Het zonlicht valt door de hoge ramen naar binnen en tovert kleine kleurige vlekjes op de stenen vloer terwijl de majestueuze koperen kroonluchter een soort veelkoppige monsterschaduw wordt. Opvliegende duiven verstoren de zonnige vlekjes als hun schaduwen voorbij vliegen. Ik luister naar orgelmuziek (Bach) en voel dat ik lichamelijk in slaap val terwijl ik wel de muziek blijf horen. Ultieme ontspanning op deze zonnige en warme zomerdag.
Ik ben in Doesburg, op de helft van de Gelderse IJssel-orgeltocht.
Voor vandaag had ik niet veel meer dan vage plannen, tot ik vanmorgen vroeg wakker werd. Slapen kon ik vergeten, dus dacht ik aan een orgeltocht vanuit Hoog-Keppel, waarover ik gelezen had. Even de NS-app checken en het moet lukken. Fiets mee op de trein en in Wehl eruit.
Het is nog heerlijk koel en door het prachtige landschap kom ik al snel bij Laag-Keppel, aan de Oude IJssel. Kasteel Keppel piept net tussen de bomen door.
Strakblauw is de lucht als ik over een fietspad langs de Oude IJssel naar Hoog-Keppel fiets naar de Dorpskerk. Aan de Brink staat dit mooie kerkje, op een rivierduin, omringd door een kerkhof, met uitzicht over de landerijen.
Hier start de orgelfietstocht. We krijgen een knooppuntenroute uitgereikt met tijden en plaatsen, er is koffie met een vulkoek en dan gaan we van start.
Keppel, de naam is afgeleid van kapel. Hoog en Laag waren vroeger Oud en Nieuw, toen nog gescheiden door een meander van de IJssel. De Dorpskerk was gewijd aan Petrus en Paulus, en moet er al in 1310 gestaan hebben toen de heer van Keppel een Mariakapel aan de kerk schonk. De beide zijbeuken zijn afgebroken in het midden van de 18e eeuw. Daardoor zijn de grafkelders van de adellijke families buiten het huidige gebouw komen te liggen. De toren is gebouwd met tufsteen van de kapel die er stond voordat de kerk werd gebouwd.
Het kleine orgeltje stamt ook uit de 18e eeuw en was een cadeau van de baron van Pallandt van Keppel, de bewoner van het kasteel. Het houtsnijwerk is verguld en steekt mooi af tegen de witte kas.
De muziekkeuze verrast met een jazzy stuk en muziek uit Harry Potter.
Door het glooiende landschap fietsen we na een paar minuten Drempt binnen. De naam zou van het Germaanse ‘tremethe’ afstammen, dat einde betekent (van de handelsweg naar Hessen). Of van drom of drum, verwant met het Latijnse ‘terminus’: einde van een stuk grond.
De Sint Joriskerk van Drempt ligt aan een drukke weg, maar aan de achterzijde kijk ik uit op de landerijen. Het is een groot gebouw en ik zie er niet meteen aan af dat het schip relatief nieuw is. Al in de 8e eeuw werd op deze plek een kapel gesticht die in de 11e eeuw werd vervangen door een kerk. De toren van die kerk staat er nog, maar de kerk werd in de 14e eeuw vervangen door een grotere en in de 15e eeuw kwam er een koor. Het bouwvallig geworden schip werd in de 19e eeuw herbouwd, maar medio 20e eeuw teruggebracht naar de oorspronkelijke situatie.
Ik loop om en door de kerk en mijn oog valt op bijzonder beeldhouwwerk. Tussen pilaren en de gewelfbogen zitten kleine consoles die de zeven deugden, de zeven doodzondes en de vier evangelisten voorstellen.
Ik zoek een plekje in het koor om te luisteren naar het volgende concert. Het 18e eeuwse orgeltje heeft 17e eeuws pijpwerk uit een orgel uit de Eusebiuskerk in Arnhem. De kas zou door een plaatselijke timmerman gemaakt zijn. Helaas heeft de warmte invloed op de tongwerken die daardoor valsig klinken. Geeft niet, ’t is toch mooi.
Doesburg: Hanzestad aan de IJssel. Bij de Waag zet ik mij aan koffie met een fiks stuk taart. En dan de koele Martinikerk in. Over deze kerk en het hoofdorgel heb ik in 2022 deze blog geschreven.
Behalve het grote orgel heeft de kerk nog twee orgels. Een koororgel van Flentrop uit 1953 en een Freytag kabinetorgeltje uit de 18e eeuw. De organist vertelt enthousiast over zijn orgels en geeft op elk orgel een prachtig concertje.
Ik zit in het koor naast het kabinetorgeltje en verbaas me over de zeggingskracht en de prachtige klank. Ik blijf zitten waar ik zit als het Flentrop orgel aan de beurt is. Orgels van Flentrop zijn neo-barok en kunnen erg scherp en schel zijn, maar nee, de barokmuziek van Bach en Buxtehude wiegt me in slaap.
15 km fietsen over de IJsseldijk is met dit weer geen straf. Het uitzicht is prachtig en de wind zorgt wat afkoeling. Bij het Wapen van Bronkhorst is het tijd voor de lunch en dan kunnen we in de kleine kapel genieten van een kabinetorgel. En inderdaad, als de deuren dicht zijn, zou je verwachten dat het een linnenkast was.
Het kapelletje is klein en stamt uit de 14e eeuw, gesticht door de heer van Bronkhorst, vlakbij zijn kasteel. Na brand is het hersteld, vandaar het 17e eeuwse uiterlijk.
Het orgel is van Hinsz, waarschijnlijk gebouwd voor een boer in zuidelijk Duitsland. Na omzwervingen staat het hier en het is fantastisch om naar te luisteren.
Het wordt warmer en warmer maar Steenderen is nog geen twee kilometer. Aan het plein ligt daar de Sint Remigius, omgeven door mooie bloemperken. De 15e eeuwse kerk is groot en de pilaren van het middenschip blijken te rusten op de fundamenten van een kleinere 12e eeuwse tufstenen voorganger.
Helaas wordt het grote orgel niet bespeeld. Het is in een te slechte staat. In plaats daarvan krijgen we drie kistorgeltjes te horen. In het koor staan ze opgesteld. Ik ga op een stenen rand zitten, rug tegen de stenen muur (lekker koel!) en kijk naar de muzikale stoelendans van de organist. Na elk stuk of elke twee stukken gaat de organist naar het volgende orgel, kruk mee.
Na 14 km ben ik weer bij de trein. Onderweg, in Hummelo, zie ik een standbeeld voor muzikanten van een iets ander slag: Normaal.











