt de titel en de meeste bezittingen (twee gebieden geeft hij op). Frederik krijgt ook de titel en de meeste schulden. Nu dit geregeld is, wordt Willem een goede partij op de huwelijksmarkt.
In 1733 gaat hij in ondertrouw met Anna van Hannover, dochter van de Engelse koning George II. Dit huwelijk was al in 1721 bekokstoofd, maar nu hij officieel Prins van Oranje was, kon het doorgaan. Afwisselend wonen hij en zijn vrouw in Groningen en Leeuwarden, terwijl Soestdijk hun zomerverblijf is.
In 1740 breekt de Oostenrijkse Successieoorlog en de Nederlanden zijn ook niet veilig.
Terzijde: De Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) was een oorlog waarin onder andere Frankrijk, Pruisen en Spanje tegen de nieuwe Oostenrijkse keizerin Maria Theresia van Oostenrijk en haar bondgenoten vochten. Frankrijk, Pruisen en Spanje meenden recht te hebben op de troon en, niet onbelangrijk, op de grondgebieden.
De Staatse troepen waren op oorlogssterkte, maar leden toch nederlagen aan de zuidelijke grenzen. Er ontstond een vergelijkbare situatie als in 1672, waarbij het volk riep om een boegbeeld, een leider, een Oranje. De regenten zaten in het nauw, maar uiteindelijk in 1747 is Willem stadhouder van de Verenigde Nederlanden. En dat niet alleen, hij is erfstadhouder. Zijn kinderen zullen hem opvolgen, ook in de vrouwelijke lijn.
Hij verhuist naar Den Haag en is niet veel meer in de noordelijke gewesten. Zijn moeder blijft in Leeuwarden wonen, maar op Soestdijk treffen ze elkaar.
Dit verhaal is het einde van de wandelingen door het verhaal van Oranje en vandaag ook het einde van mijn fietsdag.
Het was vandaag prachtig fietsweer, niet warm, weinig wind en een mooi landschap. Over de kwelderruggen van Wehe-Den Hoorn naar Leens en Ulrum. Dan via Zoutkamp Friesland in.
Mooie kerken, oude zeedijken midden in het land, kleine dorpjes en buurtschappen: het lijkt erg op Groningen maar toch is het anders. Er is minder landbouw, meer veeteelt en dat geeft een ander beeld. Het is ook minder grootschalig.
En in de buurt van Kollum een heel merkwaardig monument: voor Foekje Dillema, de hardloopster. Het lijkt bijna een soort Mariakapelletje.
In Veenwouden sta ik ineens voor de Schierstins, de oudste stins van Friesland, uit de 13e eeuw. Ik loop binnen en kan de toren in en het museum dat er bij hoort. Stinsen (van steen, stenen huis) waren in de basis verdedigingswerken of vluchtplaatsen of beide. De Schierstins heet zo omdat deze op enig moment eigendom van de Cisterziënzer monniken van klooster Klaarkamp bij Rinsumageest. Zij droegen grijze ofwel schiere pijen. Vergelijk Schiermonnikoog (eiland van de grijze monniken).
De brug over de Murk is een bezienswaardigheid en dus stap ik voor de zoveelste keer af. Deze laatste brug voor Leeuwarden bij de Elfstedentocht op de schaats is omgetoverd tot een ereboog. Met duizenden tegeltjes met afbeeldingen van deelnemers is een afbeelding gecreëerd van schaatsers. Prachtig.
Langs het inimini dorpje Miedum en pittoreske Snakkerbuorren kom ik uiteindelijk bij mijn hotel. In de Blokhuispoort, de voormalige gevangenis. Ik slaap in een cel.
Maar eerst nog even naar Harlingen. Voor een orgelconcert.
76 km gefietst maakt 927
5,2 km gewandeld maakt 74,9
1 museum bezocht maakt 8
1 kerk bezocht maakt 20
1 orgelconcert bezocht maakt 9











