De fietsenmaker spreekt me vaderlijk toe: ‘Heb je de sloten van je fiets wel eens geölied?’ ‘Euh…’ zeg ik bedremmeld. ‘Nee, dus. Moet je wel doen, hoor!’ Met dit advies en een slot dat weer open en dicht kan, ga ik terug naar het hotel.
Het StatenHotel, aan de Frederik-Hendriklaan. Passender had ik het niet kunnen uitzoeken. Het is er druk en gezellig als ik aankom.
Ik had er niet eens zo’n heel lange tocht opzitten, maar het venein zat vandaag gek genoeg echt in de staart.
Vanmorgen in Strijen is het mismoedig weer. Warm, bijna 20 graden, en regen. Toch maar alles aan, regenjas, afrolbroek, schoenhoezen. Ik zoek een mooie route uit over de dijken van de Hoeksche Waard en zo kom ik bij de Heinenoordtunnel. Het is koel in de tunnel en met een rotvaart suis ik naar beneden en moet dus ook weer naar boven klimmen.
Aan de andere kant van de Maas gaat de tocht nog steeds over prachtige dijken. Even is het droog maar bij Rhoon begint het weer te regenen. Ik zoek mijn heil bij koffie met een kersenkoek. En ik heb geluk! Daarna blijft het nagenoeg de hele dag nog droog.
Bij Pernis blijf ik nog steeds dijkjes volgen maar ik ontkom niet meer aan de industrie. Overal zie ik pijpen, silo’s, kranen, schepen, vrachtwagens. En dan sta ik bij de Beneluxtunnel. Fietsersbuis dicht! En nu? Gelukkig geeft een voorbijganger raad. Ik mag door de buis voor langzaam verkeer. Er voor de tweede keer suis ik naar beneden.
Bij Schiedam kom ik op een prachtig fietspad door een natuurgebied, langs water, het dorpje Kethel en ineens rij ik langs de Schie Delft binnen. Ik bedenk dat ik de Nieuwe Kerk en het Prinsenhof eigenlijk niet kan laten schieten, nu ik met de Oranjes bezig ben.
Zo gezegd, zo gedaan. Ik was er al een aantal keren geweest, maar telkens imponeert deze kerk. Prachtige glas-in-loodramen, allemaal ‘nieuw’ en enkelen geschonken door Oranjes.
En pontificaal in het koor, op de plek waar ooit het hoofdaltaar heeft gestaan, staat een immens praalgraf. Voor Willem van Oranje. Tweemaal is hij erop afgebeeld. Overleden rustend op zijn baar, bontgevoerde mantel, pantoffels, keppeltje. En middenvoor als veldheer, met veldheerstaf en harnas. Eigenlijk is het een soort altaar voor hem.
Iets verder op, bij de Oude Kerk, staat het voormalige Agathaklooster, waar Willem na zijn verbanning tussen 1572 en 1584 vaak verbleef. Er is een kleine tentoonstelling over hem en zijn directe nakomelingen. En natuurlijk is daar de trap met de zo beroemde kogelgaten. Hier op deze trap is het gebeurd, een politieke moordaanslag en de eerste in de wereldgeschiedenis met een handvuurwapen.
Ik stap weer op. De zon schijnt en langs het Rijn-Schiekanaal vertrek ik naar Rijswijk. Bij Attractiepark Drievliet sla ik links af naar de Haagse Trekvliet (vandaar de naam). En dan komt het lastigste stuk fietsen van vandaag. Natuurlijk is het druk, maar de tramrails en de vele, vele verkeerslichten maken het een hindernisloop.
Na het douchen vertrek ik gauw weer, want ik heb plannen. Met de tram richting het Malieveld, waar de podwalk begint. Focus ligt op twee vrouwen die van het dorpje Die Haghe een waar hof maakten.
Maurits was hier vaak als legercommandant en het dorp had dan ook veel weg van een legerkampement.
