Het is kermis in Den Bosch. Ik loop langs de grote apparaten op de Markt, her en der moet ik glas ontwijken, straatvegers zijn druk in de weer. Ik ga ter kerke in de Grote Kerk van Den Bosch, een sober en groot bakstenen gebouw, gebouwd tussen 1818-1821. Binnen is het zoals ik verwacht bij een protestantse kerk: hoog, wit, kaal op wat kleine kunstwerken na. Panelen achterin vormen een kruis. Voor, tijdens en na de dienst geniet ik van het orgelspel en de preek geeft me stof tot nadenken.
Ik wil nu naar het Designmuseum, maar loop toch eerst de Sint Jan binnen. Er is een folder over 750 jaar koorzang met een QR-code voor de TourCast. Dat lijkt me wel interessant en dat is het ook, maar het blijkt dat het langer duurt dan ik had gedacht. De tekst wordt nl. telkens begeleid door passende prachtige koorzang, waardoor ieder punt al gauw vijf minuten in beslag neemt.
Het loopt tegen 12 uur inmiddels en de koster is druk bezig alles voor de viering in orde te maken. Spontaan besluit ik de viering mee te maken. Het koororgel speelt en het jongerenkoor verzorgt de zang. Zoals altijd in een Rooms-katholieke viering kom ik onder de indruk van de rituelen. De wierook die opstijgt, de aanbidding, de zang. Via het boekje kan ik de teksten volgen en meespreken en zingen. Als de viering voorbij is, vervolg ik mijn TourCast die eindigt in de Maria-kapel, met het 13e eeuwse beeldje van Maria met Jezus, beiden getooid met mooie mantels en gouden kroontjes.
Velen komen hier hun kaarsjes branden en gebed zeggen, zoals al eeuwen wordt gedaan. Pelgrims komen al sinds 1381 naar Den Bosch voor haar verering.
En met die pelgrims kan ik mooi een bruggetje maken naar het Designmuseum. Eerst drink ik in de tuin een Bossche Bol (een lokaal biertje) met wat eten er bij en dan ga ik naar de Grote Vakantietentoonstelling. Want waar je pelgrimage een vorm van religieus toerisme kunt noemen, is voor sommigen vandaag toerisme bijna een religieus gebeuren.
Bij de trapopgang staat een kuiken. Tenminste, een Kuiken, de minicaravan van Kip Caravans uit Hoogeveen, gebouwd in 1954. Het dak kan deels omhoog voor staruimte, een kookplaatje, een kast, twee uitklapbare banken en inklapbare tafel. Ik krijg het al benauwd als ik er naar kijk, maar kan me wel voorstellen dat dit geweldig moet zijn geweest.
Boven wordt het thema verder uitgediept.
Met vakantieaffiches, landkaarten en boeken, stereofoto’s, souvenirs en ansichtkaarten, ski- en badkleding, een Fiat Panda, een tent met toebehoren, camera’s in alle soorten en maten, een hut- en een rolkoffer, een tandem met aanhanger, de typische zeshoekige ANWB-routebordjes en de paddestoelwegwijzers wordt een beeld gegeven van vakantie houden in de laatste 150 jaar.
Confronterend eigenlijk, want je gaat vaak op vakantie naar plaatsen waarvan anderen je een beeld hebben voorgehouden en of dat beeld nou klopt of niet, we gaan toch naar diezelfde plaatsen toe, zetten onszelf op de foto met (vul zelf maar in) op de achtergrond, zoals duizenden anderen dat deden. Toerisme verandert de toeristische trekpleister tot iets wat het niet was.
Op zoek naar authentieke belevingen worden nieuwe bestemmingen gezocht, die hetzelfde lot beschoren zijn.
Ik kom ook grappige details te weten, zoals dat de routes van de bekende zeshoekige ANWB-bordjes in het leven geroepen zijn om autoverkeer te spreiden en bermtoerisme te voorkomen.
Men parkeerde nl. gewoon de auto langs de grote weg, klapstoeltjes, boterhammetjes, thermoskan met koffie erbij en dan kijken naar het verkeer. Dat werd verboden, maar waar moeten mensen met een auto en meer vrije tijd dan ooit naar toe? Dan bedenken we routes gespreid over het land, gekoppeld aan natuur of een thema en dan kunnen ze daar gaan rijden.
Ik weet nog goed dat wij dat vroeger ook deden en dat ik dan altijd degene was die de bordjes mocht opzoeken en mijn vader de richting doorgeven.
Over richting gesproken, ik ga richting huis. Morgen ga ik weer op pad en daarvoor moet ik nog voorbereidingen treffen.
2 kerken bezocht maakt 10
1 museum maakt 2








