Textiel: ‘al wat geweven is’, van het Latijnse ‘texere‘ dat weven betekent.
Weven: het vervlechten van draden of groepen draden tot een stuk textiel. En dat kan dus ook haken of breien zijn. Ook daarmee vervlecht je draden.
Ik heb als kind op school allerlei handwerken geleerd: borduren, naaien, haken en breien. Naaien (met de hand of met de machine) was niet echt mijn ding. Borduren en haken wel, en breien vond ik ook wel leuk. Maar zoals dat gaat, jarenlang deed ik niets meer met die vaardigheden. Tot een paar jaar geleden.
Van het een op het andere moment besloot ik om weer te gaan haken. En meteen maar een sprei in 100 kleuren. Dat smaakte naar meer.
Toen kreeg ik ook aardigheid aan zelf kleding te maken. Dus sokken breien, en nu zelfs truien en shirtjes. Het kan raar lopen.
En vandaag zit ik op deze prachtige zomerdag de hele dag binnen. Voor een workshop weven.
Vlechten is ook weven en natuurlijk die matjes vlechten met stukjes papier op de kleuterschool. Iedereen heeft dat wel eens gedaan.
Maar vandaag krijg ik een klein maar echt weefgetouw. De schering is door de docent al ingeregen op basis van mijn kleurvoorkeur, maar zelf mag ik de inslagen bepalen. En met keuze uit meer dan 60 kleuren, betekent dat, dat je je toch moet beperken.
Met het hevelriet zorg je er voor dat de draden zich scheiden, waardoor er een linnenbinding ontstaat. Linnenbinding is de basis van het weven. Een op, een neer, volgende inslag omgekeerd.
Met een spoel rijg je het garen tussen de scheringdraden door. Met het hevelriet sla je de draad aan en dan wordt het verzet en dan rijg je de draad terug. We krijgen tips voor aan- en afhechten, voor kleurgebruik, en voor hoe je het beste kunt zitten.
Want daar kom je al snel achter: het is intensief werk en je rug heeft het te verduren.
Aan het eind van de dag ga ik naar huis met een zelfgeweven sjaal en met veel meer begrip van hoe textiel in elkaar zit. Hoeveel technieken er bij komen kijken, hoe ingenieus al zo’n klein weefgetouw is. En hoeveel je kunt met weven. Denk aan damastweven, jaquardweven, tartans en nog veel meer.
Toen ik in 2021 in Eindhoven in het preHistorisch museum was, stond daar een jurk tentoongesteld. Helrode en lichtblauwe blokjes wisselden elkaar af in een prachtig patroon.
Het was gebaseerd op originele textielresten, gevonden in een graf dat gedateerd wordt op ca. 800 v.Chr., in de buurt van Uden in 2011. Heel bijzonder omdat textiel zo kwetsbaar is, dat het vrijwel de tand des tijds niet kan doorstaan.
Maar hier waren zelfs de kleuren nog te identificeren. Rood kwam van de Poolse cochenille (een soort schildluis) en het blauw van wede, een plant.
Er moet ontzettend veel tijd in deze jurk gestoken zijn. Het spinnen van het garen met een spintol, het verzamelen van voldoende verfstoffen, het verven en daarna het weven van de stof en het in elkaar zetten. Laat je toch wel even anders kijken naar je blouse of shirt, toch?
Dat is schering en inslag: dit spreekwoord komt inderdaad direct uit de weverij. Het betekent dat iets heel vaak gebeurt, maar meestal met een connotatie dat het niet goed is. In weven is schering en inslag juist de basis, en dus heel goed.




