Om zes uur ben ik klaarwakker, ondanks de korte nacht. Ik blijf nog even liggen, maar het is mooi weer, zie ik, en vanuit mijn kamer zie ik de Rijn.
We zijn in Monheim, in een hotel dat aan de oever van de Rijn staat. Dus ik ga eruit, eerst ontbijten, dan wandelen.
Langs de Rijn is een mooie boulevard aangelegd met een aantal kunstwerken en ik loop even naar het centrum van het stadje. Ook hier is in de Tweede wereldoorlog veel schade aangericht. De ogenschijnlijk Romaanse kerk blijkt neo-romaans te zijn, uit 1953. Toch is het een vriendelijk stadje. En heerlijk rustig, zo vroeg op de dag.
Twaalf uur later zit ik aan de Rijn, in Düsseldorf, bij de Oberkasseler Brücke, op een brok steen. Boven me denderen de trams over de brug, ik hoor auto’s, voor me schepen over de Rijn, aan de overkant het voetbalgebeuren op de Rijnoever.
Ik eet een Laugenstange en een Brezen en geniet van de relatieve rust.
Lekker vroeg kwamen we vanmorgen aan in Düsseldorf voor een concert in de Sankt-Lambertus. Het is waarschijnlijk het oudste gebouw van Düsseldorf en bevat enkele zeer oude Mariabeeldjes (ca 1100 en begin 14e eeuw).
De kerk heeft een merkwaardig gedraaide spits en die is na de Tweede Wereldoorlog expres zo gebouwd. De torenspits was al een keer vernieuwd, maar bij de bouw werd toen vers hout gebruikt, dat begon te werken met een draaiing als gevolg.
Het orgel bestaat uit twee delen en de organist bespeelt beide vanaf de speeltafel in het koor.
Ik besluit voor het Mariabeeld achter het koor te gaan zitten, omdat de kerk vrij klein is en het orgel vrij groot. Zo breekt de constructie van de kerk het geluid enigszins en geniet ik nog meer van de muziek.
Net als gisteren is er veel vrije tijd ingepland en na het concert loop ik naar de Marktplatz voor koffie mét. Waar Keulen ontzettend groot en massief aandoet, is Düsseldorf kleiner en makkelijker toegankelijk.
Overal lopen voetbalsupporters- en toeristen, net als in Keulen, en overal staan en hangen schermen van groot tot heel erg groot.
Maar ik ga lekker op pad voor een stadswandeling en kom zo bij de Sankt Andreas. Het uiterlijk, lichtgeel met wit, verraadt al dat het een barokkerk is, vol met wit stucwerk met goud afgezet. De kerk heeft de oorlog redelijk doorstaan vertelt de pater Jezuïet, die ons welkom heet. Alleen het hoogaltaar was vernield, vandaar het erg moderne altaar met grote zilveren beelden.
Gerben Budding mag voor de tweede keer acte de présence geven en doet dat met verve. Het is een feest om te luisteren naar Ein feste Burg ist unser Gott, waarin hij Bach en Reger naadloos op elkaar laat aansluiten.
Tijd voor de lunch en ik beland voor de Neanderkirche (niet open, helaas), in een biergarten bij Brauhaus zum Schlüssel, een particuliere brouwer van bovengistend bier, het zgn. Altbier.
Zonder bestellen krijg ik al een biertje aangereikt en ik geniet van een ‘Düsseldorfer Brotzeit‘, met uiteraard de plaatselijke mosterd.
Ons volgende en laatste concert is in Oberkassel, nu onderdeel van Düsseldorf, aan de overkant van de rivier. Ik besluit te wandelen en loop over de boulevard naar de Rheinkniebrücke.
Hier bij Düsseldorf maakt de Rijn een grote bocht, en met bewondering kijk ik naar een groot schip dat de bocht invaart en scherp bijstuurt. Dat vergt vakmanschap ofwel stuurmanskunst.
Aan de drukke Luegallee staat de neoromaanse Sankt Antonius uit 1905-1910. Het uiterlijk is zuiver romaans te noemen, maar de binnenkant is in de jaren 1950 gedecoreerd met abstracte motieven in verf. Ik vind het erg mooi en zie een verwantschap met het oeuvre van Sol LeWitt, maar misschien denk ik te ver door.
Het orgel is een vrij nieuw en bestaat uit maar liefst drie delen. Ik zoek naar het derde en vind het niet. Nou ja, niet erg, toch? Ik ga lekker zitten en laat me verrassen.
Franse en Duitse componisten passeren de revue en in één keer hoor ik muziek uit de koepel onder de vieringtoren komen. Blijkt dat deel drie van het orgel zich daarboven bevindt.
En dan volgt de finale van de 1e Sonate van Guilmant, als een waardig besluit.