Oomzegger Frederik van de Palts, dochter van zijn zus Louise Juliana, was koning van Bohemen en hij kwam in de problemen. Maurits en de Staten-Generaal wilden hem en zijn vrouw wel opvangen.
Op de Lange Voorhout staat het huis nog, Huis Bohemen. Echtgenote Elisabeth, dochter van de koning James I van Engeland, bracht een groot gevolg mee, passend bij haar status: koningsdochter en koningin (ook al was ze dat maar één winter).
Er kwam een hofleven op gang in Den Haag, met kunst, theater, muziek, feesten, gala’s en partijen.
Eén hofdame zou heel belangrijk worden: Amalia van Solms, van hoge Duitse adel, maar verarmd. Zij trok wel de aandacht van Frederik-Hendrik, maar toch had hij geen trek aan trouwen. Tot broer Maurits dreigde dat prinsentitel, kapiteinsschap en erfenis aan zijn neus voorbij zouden gaan. Ineens was Mooy Heyntgen (zoals hij werd genoemd) wel bereid om te trouwen. In de Kloosterkerk.
Amalia begon met haar voormalige werkgeefster te wedijveren. Als één van beiden iets liet uitvoeren, deed de ander dat een paar weken later ook. Ze bestelden gelijkaardige schilderijen van zichzelf als godinnen of mytische wezens. Elisabeth was dan wel van koninklijke bloede, zonder geld kom je niet ver. Zij maakte schulden om mee te blijven doen. Maar Amalia’s ambitie ging verder, en dat haar man er bij de Staten-Generaal had doorgedrukt dat zijn zoon hem zou opvolgen hielp daarbij.
Amalia onderhandelde met nieuwe koning van Engeland, Charles I, broer van Elisabeth. Het lukte haar om diens negenjarige dochtertje aan haar 14-jarige zoon te koppelen en iedereen voor een voldongen feit te plaatsen. Elisabeth was woest. Zij had Mary als bruid voor haar eigen zoon gewild.
Amalia werd in 1647 weduwe en haar rol leek voorbij. Frederik-Hendrik wilde haar als zijn opvolger. Haar vertrouwde hij volledig en zijn roekeloze zoon heel wat minder. Maar de Staten-Generaal zagen dat niet zitten en Willem II werd stadhouder.
HIj was eigenlijk te laat geboren. Hij wilde oorlogsheld zijn, aanvoerder in de strijd, stedendwinger als zijn vader, maar in 1648 werd de Vrede van Westfalen gesloten en was de oorlog met Spanje over. Hij deed nog wat pogingen om oorlog te voeren, maar in 1650 overleed hij aan de pokken, zonder erfgenaam. Tenminste…?
Mary was na twee miskramen voor de derde keer zwanger. En acht dagen na het overlijden van zijn vader komt Willem ter wereld.
Oma Amalia is een grote aanwezige in zijn opvoeding, al is Mary officieel zijn vertegenwoordiger. Het is het Eerste Stadhouderloze Tijdperk. De Staten-Generaal kunnen zelf alles besturen.
Amalia maakt in het Haagse Bos van het zomerverblijf een monument voor haar man. In de centrale Oranjezaal wordt hij op allerlei manieren afgebeeld als mytische held en krijgsheer.
Haar ambitie is dat een nazaat koning wordt en dat gebeurt: kleinzoon Willem III wordt koning van Engeland, Schotland en Ierland. En al sterft Willem kinderloos, het huidige koninklijk huis stamt van Amalia af. Via dochter Albertine-Agnes.
Trouwens, ook de nazaten van Elisabeth zitten op de troon, in Engeland. Via dochter Sophie. Soort van 1-1?
De wandeling is ten einde. Ik ben weer op het Malieveld en stap op de trein naar Delft. Ik ga naar de Oude Kerk voor een orgelconcert.
63 km gefietst maakt 238
8,1 km gewandeld maakt 25,5
2 kerken bezocht maakt 5
1 museum bezocht maakt 2
1 orgelconcert












