De kers is een kleine, bolvormige vrucht die meestal een pit bevat. Technisch is het een steenvrucht van het geslacht Prunus (subg. Cerasus). De kriek is een variant, deze is een zure kers (zie de officiële flora: rozenfamilie (rosaceae)). Ook is er een witte kers: de witbuik.
Tot zover Wikipedia.
Ik zit uit te puffen in het zonnetje, 0.0 biertje en bakje kersen erbij. Het leven is even heel goed. Ruim 110 km op de teller. Ik heb nl. niet de hele tocht gereden, maar niet verder vertellen, hoor!
Vanmorgen om 8 uur stond ik bij de start van de Kersentocht die vanuit Tiel een grote ronde door de Betuwe zou gaan maken. Ik kreeg een zakje mee met van alles: energiegel, noodnummer, consumptiemunt en een bonnetje voor een bakje kersen bij de finish.
Het weer had niet mooier kunnen zijn. Het is bijna windstil als ik begin, heerlijke temperatuur en mooie luchten. De tocht maakt een hele grote slinger vanuit Tiel eerst westwaarts en dan oostwaarts. Gelukkig maar dat de wind uit het oosten en later zuidoosten komt.
Onderweg kom ik natuurlijk allerlei grote en kleine(re) kersenkramen tegen. Die van Hakkert aan de dijk tussen Buurmalsen en Buren is heel groot. Hier kun je ook goed zien hoeveel verschillende soorten kersen er zijn, allemaal met hun eigen naam, smaak en oogsttijd.
Van het boomfruit is de kers de eerste die bloeit en ook de eerste die geoogst wordt. Na de prachtige bloesem een paar maand geleden zijn de kleine vruchten nu klaar voor de pluk . En om op te eten.
De kers wordt in Nederland vooral in de Betuwe geteeld. Na de Tweede Wereldoorlog werd de teelt wel minder. De bomen worden nl. erg groot en zijn daardoor arbeidsintensief met de oogst. Door het enten op zwakke onderstammen heeft men de groei van de bomen kunnen beperken en komen de bomen ook eerder in productie, waardoor de kers toch weer volop geteeld wordt.
De vorst in het voorjaar kan roet in het eten gooien. De kers kan niet worden beregend, zoals met appels en peren wel gedaan wordt. Het bevriezende water vormt dan een beschermend ijslaagje om de knop en beschermt die zo tegen de vorst.|
Zou je kersenboomgaarden gaan beregenen tegen de vorst, dan krijg je alleen maar ellende. De schimmel komt in de knoppen en de oogst gaat verloren.
Kersenboomgaarden zijn goed te herkennen aan de grote stellages met daaroverheen gaasdoek dat de kers beschermt tegen de ergste vorst door het microklimaat dat onder het doek ontstaat.
Zijn er eenmaal vruchten, dan beschermt het doek ook tegen de vogels, die best een kersje willen meepikken.
Er wordt zo her en der nog wel eens geschoten met een luchtkanon om de vogels te verjagen, maar dat neemt steeds verder af.
Toen ik net in Tiel woonde, medio jaren ’90, waren luchtkanonnen nog volop in gebruik en ik schrok me het eerste voorjaar ‘s-ochtends een hoedje van dat geknal. Voordat je dan door hebt, waar dat vandaan komt, en waarom…
Het woord kers is een ontlening aan het Latijn ‘cerasus‘, dat zelf ook een leenwoord is. Van het Griekse ‘kérasos’ dat zoete kers betekent en dat is waarschijnlijk een Anatolisch leenwoord.
Want waar komt de kers vandaan?
Dan moeten we terug naar de Romeinen, want die hebben de boom meegenomen naar onze streken. Zij leerden de boom en de vrucht kennen in de 1e eeuw na Chr. aan de zuidelijke Zwarte Zeekust, waar de boom inheems is.
Aan die kust ligt een stad met de naam Girason. In Oudgrieks heette deze stad Kerasous en in het Latijn: Cerasus.
De naam zou afkomstig zijn van de vrucht kers die hier vroeger in grote hoeveelheden werd geteeld.
Of van kerestan, Oud-Grieks voor hoorn, omdat de stad op een schiereiland ligt. Dat is dus weer: wie het weet, mag het zeggen. Heerlijk, etymologie!


