Een dag met van alles en nog wat. Dat vat het eigenlijk wel samen. En een stralende dag!
De lucht was staalblauw toen ik naar de trein fietste en vanuit de trein had ik zicht op de prachtige zonsopkomst. En zo arriveerde ik om 9 uur met mijn fiets op de trein in Assen. Koffie en een plak cake en even later reed ik al buiten de bebouwing, bossen, heidevelden, de Drentsche Aa. Ik hou van dit nazomerweer. Nevel op de velden, spinnenwebben met dauwdruppels er op, het lage zonlicht dat een warme gloed aan alles geeft.
Bij Rolde stap ik uiteraard even af om de beide hunebedden te bezoeken. Die liggen vlakbij het kerkhof en de kerk, aan de rand van het dorp.
Via het Ballooërveld kom ik in Anloo waar ik aan de koffie ga. En de prachtige Magnuskerk op de foto zet. De kerk is de oudste van Drenthe (11e eeuw) en de fundamenten zijn hunebedstenen. Even later in het bos zie ik er nog eentje staan aan de rand van het pad.
Dan Zuidlaren. Bij Zuid-Es zie ik al een brink met dobbe en in het dorp zelf is een enorme brink met twee dobbes. (Een dobbe is een drinkpoel voor de dieren, maar werd ook gebruikt als reservoir voor bluswater.)
Bij de kerk stap ik af. De deur is open en er is iemand aan het werk en van hem mag ik even rondneuzen. Heel hoog Gotisch koor, laag Romaans schip, drie prachtige herenbanken, groene banken, koperen kroonluchters.
Als ik Zuidlaren uitfiets ben ik plotsklaps in een andere wereld. De esdorpen en heidevelden laat ik achter me en ik fiets de veenkoloniën binnen.
Langs Hoogezand kom ik bij Zuidbroek en hier pauzeer ik even voor een broodje. En dan kilometerslang langs het Winschoterdiep, tot de aanleg waarvan al in 1612 werd besloten.
In Scheemda stap ik af bij het kleine kerkje uit 1515. ‘Open’ staat er op een bordje aan de deurklink, en inderdaad, even later sta ik in het kleine zaalkerkje. Roodbruin zijn hier de banken, achterin liggen grote bijbels op de banken, er zijn mooie grafzerken, en het plafond is groen met mooie rozetten. Dan verder, want ik wil naar Heiligerlee.
Ooit zijn we er als gezin geweest. Er moet nog ergens een foto zijn van ons kinderen met het beeld van graaf Adolf. Mijn vader heeft toen over de veldslag hier verteld, maar daarvan is niets meer blijven hangen.
Daarom op naar het dubbelmuseum in dit plaatsje. Tegenover elkaar zitten twee musea: over de Slag bij Heiligerlee en een Klokkengieterijmuseum.
Eerst de slag. Hoe zat het allemaal ook al weer?
1566: Het Smeekschrift der Edelen. Aan Margaretha van Parma die namens Filips II landvoogdes over de Nederlanden is wordt gevraagd of de inquisitie kan verminderen en eveneens een verzachting van de geloofsplakkaten. Daar stemt ze schoorvoetend mee in. Tegen de zin van halfbroer Filips.
Later dat jaar golft in een aantal maanden de beeldenstorm over de Lage Landen, alles vernielend in kerken en kloosters wat maar vernield kan worden. Filips laat zijn ijzeren vuist neer door zijn veldheer Alva te sturen.
Oranje heeft lang geaarzeld met hulp aan de Lage Landen, maar de vele hulpvragen en zijn eigen behandeling lieten hem geen keus. HIj besluit tot invasie van de Lage Landen. Hij zal in het zuiden aanvallen, bij Limburg, zijn broer Lodewijk in het noorden bij Bellingwolde.
Oranje slaagt niet, maar Lodewijk wel. Arenberg, de stadhouder in dit gebied (en ooit vriend van Oranje), trekt op naar Lodewijk. Diens leger had (zoals vaker) te kampen met muiterij vanwege achterstallige soldij, maar toch weet hij ze zover te krijgen dat ze het willen opnemen tegen Arenberg’s leger.
Bij Mons Sion, het nonnenklooster in Heiligerlee, laat hij zijn mannen zich verschansen in turfgaten langs de enige weg die hier over de zandrug liep. Over de zandrug gaat een klein deel van zijn leger zogenaamd op de vlucht. Het leger van Arenberg achtervolgt hen en dan komen de soldaten uit de turfgaten met pistolen, musketten en ander oorlogstuig. De Spaanse troepen worden overrompeld en delven het onderspit. 50 man verlies bij Lodewijk, 400 tot 500 aan Spaanse zijde. Een overwinning, met een persoonlijke rouwrand voor Lodewijk en Oranje. Hun jongere broer Adolf was gedood. Het klooster wordt in de brand gestoken en Adolf word5 in Emden begraven.
In Jemmingen, nu vlak over de grens in Duitsland, vindt nog een slag plaats, en hier heeft Spanje de overhand. Deze nederlaag aan Staatse kant was oorzaak van een grote vlucht van edelen en notabelen naar Engeland en Duitsland, waarvan een deel als Watergeus het land weer zou binnenkomen. In die zin is 1568 de start van de Opstand, beter bekend als de 80 jarige oorlog.
Een monument kwam er pas in de eerste helft van de 19e eeuw. Als jonge natiestaat was Nederland op zoek naar samenbindende verhalen van het verleden en zo werd de Slag bij Heiligerlee onder het stof vandaan gehaald. Na een eerste monument, dat al snel verviel, kwam er een tweede dat meer allure moest uitstralen. In typische laat 19e eeuwse stijl ligt een geharnaste stervende Adolf aan de voet van de Nederlandse maagd, met de Nederlandse leeuw aan haar voeten.
Ik stap gauw de straat over naar het andere museum. Dit was van 1795 tot 1980 Klokkengieter Van Bergen en binnen zie je nog de restanten van de oude gieterij. In een filmpje krijg ik uitleg, maar wat een ingewikkeld proces is dat, zeg! Er wordt een binnenmantel van bakstenen gemaakt, waarbinnen een turfvuurtje kan branden, er is een buitenmantel, er wordt met leem een valse klok gemaakt. Er moet voloende brons gesmolten worden en via gietschachten wordt de klok gegoten, in één keer. Toonhoogte is van te voren al bepaald, want grootte van de klok en dikte van de wand bepalen die. De wand wordt bijgewerkt ofwel gestemd.
In de tuin staat een carillon opgesteld dat op het uur speelt en binnen staan klokken, uurwerken en carillons. Verschillende klokken worden door de gids aangeslagen en je hoort gelijk het verschil. En dan mag ik achter een klein beiaard plaatsnemen en speel ik ‘k Zag twee beren broodje smeren.
Als een klein uurwerk de Westminster Slag heeft geslagen, ga ik naar buiten. Op naar mijn overnachtingsadres, in het voormalige Herenhuis Hesse, uit 1792.
75 km gefietst maakt 745
2 musea bezocht maakt 4
2 kerken bezocht maakt 16










