Ik zet mijn fiets op slot op de Markt en constateer dat het frame stoffig is. Geen wonder. Het is vandaag droog en redelijk zonnig geweest en ik heb een flinke tocht achter de rug. En ook nog een stuk Veluwe meegepakt.

Een paar weken geleden zag ik een advertentie voorbij schieten voor een concert dat ik heel graag wilde bijwonen. Alleen, Lochem? Da’s niet gemakkelijk terug naar huis. Dus bedacht ik een weekendje weg.

Vanmorgen om 8 uur zat ik op de fiets om dwars door de Betuwe naar de Nederrijn te fietsen. Bij Opheusden nam ik de pont naar de Blauwe Kamer. Het water staat hier al wat hoger dan gewoonlijk.

Tot aan het viaduct over de A50 ken ik de weg uit mijn hoofd. Toen mijn vader nog leefde fietste ik in één ruk van de Betuwe naar Drenthe, ruim 160 km op een dag en dan pakte ik altijd deze route.

Net voorbij Wolfheeze staat een monument voor de gliders, de 1300 piloten die in hun zweefvliegtuigen (met manschappen en vracht aan boord) getrokken door bommenwerpers en andere vliegtuigen hier werden ‘gedropt’ tijdens operatie Market Garden. Ik begrijp uit de teksten bij het monument dat ze uiterst getalenteerde piloten waren die na de landing zich bij de infanterie voegden en gids waren bij de terugtocht. Ruim 230 kwamen om bij de landing, meer dan 500 werden krijgsgevangen genomen. Meer dan de helft overleefde de oorlog niet. Hun regimentsmotto? ‘Nothing is impossible.’

Door de bossen en over de heide gaat het vervolgens. Het is gelukkig nog relatief rustig vandaag, want de paden zijn smal en hobbelig. Bij het Rozendaalse Veld geniet ik in de zon van een ijsje en dan weer de bossen in. Langs Paviljoen de Posbank (zonder t, want de bank die hier in de buurt staat heet naar meneer Pos)  langs de Carolina Hoeve en dan sta ik ineens aan de andere kant van de Veluwe.

In de verte zie ik de toren van Doesburg en daar ga ik pauzeren. Bij de Waag. Voor mosterdsoep. Het blijkt dat er vandaag Hanzefeest is, dus het is druk in de stad en bij de Waag is het een gekkenhuis. Toch krijg ik een plekje en 0.0 bier en soep verschijnen vlot. Gebracht door personeel in middeleeuws aandoende kledij. Passend, want de Waag is al in 1478 in gebruik genomen, als waag uiteraard maar ook voor de verkoop van bier. Het is dus één van de oudste horecagelegenheden van Nederland. ’t Gouden Hooft in Den Haag is de ander.

Ik ga natuurlijk op bezoek in de mosterdwinkel (De Opregte Doesborghse Mostaart sinds 1457) dat ook een klein museum heeft. Mosterdpotjes en -potten in overvloed staan er, plus natuurlijk mosterdvaten. Een wanmolen waarmee de mosterdzaadjes van kaf werden ontdaan, vulmachines en de mosterdmolen.

De Chinezen verbouwden 3.000 jaar geleden al mosterd. De Egyptenaren, de oude Grieken en de Romeinen kenden mosterd. De Romeinen beschreven in de 1e eeuw n.Chr. de mosterdbereiding. Farao’s kauwden voor het eten op mosterdzaad om de spijsvertering te bevorderen. In de Middeleeuwen werd voor het eerst over mosterd geschreven in de tijd van Karel de Grote. De Franse stad Dijon had in de 13e eeuw na Chr. een monopolie op mosterd. Inderdaad, de Dijon mosterd komt oorspronkelijk uit die stad. Mosterd was zeer geliefd aan het pauselijk hof in Avignon. Paus Johannes XXII benoemde zijn neef tot ‘Grand Moutardier du Pape‘.

Mosterd is in principe heel simpel te maken. Vermaal zaadjes met een zure vloeistof. Meer is het in principe niet. Alleen…, hoeveel zaad, zwart of bruin of geel mosterdzaad of een combi, welke azijn of most (wijnazijn, waaraan mosterd de naam ontleent), voeg je wat suiker en zout toe, wat specerijen en welke dan?

Ik koop een proefpakketje voor thuis en stap weer op. Linea recta op Lochem aan. Maar ik kom langs Vorden en daar staat het mooie Kasteel Hackfort. Ik rij even langs, is de bedoeling. Als ik het terrein oprij, blijkt dat de kelder van het kasteel te bezichtigen is.

In de oude kelder zie ik de dikke muren van het oude kasteel. In 1392 wordt dit al genoemd. Waarschijnlijk stond er toen alleen een donjon, boven een waterput (die er nog steeds is). Later werd het een waterburcht met een vierkant grondplan met ronde hoektorens. De Spanjaarden maakten korte metten met het kasteel in 1586. Het werd herbouwd en later behoorlijk verbouwd. Nu zijn er nog twee ronde torens en de grachten zijngedempt. Bij het kasteel hoort een watermolen die na restauratie weer draait. Al in 1424 werd de watermolen vermeld en het huidige gebouw is uit 1700. Jammer genoeg al dicht, dus stap ik gauw op voor de laatste paar kilometers.

Ik stap om half 5 het hotel binnen en loop meteen Zijne Keizerlijke Majesteit tegen het lijf. Het hotel heet nl. BonAparte en inderdaad heeft Napoleon op de heide hierachter zijn troepen laten marcheren. En hij zou in deze buurt ook hebben overnacht. Ben dus in goed gezelschap, zullen we maar denken.


Plaats een reactie