Met de stoomtrein was hij op 11 september 1883 in Hoogeveen aangekomen. Vlakbij had hij in Logement Hartsuiker zijn intrek genomen. Van hieruit schrijft hij:
“In de haven v.h. dorp zag ik heel echte turfschuiten en figuren van schippers. Vrouwtjes met het costuum van hier op ’t hooiveld – best.- Het zal wel nog veel mooier blijken te zijn dieper ’t land in doch voorloopig zie ik al erg goede dingen – zelfs hier.”
Hij was inmiddels 30 jaar oud, teerde op de zak van zijn broer, had geen baan, geen opleiding, geen gezin, al woonde hij samen met een gewezen prostituee en haar kinderen, alleen de grote wens kunstenaar, schilder te worden.
Door zijn werk in de kunsthandel van zijn oom had hij kunstenaars leren kennen. Ook via de niet afgemaakte tekenopleiding in Parijs. En nu was hij naar Drenthe gereisd. Hij wilde vooral kennismaken met Max Liebermann, de beroemde Duitse schilder die wel eens in Zweeloo werkte. (Hij zou er achter komen dat zijn collega’s liever in de zomer kwamen.)
Voorlopig was hij in Hoogeveen en hier zou hij drie weken blijven. En op pad gaan, indrukken opdoen en verwerken. Het landschap deed hem herinneren aan het land van zijn jeugd, de mensen daar.
Ik startte vanmorgen met een fietstocht naar Zwolle waar ik de trein naar Hoogeveen pakte. Het stationsgebouw van toen is vervangen door een jaren ’80-ding. Ik stap meteen op en vertrek naar het centrum van Hoogeveen.
Ik pak TopoTijdreis er bij en dan kun je echt goed zien wat er in de jaren 1960-1970 verdwenen is. Alles om de auto vrij baan te geven.
Hoogeveen was in de 19e eeuw de grootste binnenvaarthaven van Nederland. En nu? Nu moet je water met een lampje zoeken.
De Hoofdstraat? Was een kanaal. De Schutstraat? Idem. Alteveerstraat ook. En de Van Echtenstraat. En Het Haagje… Ja, in de Hoofdstraat is water teruggebracht door middel van een betonnen bak met een stroompje, maar ach…
De Hoogeveense Vaart die vroeger dwars door Hoogeveen liep is zuidelijk verlegd en als ik bij het voormalige Kruis sta, destijds hét centrum van de bedrijvigheid, is het nagenoeg onmogelijk me de tijd van Van Gogh in te beelden.
Een paar panden zijn er nog. Molen De Zwaluw, toen 50 jaar oud, de Hervormde Kerk, het Schippershuus en het Huis met de Duivegaten, allen 17e eeuws in aanleg. Ik fiets ze langs en kom dan bij de Hoogeveense Vaart en ga naar Noordscheschut.
Hier is beter voor te stellen hoe het was. Water, bruggetjes over de zijslootjes, huisjes aan het water, zelfs een nagebouwde plaggenhut. En dan de sluis van Noordscheschut. Dit was ook een kruispunt van waterwegen, maar alleen de Verlengde Hoogeveense Vaart is overgebleven en de rare knik net voor de sluis.
Op naar Hollandscheveld, waar Van Gogh de kerk en het kerkhof heeft vastgelegd. Ook hier is het grote kanaal, het Hollandscheveldse Opgaande, gedempt. Het Hollandsche Veld dankt zijn naam aan de Hollandsche Compagnie die hier de ontginningsconsessie had.
Ik kom door mijn geboortedorp en na familiebezoek ga ik langs het Oostopgaande. In de tijd van Van Gogh is hier net wat bebouwing ontstaan rondom de kruising van de Scheidse Dijk, het Zuideropgaande, het Oostopgaande en het Zwindersche Dwarsgat.
Ik kom weer bij Zwinderen, waar ik dinsdag ook al was. Nu kan ik het dorpje even door. Even jeugdherinneringen ophalen.
Ik fiets door de natte hooilanden van de Geeserstroom en kom via de boswachterij Gees in Nieuw-Balinge en dan in het Mantingerveld.
Het waait behoorlijk en het zonnetje is wazig en soms verdwenen achter bewolking. Ik moet soms tegen de wind in, maar de bebouwing en de bomen en bossen houden de wind behoorlijk tegen.
In Zwartschaap en Stuifzand, net voor Hoogeveen, heeft Van Gogh plaggenhutten getekend, waarover hij een kleine anekdote aan zijn broer schreef.
Om U een staaltje te gevan het echte van deze streek. Terwijl die hut zat te schilderen kwamen er twee schapen en een geit die op het dak van dit woonhuis begonnen te grazen. De geit klom op den nok en keek den schoorsteen in. De vrouw die iets het dak hoorde, schoot naar buiten en slingerde haar bezem naar de geit voornoemd, welke als een gems naar beneden sprong.
Ik bedenk hoe weinig tijd Vincent nog maar had. Hier in Drenthe ontwikkelde hij zijn schildertalent maar al in 1890 stierf hij in Frankrijk aan een schotwond (zelf toegebracht of zit het toch nog anders?)
Hij maakte hier al een aantal bijzondere doeken, maar zou er nog veel meer maken: iconische schilderijen, die nu wereldberoemd en onbetaalbaar zijn, maar hijzelf stierf zo arm als een kerkrat.
Tijd om terug te gaan. In Hoogeveen pak ik de trein naar huis. Maar ik heb nog een plan. En dus zit ik in no time in de trein naar Utrecht. In de Jacobikerk is een concert op twee orgels en mobiele beiaard. Thema: Het orgel klinkt als een klok. En dat klopt. Beiaard- en orgelmuziek wisselen elkaar af en de finale is -hoe kan het anders- Carillon de Westminster van Vierne.
68 km gefietst maakt 576
1 kerk bezocht maakt 14
1 orgelconcert maakt 7






