Vandaag fiets ik dwars door Groningen, van Scheemda naar Leens. Voortdurend verandert het landschap: veenkoloniën, grote kanalen, inpolderingen, riviertjes, kleine dorpjes, een sluisje, een torentje op een oud kerkhof, een klokkenstoel, grote boerderijen, kleine arbeidershuisjes, kerkjes en kerken, borgen en een voormalig kloosterterrein. En de zee!
Het gebied waar ik gisteren doorheen fietste is door de mens ontgonnen, door het veen af te graven.
Vandaag kom ik door een gebied dat voor een groot deel op de zee is veroverd en ingepolderd. Zo leerde ik het al op school: de kwelders (begroeide buitendijkse aanwas die niet meer onderloopt bij vloed) worden bedijkt en dat wordt land. In de 20e eeuw is dat proces stopgezet.
In de 11e tot en met 16e eeuw waren in Groningen 34 kloosters gevestigd. Nu is er alleen in Ter Apel nog een klooster over en in Aduard staat nog een kloostergebouw. Alles is verdwenen in de nasleep van de Reformatie.
Wat achterbleef was het landschap.
Vanuit Duitsland en Utrecht werden in dit gebied kloosters gesticht. Vanuit een klooster werd dan een voorwerk gebouwd, ook wel een uithof genoemd. Een soort boerderij, verderweg van het klooster gelegen, soms in een totaal andere streek.
Vanuit die boederij gingen lekenbroeders aan de slag met het indijken van de kwelders en het daarna in cultuur brengen. Want zo’n kwelder is natuurlijk brak en door het opbrengen van meststoffen en verbouw van zoutminnende gewassen werd het zoutgehalte minder en kon de vruchtbare kleigrond opbrengst geven.
Na verloop van tijd slibden er weer kwelders aan en begon het proces opnieuw. In dit gebied stroomden ook grote en kleine rivieren vanaf de zuidelijke gelegen veengebieden. De grootste daarvan was de Fivel, begonnen als veenriviertje, maar met een enorme monding in de Waddenzee. Die monding verlandde ook en dat hielp het inpolderingsproces.
Behalve vele polders en poldertjes heeft Groningen ook veel dorpen en dorpjes. En buurtschappen. Ook liggen verstrooid in het landschap overal grote en hele grote boerderijen, enorme schuren bedoeld voor de opslag van de rijke oogst. Ik zie zelfs een schuur met zes topgevels.
Mijn route via knooppunten slingert door het landschap, omdat een deel via betonnen fietspaden door de landerijen en langs de maren gaat. Maar is de Groningse benaming van veel watergangen (natuurlijk en gegraven).
In Wittewierum zie ik ineens een klein kerkje op een wierde staan. Ik loop erheen en het blijkt dat op deze plek het beroemde klooster Bloemhof (Floridus Hortus) heeft gestaan. Gesticht in 1211 als klooster Romerswerf door Emo van Huizinge. Een geschil over de stichting deed Emo besluiten naar Rome te gaan en de paus stelde hem in het gelijk. Over zijn reis naar Rome en het klooster heeft abt Emo een kroniek geschreven.
Door strijd en andere onlusten was er in de 16e eeuw van het klooster niet veel meer over en na afbraak kwam er een kerkje op die plek. Dat kerkje bestaat ook niet meer, nu staat er een 19e eeuws neogotisch kerkje met een begraafplaats er omheen. Het ligt op de wierde, met uitzicht om het omringende land.
In Winsum is de Torenkerk open. De kerk is in de basis 12e eeuws. De banken en preekstoel zijn geverfd zodat ze op mahonie lijken en de muren zijn gemarmerd gips en hout. Heel bijzonder is de 17e eeuwse toren die in de kerk is gebouwd en die voorzien is van een trap.
