Het leuke van fietsen door Nederland is dat je echt op allerlei plaatsen komt. En vandaag was niet anders.
Om 5 uur ging de wekker en om iets voor zessen zat ik op de fiets, voor een lange tocht.
Tot aan Dodewaard ging het lekker over de Waaldijk, met windkracht 4 schuin achter. De zon kwam even door en uiteindelijk kon mijn trui toch uit. Van fietsen krijg je het warm.
Vanaf Dodewaard moest ik even van de bekende paden af. De versterking van de Waaldijk zorgt ervoor dat ik pas bij Oosterhout weer op de dijk kan.
Bij Hotel Lent is het tijd voor pauze. 43 km op de teller en dan smaakt een uitgebreid tweede ontbijt prima. Als ik ga zitten zie ik door het raam twee scholeksters druk foerageren in het gras. Goed voorbeeld, zullen we maar zeggen.
Vanaf Lent volg ik de Waaldijk weer en met prachtige vergezichten over de rivier. Ik volg nu een knooppuntenroute en daardoor kom ik door wat er over is van de Bemmelsche, Gendtsche en Ooirijksche Polder. Kleiwinning en nu zandwinning hebben het gebied veranderd in grote recreatieplassen.
Het gebied is deels een relict uit de Koude Oorlog, onderdeel van de IJssellinie. Het belangrijkste onderdeel van de installaties bij Bemmel was een verplaatsbare stuw, die de Waal moest indammen om zo rivierwater naar de IJssel te dwingen.
Er waren drie stuwen (Objecten) in Rijn, IJssel en Waal.
Object I bij Bemmel was de grootste stuw (230m lang en 30m breed) en deze bestond uit 26 caissons. Het hele gevaarte werd ‘geparkeerd’ in een speciale caissonhaven. Zou er oorlog komen, dan moest de stuw uit de haven worden gesleept. Dat zou tussen twee bruggenhoofden in de Waal worden geplaatst en gevuld met zand door speciaal hiervoor klaarliggende zandzuigers. Hierdoor zouden de Waal en de Rijn worden afgesloten en zou een watervlakte van 120 km lang en 10 km breed ontstaan.
De kwetsbare stuw werd verdedigd door een netversperring in de Waal die torpedo’s moest opvangen, er waren bunkers met luchtafweergeschut gericht op mogelijke vliegtuigen en voor de grondverdediging werden oude Shermantanks hergebruikt in betonnen kazematten. Ik zie drie van deze kazematten, een mal gezicht eigenlijk, een groen heuveltje met daarop een geschutskoepel. De tank zit in het heuveltje, in beton gegoten.
Ook de weg waarover ik fiets en die onschuldig Buitenpolder heet is onderdeel van die verdediging. Het is een overlaatdijk met een dikke laag asfalt, waardoor de dijk bij een overstroming niet wegspoelt, die ook wel Defensiedijk genoemd wordt.
Er dreigt regen en ik hannes wat met regenjas, trui en bodywarmer, maar het blijft toch wel droog, maar erg fris. Blijven lachen is het advies van de veerbaas als ik oversteek naar Pannerden.
Want daar ben ik inmiddels, op ’t Gelders Eiland, volgens het welkomstbord. En inderdaad dit gebied was een eiland, begrensd door Rijn, Oude Rijn en Pannerdensch kanaal. Nu heeft het vier verbindingen met de rest van Gelderland.
Ik fiets over een prachtig dijkje door Aerdt en dan langs Herwen. Hier staat een schitterend 17e eeuws huis, Huis Aerdt, gebouwd op de fundamenten van het middeleeuwse Slot Ter Cluse. Dat had de 80 jarige oorlog niet overleefd.
Behalve dat het mooi is, is het eigenlijk de bakermat van Rijkswaterstaat. Tussen 1743 en 1819 woonde hier Godefridus van Hugenpoth, een grootgrondbezitter met recht van windvang. Hij alleen mocht een molen bouwen en dus wind vangen. En iedereen moest bij hem graan laten malen. Een dwang- of banmolen dus.
Eind 18e eeuw was Van Hugenpoth Inspecteur-Generaal van de opperrivieren en dijken van de Bijlandse Waard. En in die functie zorgde hij voor de aanleg van het Bijlands Kanaal. Als grootgrondbezitter had hij daar ook alle belang bij. Herwen lag toen dichtbij een scherpe bocht in de Oude Waal en zijn landerijen stonden ’s winters vaak blank.Een kanaal tussen Tolkamer en Millingen kon dijkdoorbraken voorkomen. En bovendien zorgde het kanaal voor stabilisering van de waterhuishouding in het westen van het land.
Ik schiet lekker op en ga bij Babberich de grens even over naar Elten. Daar zie ik een rijtje Nederlands aandoende jaren ’50 woningen. Tuurlijk, Elten is een aantal jaren Nederlands geweest, als compensatie voor de schade van de Tweede wereldoorlog.
Ik schamp langs Stokkum en op de voorburcht van Huis Bergh lunch ik bij de Heeren Dubbel. Het kasteel staat in de steigers en gaat volgend jaar weer open.
Het coulissenlandschap breekt de wind steeds meer waardoor ik uiteindelijk in Winterswijk aankom, mijn doel van vandaag.
Waarvoor? Dat lees je hier.
Opmerkelijk:
- Elten was vanaf 1948 Nederlands, maar op 31 juli 1963 werd het weer Duits. Dat leidde tot de Boternacht of de Eltense Butternacht. In de week vooraf werden honderden vrachtwagens in Elten geparkeerd, vol met vooral koffie en boter. Ook werd elke beschikbare ruimte volgestouwd. En op 1 augustus 1963 stond alles in Duitsland, zonder ooit de grens te zijn gepasseerd én zonder dat er een cent invoerbelasting hoefde te worden betaald.
- Dat woordje kazemat? Waar komt dat nou vandaan? Met veel stelligheid werd op het informatiebord bij de Sherman-tankkazematten beweerd dat kazemat komt van het Italiaanse casamatta en het Spaanse casamata, beide afgeleid van het Byzantijnse begrip chasmata. Het etymologisch woordenboek is minder stellig: Via Frans casemate ontleend aan Italiaans casamatta ‘ruimte onder vestingwal’. Verdere etymologie onzeker, maar waarschijnlijk met volksetymologische invloed van casa ‘huis’, ontleend aan Grieks khásmata, van khásma ‘grote ruimte, kloof, muil’.



