Windkracht 4 loopt van 5,5 meter per seconde tot 7,9 meter per seconde. Ik zit op een bankje aan de rand van Velp en zie op de weerapp dat het nu 7 meter per seconde waait. Geen wonder dat het fietsen zo traag gaat. Bijna windkracht 5 vandaag.
Om half 10 reed ik Barchem binnen, iets bij het hotel vandaan. Hier ga ik naar de kerk in de kleine dorpskerk, de Barchkerk. Barchem betekent woning (heim) bij een berg. En dat klopt, want hier ligt de Lochemse Berg, het hoogste punt van een stuwwal tussen Lochem en Barchem.
Na de kerkdienst bleef ik nog even koffiedrinken met de kerkleden en toen was het tijd voor de thuisreis.
Door het glooiende landschap met bossen en weilanden rij ik op Vorden. Het waait al lekker, maar het landschap breekt de wind. Vanaf Vorden rij ik beschut langs de Baakse Beek. Ik kom weer langs kasteel Hackfort en dan via Wichmond rij ik naar de IJsseldijk. En dan heb ik de wind vol te pakken. Mijn snelheid daalt navenant.
Bij het stadje Bronkhorst denk ik met de pont te kunnen oversteken naar Brummen. Helaas, uit de vaart.
Dan ga ik maar Bronkhorst in voor een welverdiende pauze. De kapel is open voor een expositie en ik wip even binnen.
De kapel is in de 14e eeuw gebouwd, maar na een stadsbrand moest de kapel worden hersteld. Vandaar het 17e eeuwse uiterlijk.
Stad, ja, want dit kleine plaatsje heeft in 1482 stadsrechten gekregen, maar het is nooit groot geworden. Het profileert zich als het kleinste stadje van Nederland, maar Staverden, Eembrugge, Sint Anna ter Muiden en Burghorn hebben ook ooit stadsrechten gehad en zijn kleiner.
Bronkhorst heeft prachtige 17e eeuwse panden (vanwege de stadsbrand) waarvan het Hooge Huis een stedelijke allure heeft met de trapgevels. Over de keien loop ik weer naar de weg en ga op pad naar Olburgen.
Ik heb een prachtig uitzicht op de volle IJssel. Het water staat hoog en delen van de uiterwaarden staan onder water. Ik heb weer energie, merk ik en het fietsen gaat lekker. Niet snel, maar lekker.
BIj Olburgen wil ik het veer naar Dieren nemen, maar helaas, uit de vaart.
Dan moet ik naar Doesburg. Gelukkig maakt de oude IJsselarm hier een enorme bocht naar het Oosten, waardoor ik lekker de wind een poosje mee heb. Tevens merk ik ook al dat de Veluwe aan de overkant enigszins de wind breekt.
Bij Doesburg rij ik langs een relict van de Koude Oorlog. Naas het fietspad steekt de geschutskoepel van een Sherman tank uit een betonnen omranding. Onder de grond ligt de hele tank begraven. Rupsbanden en motor zijn verwijderd.
De IJssellinie was een waterlinie die in Nederland werd ingericht op verzoek van de NAVO om de Russen tegen te houden. Over een lengte van 127 kilometer zou een strook van drie tot 10 kilometer breed onder water worden gezet, waarbij 400.000 mensen zouden moeten worden geëvacueerd.
Geheimhouding was zo belangrijk dat de evacuatie niet werd getest, en zodoende wisten de bewoners niets van de plannen.
Maar de Russen wisten het wel, misschien niet alles, maar wel veel.
Aan de overkant van de IJssel ben ik bij de Veluwezoom aangekomen. Vanaf hier ga ik zuidwaarts richting Arnhem. Ik ga nl. met de trein op huis aan. Pech voor mij dat de trein naar Tiel niet rijdt vanwege groot onderhoud aan de rails. Maar eerst nog een stuk fietsen.
In Ellecom staat een klein monument rechts langs het fietspad. Een bronzen tafel met een kring van steentjes. In een villa dichtbij werden 139 Joodse mannen gehuisvest in kleine kamertjes. Ze moesten dwangarbeid verrichten op landgoed Avegoor waar de vrijwillige SS werd opgeleid. Ze werden vreselijk behandeld en uitgehongerd. Drie van hen overleefden het niet. De rest werd via Westerbork afgevoerd. 33 overleefden.
Ik kom langs de Middachter Allee. De automobilisten wordt gewaarschuwd hun lichten te ontsteken. De vier rijen beuken, vol in blad, zorgen voor veel en donkere schaduw op de weg.
Deze bijzondere laan is tussen 1635 en 1645 aangelegd, in opdracht van Frederik Hendrik. Zo kon hij zijn troepen beter verplaatsen. Aan weerszijden stonden twee rijen eikenbomen.
in 1765 werden nieuwe bomen geplant, ditmaal vier rijen beuken, die 180 jaar werden. De bomen die er nu staan zijn tussen 1948 en 1959 geplant.
Even later zie ik links een klinkerweggetje dat richting Middachten leidt. Ik steek voorzichtig over en sta dan even met open mond te kijken.
Het is een koninklijk aandoend kasteel met links en rechts twee oude bijgebouwen, alles omringd met een brede gracht. Ik zie de tuinen (ze zijn open, maar helaas heb ik vandaag geen tijd).
In 1190 wordt Middachten voor het eerst genoemd als een vrij goed van Jacobus de Mithdac. Het gaat daarna een paar keer over in andere handen tot het in 1357 Everardus van Middachten het beleend krijgt van de graaf van Gelre. Tot 1625 bleef het in handen van deze familie.
Het kasteel is van middeleeuwse oorsprong maar heeft veel gemaakt en werd na herhaaldelijke verwoesting telkens herbouwd. Wat ik nu zie ik is van na de verwoesting in 1672 tijdens het Rampjaar.
Na dit ommetje ga ik verder naar Arnhem. Met de wind vol op de kop rij ik richting Arnhem. Als ik bij het station arriveer, blijkt dat de trein naar Utrecht over een paar minuten vertrekt.




