Als ik uit de trein stap is het tijd voor een paraplu. Het is warm en het regent. Een dikke lucht zit in het westen en bijna thuis ruist het flink op de plu.
De hele middag zat dit er al aan te komen. Boven de stad werd de lucht dikker en zwarter, maar gelukkig zag ik via Buienradar dat het wel zou meevallen.

350 jaar geleden viel het niet mee en men had ook geen Buienradar om te kijken wat er aan kwam. Of manieren om elkaar snel te waarschuwen voor het naderende onheil op deze broeierig warme dag met een blauwe lucht. Want dat was het: onheil in de vorm van een verwoestende storm.

Op 22 juli 1674 was het stormveld ontstaan boven Noord-Frankrijk ( in het gebied tussen Straatsburg en Fontainebleau). Het stormveld naderde in de vorm van een boogecho (een boogvormig buiencomplex) met extreme regenval, gigantische hagelstenen en verwoestende windvlagen waaronder valwinden die alles neermaaiden wat in hun pad kwam.

In Utrecht was het een biddag en tegen zeven uur ’s avonds liepen de kerken leeg. Het was warm en vochtig en ogenschijnlijk was er niets aan de hand.
Tot de lucht zwart werd, het begon te waaien en te regenen en te hagelen. Donder en bliksem wisselden elkaar af en de genadeklap kwam in de vorm van enorme valwinden.
Drie kwartier en toen was het voorbij en degenen die toen naar de stad keken zagen een puinhoop. Ooggetuigen zeggen dat maar 50 panden de storm onbeschadigd hebben doorstaan. De molens op de stadswallen waren allemaal omgewaaid. De kaatsbaan was ingestort, brouwerij de Boog vernield. De torens van de Pieterskerk waren in de kerk gevallen, de Duitse Huis-kerk was ingestort, het dak van de Buurkerk was totaal kapot, een toren van de Nicolaikerk was ingestort, maar de Dom was er nog.
Tot men beter keek. Ja, de toren stond nog, ja, het koor en transept ook, maar het schip? Twee meter hoog waren de pilaren nog maar, ééntje zelfs verwrongen, de rest was puin en gebroken glas.

Op de lagere school werd het feit dat de Domkerk het schip miste op een feitelijke manier verteld. Er kwam een tornado en wooshj, kerk weg. Meer niet.
Vandaag in het Utrechts Archief bekijk ik een tentoonstelling waarin in acht verhalen de Storm ten tonele wordt gevoerd en dan krijg ik een veel completer beeld.

Utrecht was een trotse middeleeuwse stad, met een rijkdom aan kerken en torens. 1672, het Rampjaar was voor Utrecht rampzalig geweest. De stad was door de Fransen overlopen en door brandschatting te betalen kon men verder omheil voorkomen. Maar de kas was toen wel leeg.
Toen in 1674 de stormramp de stad en de wijde omgeving trof, was het een hele toer om puin te ruimen. Dat deed men door van de gilden mankracht en vervoer te eisen. Bijvoorbeeld zes karrevrachten van het voerliedengilde, zoveel dragers van de dragersgildes. En gevangenen konden hun straf afkopen/verminderen door mee te helpen (taakstraf avant la lettre). Beetje bij beetje werd de stad leger en leger.
Het schip van de Dom werd dichtgemetseld. De gelden hiervoor bracht men bijeen door het puin voor de sloop te verkopen. Er waren altijd mensen die koper en stenen konden gebruiken.

En zo bleef de kerk achter, de toren ongeschonden, het koor en transept met een muur dichtgezet, met het schip als puinhoop ertussen. Op tekeningen van de Utrechtste kunstenaar Saftleven is heel goed te zien hoe Utrecht er uitzag in de jaren direct na de ramp en later hebben vele andere tekenaars vooral de Dom vastgelegd.

Pas begin 19e eeuw werd het restant van het schip geheel gesloopt en ontstond het Domplein. Eigenlijk een onbestemd plein, letterlijk, want het was niet bestemd tot plein, maar als kerk. Het waait er ook altijd.

Na het bezoek aan het Utrechts Archief loop ik met een soort podwalk door Utrecht: Tempeest Tastbaar. Ik loop een grote ronde door de oude stad en wordt op diverse plekken gewezen op wat er gebeurd is en wat je nu nog kunt zien van de storm.

Om iets voor half vier loop ik de Dom binnen, voor het zaterdagmiddagconcert. Waar vroeger het hoogaltaar stond zit ik op een stoel te luisteren naar een heerlijk concert, waarin de organist ook improviseert en wolven kan laten horen op het orgel. Hij eindigt met het prachtige koraal en fuga van Guilmant.

In de tenstoonstelling wordt onderstaand filmpje vertoond waarin Maarten van Rossem vertelt over de stormramp.

Op donderdag 1 augustus 2024 werd in de Domkerk met een bijzonder concert herdacht dat het die dag precies 350 geleden was dat de stormramp Utrecht trof. En ja, die datum klopt. In 1674 hanteerde Utrecht nog de Juliaanse kalender, terwijl andere steden en streken van Nederland al op de Gregoriaanse kalender waren overgegaan. 22 juli 1674 in Utrecht was 1 augustus 1674 in Amsterdam.
Een Britse componist heeft speciaal voor deze herdenking ‘Tempestas in Memoriam’ gecomponeerd, een stuk voor vier orgels, één in Engeland, twee in Duitsland en het orgel van de Dom. Ingenieuze techniek maakt het mogelijk om de orgels gelijktijdig en op dezelfde toonhoogte te laten horen.


Plaats een reactie