Het land is superbe, superbe, alles roept U toe: schilder! Zóó echt en zoo gevarieerd.

Ze vonden ‘m naar een rare snuiter. Misschien was-ie wel een moordenaar? Wie zou ’t zeggen? Zo gek bezig met dat tekenen en maar wandelen iedere dag. En hij wilde dat je voor ‘m poseerde, nou ja, zeg!

Vincent woont ca 2 maanden in Nieuw-Amsterdam, in de herberg van Scholte. Hij gaat er op uit, tekent en schildert. Hij probeert zijn weg te vinden als kunstenaar. Hoe moet hij wat hij ziet -nog meer wat hij vóelt- vastleggen in verf.

Hij gaat mee naar Zweeloo maar sjouwt ook over de onafzienbare vlaktes richting Schoonebeek en Nieuw-Schoonebeek, spreekt met mensen die hij ontmoet, zoals de schaapherder met zijn kudde. Dit was het echte, het authentieke waarnaar hij op zoek was.

Maar de armoede van de bevolking ontging hem ook niet. Hele gezinnen woonden in de meest armoedige omstandigheden, in plaggenhutten soms. De mensen moesten hard werken voor weinig. Vincent werd er depressief van, maar in de herberg zocht hij dan zijn heil bij het haardvuur in de keuken. Daar was aanspraak en gezelligheid.

Ook schreef hij veelvuldig aan zijn broer, waarbij hij bleef aandringen op diens overkomst. Hij zag hen samen als schilderende broers door het leven gaan. Dat zijn broer het hem met zijn salaris mogelijk maakte om te leven zoals hij deed, leek hem te ontgaan. Tot zijn broer zijn toelage verminderde. 

De familie Scholte trok tijdelijk in bij de zieke moeder van mevrouw Scholte en Vincent vertrok weer naar Hoogeveen en daarna terug naar zijn ouders. Hij zag er vreselijk tegenop, maar ging wel. Het lijkt er op dat hij terug zou hebben willen komen, omdat hij veel schetsen achterliet.

Vandaag vertrok ik weer naar station Dalfsen. Na de regen van afgelopen avond en nacht, lijkt de wereld wel schoon gewassen, met een strakblauwe lucht en een felle zon. Stuw Vechterweerd passeer ik, een ingewikkelde waterbouwkundige eenheid

In de trein kijk ik naar buiten, naar het voorbijtrekkende landschap. In Nieuw-Amsterdam stap ik uit en ga op pad. Binnen een kilometer kan ik de regenjas aandoen: een klein buitje. Dan volgt een werkelijk prachtige route langs vaarten en kanalen, grote landbouwgebieden, veel eiken. En groene buizen. Van de aardoliewinning. In Schoonebeek staat een jaknikker te pompen (niet echt, hoor!).

De buurtschappen Westerse Bos en Oosterse Bos zijn prachtig in het herfstachtige licht. De grote Saksische boerderijen staan willekeurig aan de straatjes, grote schuren ernaast. Ik kom ogen te kort.

Weiteveen is een relatief nieuw dorp dat in de jaren 1950 pas een naam kreeg: weit van boekweit, veen spreekt voor zich. Hier krijg ik even een kort fel buitje te verwerken. Gelukkig staat vlak buiten het dorp de hypermoderne schaapskooi met een restaurant. Ik schuil even met koffie en wat lekkers.

Na een file achter de kudde schapen rij ik om het Bargerveen heen. Berken, eiken. heide, vennetjes, pijpestrootjes, blauwe lucht met spierwitte wolken: het is zo ontzettend mooi vandaag. Ik blijf het zeggen, maar het is echt zo!

En de rust! Het is hier zo stil. De wind hoor ik, verder niets! Vincent viel dat ook op. Hij schreef daarover het volgende:

Het is hier zoo gansch & al dat wat ik mooi vind. Dat wil zeggen ’t is hier vrede.

Ondertussen is de westenwind flink aangetrokken en ik ga nu westwaarts en dat heb ik geweten. Windkracht 5 zo nu en dan op de kop. En dat langs het Dommerskanaal. Het liedje ‘Op fietse’ van Skik past er goed bij.

Een paar weken geleden had ik bedacht dat ik ook nog wel een vaart met een snikke (een oud vrachtschip) zou kunnen maken en dus had ik online een plaatsbewijs gekocht. Was maar een paar kilometer van de route af. Ja, ja, dat heb ik geweten. Ik moest om 13 uur opstappen in Oranjedorp en ik heb best moeten trappen met die wind. Maar ik was op tijd!

We voeren door het 11 jaar oude Koning Willem-Alexander Kanaal, aangelegd als onderdeel van de Veenvaart, waarmee recreanten makkelijk dit gebied kunnen doorkruisen. Het steekt dwars door de Hondsrug en om het hoogteverschil te overbruggen zijn er twee schutsluizen. De eerste is een spaarsluis, zo genoemd omdat een groot deel van het water dat wordt in- of uitgelaten in een spaarbekken naast de sluis wordt opgevangen voor hergebruik.

De volgende sluis is een koppelsluis. Twee sluizen aan elkaar waarmee 5 meter hoogte wordt overbrugd.

Via het Scholtenskanaal komen we in het Veenparkkanaal, waarmee we het Openluchtmuseum het Veenpark binnenvaren. We gaan uiteraard niet van boord, maar keren en vangen de terugweg aan.

Ik fiets terug via Erica naar Amsterdamsche Veld en vervolg de route terug naar het station. Ik ga niet naar de B&B maar door naar Zwolle en dan naar Kampen. Voor een orgelconcert in de Bovenkerk. De organist van de Keulse Dom speelt een prachtig programma met veel Bach en ander moois. Voor mij een passende afsluiting van de dag.

Vanaf Zwolle fiets ik door de frisse, al donkere avond naar de B&B, met een versluierde bijna eivormige maan aan de lucht. ’t Was weer mooi!


89 km gefietst maakt 508

1 kerk bezocht maakt 13

1 orgelconcert maakt 6


Plaats een reactie