Winsum en Obergum, gescheiden door het Winsumerdiep, vormen een tweelingdorp met een prachtig beschermd dorpsgezicht. Ondanks dat het markt- en muntrecht kreeg in 1057 is het nooit uitgegroeid tot een stad van betekenis, terwijl het wel de potentie had. De Stadjers (uit de stad Groningen) zorgden daar wel voor. Die waakten over hun eigen positie.
Bij Leens kom ik bij Verhildersum, een borg, de Groningse variant van een kasteel of versterkt huis.
Groningen kende in de middeleeuwen geen centraal gezag of een landsheer. Bestuur en met name rechtspraak werd op lokaal niveau geregeld. Oorspronkelijk met roulerende rechters (eigenaren van heerden of boerderijen). Sommigen van deze rechters werkten zich op en gingen hun boerderij versterken en hier uit ontstonden de eerste steenhuizen. Hiermee verschafte men zichzelf maar ook aan omwonenden een zeker mate van veiligheid.
Naarmate geschut beter werd en de beschermende functie van het huis minder werd, werden de huizen uitgebouwd tot luxe buitenverblijven.
Verhildersum is nog voor 1400 gebouwd en het oudste deel is nu nog zichtbaar in de verrassend grote kelder. Ik loop op mijn gemak het huis door, dat is ingericht in de stijl van de 19e eeuwse landadel. Ik vind het verrassend huiselijk. De keuken is een plaatje met het prachtige fornuis en de serviezen. In de slaapkamer zie ik boven het hemelbed een stukje oud behang in prachtige kleuren.
Het laatste stuk fietsen gaat geweldig, omdat ik de wind in de rug heb. Vanmorgen was het vochtig warm en benauwd, rond de middag was het heet en nu is het fris geworden. Ik kom aan in Pieterburen en de kerk is nog open.
De Sint Petruskerk is een robuust Gotisch gebouw, opgetrokken in rode baksteen met grote steunberen rondom. Binnen is de invloed te zien van de heren van Dijksterhuis, de borg die net buiten het dorp lag, de laatste borg die werd afgebroken (1903).
De heren van Dijksterhuis hebben de kerk begiftigd met allerlei houtsnijwerk. De preekstoel, de banken, de herenbank en de heel bijzondere triomfboog die de ingang naar het koor versiert.
In het koor hangen rouwborden van de borgheren en van Diederick Sonoy, geuzenleider en gouverneur onder Willem van Oranje. Het blijkt dat hij op Dijksterhuis is overleden in 1597.
Na het eten ga ik nog een wandeling maken naar de zeedijk. Ik denk terug aan het museum bij borg Verhildersum, waar Ede Staal wordt uitgelicht, de Groningse zanger, bekend van zijn liedjes in de Groningse taal. Ik snap ‘m wel een beetje. Groningen is mooi!
't Is de lucht achter Oethoezen
't Is 't torentje van Spiek
't Is de weg van Lains noar Klooster
En de Westpolder langs de diek
't Binnen de meulens en de moaren
't Binnen de kerken en de beurg'n
't Is 't laand woar ik as kind
Nog niks begreep van pien of zurgen
Dat is mien Laand.. mien hogelaand..
Het binn de meuln's.. t'binn de beurg'n
't Is 'n doevetil, 's durpsstroat
't Is 'n olde bakkerij
't Binnen de grote boernploatsen
Van Waarvum, Oskerd, zo noar Meij
't Is de waait, 't is de hoaver
't Is 't koolzoad in de blui
't Is de horizon bie Roanum
Vlak noa 'n dunderbui
Dat is mien laand, mien Hogelaand.
T Is n mooie oavend in maai
N Kou houst doeknekt in t gruinlaand
Ik heb veur d'eerste moal verkeren
En vuil de vonken van dien haand
De wilde plannen dij ik haar
Komt sikkom niks meer van terecht
Totdat de nacht van t Hogelaand
N Donker klaid over ons legt
Dat is mien laand, mien Hogelaand...
73 km gefietst maakt 851
6,6 km gewandeld 69.7
2 kerken bezocht maakt 19
1 museum bezocht maakt 7



















