Zijn leven was kort en laat zich lezen als een schelmenroman. Hij werd 26 of 27, was een onecht kind hoewel zijn ouders wel trouwden toen zijn vaders eerste vrouw stierf, werd opgeleid tot kleermaker, werkte in Vlaanderen en Engeland, ging naar Leiden waar hij trouwde met Marietje, als koopman reisde hij naar Lübeck en Lissabon, dreef in Leiden herberg In den Witte Lely, was meesterzanger, rijmdichter en toneelspeler, werd profeet en nam tot wel 16 vrouwen. En hij kroonde zichzelf tot koning.

Ik ben in Den Bosch in het gloednieuwe theater aan de Parade voor een opera. En niet zomaar een opera. Nee, voor een opera van Bach.

Bach? Ja, van Bach. Nou ja, niet echt natuurlijk. Bach heeft nl. nooit een opera geschreven. Toch is zijn muziek bijzonder beeldend en dramatisch. Kijk maar zijn Passionen, die uitermate beeldend zijn. Het zijn eigenlijk oratoria, religieuze opera’s, zeg maar.

Vanavond word ik ondergedompeld in de muziek van Bach en nieuw gecomponeerde muziek in barokstijl. En in het tumultueuze leven van Jan Beukelszoon, beter bekend als Jan van Leyden. Ja, die van het spreekwoord.

De 16e eeuw zou heel onrustig verlopen, en de kiem daarvoor werd gelegd in die eerste jaren, toen Jan een kleine jongen was.

In de kerkleer was tussen hel en hemel het vagevuur gekomen. Hier zou de ziel gereinigd kunnen worden door vuur en alsnog in de hemel kunnen komen. Hoe lang je in dat vagevuur verbleef, hing af van de ernst van je zonden. Én van de hoeveelheid aflaten die je kon kopen. En daar vond monnik Maarten Luther wat van.

In januari 1517 was Johannes Tetzel benoemd tot generaal subcommissaris voor de aflaatprediking. De opbrengst van de aflaten zou bestemd zijn voor de nieuwbouw van de Sint-Pieterskerk in Rome. Dit waren zelfs jubileumaflaten waarmee je het hele vagevuur afkocht (als je het geld had). Vandaar ook de tekst op de aflaatkisten: ‘Zodra het geld in ’t kistje klinkt, ’t zieltje in de hemel springt‘.

In oktober 1517 timmert Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de kerk in Wittenberg en ontketent daarmee een Reformatie.

De toegankelijkheid van de Bijbel door de uitvinding van de boekdrukkunst zorgde ervoor dat kerkgangers zelf een mening vormden over wat er in de Bijbel stond.

Jan Matthijsz was zo iemand en hij kwam in 1533 in Leiden bij Jan Beukelsz over de vloer. Hij vertelde dat er in Münster van alles gaande was en die kinderdoop, waar ging dat over? Stond dat in de Bijbel? En pausen en bisschoppen, staat dat in de Bijbel? En zo werden de wederdopers of anabaptisten gevormd.

De beide Jannen trekken naar Münster en daar volgt een jaar vol rumoer, profetieën en wapengekletter. Jan Matthijsz komt om als hij vol bravoure op zijn paard het leger van de Münsterse bisschop tegemoet rijdt.

Jan Beukelsz vertelt dat Matthijsz in een visioen had gehoord dat hij hem moest opvolgen. En het koninkrijk Zion werd gesticht en op Pasen volgend jaar zou de wederkomst zijn. Jan werd koning, hij trouwde met de weduwe van Matthijsz en een gruwelijk jaar begon. In eerste instantie zwolg iedereen in weelde. Alle vee werd geslacht, alle wijn werd opgedronken. Waarom bewaren als je er over een jaar niet meer bent?

Maar de bisschoppelijke belegering begon te knijpen en de honger klopte aan de deur. Tevens werd polygamie de norm, gedwongen als het moest. Jan zelf nam nog eens 15 vrouwen.

En zoals dat gaat met revolutionaire bewegingen: terreur en moord volgen. Revolutie verslindt haar eigen kinderen.

Ik ken het verhaal en de afgelopen week heb ik een podcast hierover beluisterd. Maar de dramatische muziek en de geweldige enscenering voeren me helemaal mee.

De verteller, Heinrich Gresbeck, was timmerman in Münster, de enige ooggetuige van dit verhaal en degene die de stad in handen van de bisschop speelde.

Ik bewonder de aankleding. De spelers zijn gehuld in enigszins moderne kledij in grauwe en bruinige tinten. Iets van Mao en Lenin meen ik op te merken. Zeker in de gerechtsdienaren (platte pet, koppelriem, laarzen).

De wederdoop wordt schitterend weergegeven. Iedereen heeft dan een nieuw wit kleed aan. Maar dan volgt de hongersnood. In bevuilde en gescheurde kleding staan de volgelingen voor koning Jan, nog altijd in het spierwit gekleed.

Na inname van de stad door de bisschop volgt een roemloos einde. Jan en twee medestanders eindigen in januari 1536 op het schavot en worden op gruwelijke wijze gedood en daarna ieder in een kooi aan de toren van de Lambertikerk gehesen. Tot 1585.

En replica’s van de kooien hangen er tot op de dag van vandaag.

En dat spreekwoord? Vroeger was het: afleggen met Jan van Leyden en dat betekende iets als loze beloften doen. Tegenwoordig betekent ‘je er met een jantje -van-leiden afmaken’ niet je uiterste best doen.


Plaats een reactie