Om iets over negenen stappen we uit de bus in Hasselt. Het is droog, al dreigt het in de verte. We besluiten eerst kort het stadje door te wandelen. Het is heerlijk rustig, zo vroeg op de morgen. Daardoor kunnen we goed de grachten bewonderen en de vele oude panden. Zoals de Heilige Geestkapel, de Zeven Huisjes, delen van het Mariaklooster, de deels herbouwde Vispoort, de mooie kerk, de Joodse begraafplaats en natuurlijk de kalkovens.
Passend: In het nog stille Hasselt is veel muurpoëzie te vinden en een haiku was heel treffend: De stad is nog stil Tegen elkaar en een muur Slapen twee fietsen
Aan de voormalige Dedemsvaart staan twee kalkovens. Al in de 16e eeuw werd in Hasselt kalk gebrand. Kalkbrand in een proces waarbij in de kalkoven een grondstof die calciumcarbonaat bevat wordt gebrand. Dat kunnen schelpen zijn of kalksteen. Hierbij ontstaat ongebluste kalk, dat gebruikt wordt om metselspecie van te maken.
Het is een zeer oude industrie. In China tijdens de Xia-dynastie (2205 tot 1766 v.Chr.) werden al schelpen in ovens tot kalk gebrand. In 400 v.Chr. waren de Grieken ook al bedreven in dit vak en zij droegen de kennis over op de Romeinen. De Romeinen brachten hun kennis mee naar wat nu Nederland is en ca. 75 n.Chr. moeten er al vier kalkovens in Nederland zijn geweest.
Na hun vertrek verdween ook de kennis en pas in 700, bij de bouw van de Abdij van Egmond, werd dit ambacht weer opgepakt.
Kalkovens werden gebouwd bij of aan het water. De grote hoeveelheden schelpen konden zo makkelijk worden aangevoerd.
Tijd om Hasselt achter ons te laten. Over de dijk langs het Zwarte Water lopen we achtereenvolgens door twee buurtschappen. Roebolligehoek en Cellemuiden. De dijk is de grens van de polder Mastenbroek die zich uitstrekt tussen Hasselt, Kampen, Zwolle en Genemuiden. In 1363 ruilde Kampen de rechten op Mastenbroek met Jan van Arkel, de bisschop van Utrecht voor het Kampereiland en het recht op aanwas in de IJsselmonding. Achteraf een zeer gunstige ruil voor Kampen, want het Kampereiland wies behoorlijk aan.
Mastenbroek was een moerasbos en het werd in opdracht van de bisschop ontwaterd. Midden door het gebied loopt de Bisschopswetering (water en straat) als herinnering aan deze Jan van Arkel.
Deze middeleeuwse polder is één van de oudste polders van Nederland en een vroege verkaveling met rechte lijnen en vierkante blokken, zoals we die associëren met de 17e eeuwse droogmakerijen als de Beemster.
Fun fact: in 2005 was er een parfum te koop: L’Essence de Mastenbroek, samengesteld door een parfumier op initiatief van een kunsternares. In Museum de Pont in Tilburg heb ik de geur mogen ruiken. En inderdaad, ik herkende het boerenlandschap in de geur. Heerlijk!
We lopen over de dijk met zicht op Genemuiden en Zwartsluis en komen zo in het kleine tapijtstadje. We zoeken even een pauzeplek op en gaan snel weer verder. Naar de pont om het Zwarte Water over te steken.
Langs de oever lopen we over een niet al te makkelijk begaanbaar pad, maar wel rustig en mooi met prachtige vergezichten. Het wordt warm, de zon krijgt steeds meer ruimte, de dreigende luchten lossen op. Langs een kudde schapen met lammeren lopen we naar de dijk en dan langs de grote weg richting Vollenhove.
Bij een trap lopen we even de dijk op. De traptreden zijn voorzien van een tekst: ‘Bij elke trede daalt de aarde en stijgt het licht‘. En dan staan we bij een bank met de tekst ‘Zuiderzeezicht‘ en kijken we uit over een randmeer. Ooit was dit de Zuiderzee. Kampen zien we in de verte, rechtsvoor is de Kadoelersluis waar de Noordoostpolder, het nieuwe land, begint.
Er vliegen hier allerlei libelles, groot en klein, en later zien we ook meikevers.
We zijn bezig met het Havezatepad, maar vandaag hebben we die nog niet gezien, maar daar gaat nu verandering in komen. Ons pad voert ons over de landerijen van boerderij Op Wendel en zo komen we in de bossen rondom Oldenhof. Deze havezate is rond 1635 gebouwd, in de 18e eeuw ingrijpend verbouwd en nu deels een appartementencomplex.
Ernaast staat een theekschenkerij in een boerderij uit 1788 en daar ploffen we op het terras neer. Dit weer maakt dorstig en het 0.0 bier smaakt prima. We lachen om de kippen die er rondlopen, eentje met koddig pruikje. Marie-Antoinette, zeg ik voor de grap. Als de kip dichterbij komt, zie ik dat het een haan is. Lodewijk, dan?
Bij het afrekenen staan we in de oude voormalige paardenstal. De prachtige originele vloer ligt er nog, compleet met afvoergoot. Helemaal bestraat met kleine op hun kant gezette baksteentjes. Er is nog een origineel hek en een grote hardstenen voeder-/drinkbak.
Nog vijf kilometer te gaan. Langs een prachtig oud voetpad tussen hoge eiken lopen we via Zuurbeek naar Vollenhove. Er is blijkbaar een optocht van oude tractoren, want in de verte horen we eerst het gedokker van de diesels en later zien we in de verte alle tractoren achter elkaar rijden. Jammer genoeg te ver om foto’s te maken.
Vollenhove lopen we binnen, maar een stadswandeling laten we voor de volgende keer. Langs de ruïne van kasteel Toutenburg en havezate Oldruitenborgh komen we bij de Kleine of Lieve Vrouwekerk. Via de Bisschopsstraat lopen we naar het straatje Aan Zee en daar valt onze mond bijna open van verbazing.
Eerst rechts het Lemkerhuis uit 1627, met een prachtige trapgevel en schelpmotieven boven de ramen en stoeppalen bij de ingang.
En links de Grote of Sint Nicolaaskerk met de massieve toren en daartegen aangebouwd het Renaissance raadhuis uit 1621. De prachtig versierde gevel met bak- en natuursteen, de vensters met schelpmotieven, de galerij met zuilen, het balkonnetje. Eventjes Italië in de Lage Landen.
- Hasselt: komt van het Germaanse hasla en betekent zoiets als hazelaarsbosje.
- Roebolligehoek: Roebol is een plantnaam, nl. de paardestaart
- Cellemuiden: deze buurtschap ligt tegenover de monding (muiden) van het Meppelerdiep, dat in de 12 eeuw Sethe of ter Seede werd genoemd. De waternaam werd ook wel eens uitgesproken als Sedel, dat werd later Seel of Zeel en zo komen we aan Cellemuiden.
- Genemuiden: ook hier weer dat woordje muiden voor monding. Van de Genne. Vorige keer liepen we door Genne, een dorpje aan het Zwarte Water. Ooit in een heel ver verleden moet het water van het Zwarte Water helder geweest zijn. Want het woord ‘gan‘ betekent ‘helder‘.
- Zuurbeek: inkoppertje, want het betekent precies wat het zegt. De beek of ‘natuurlijke waterloop’ is er nu niet meer en het water dat afvloeide van de nabijgelegen hoogveengebieden was zuur.
- Vollenhove: een samenstelling van ful of vôl voor veulen en hô voor hoogte. Dus een hooggelegen gebied waar paarden of veulens rondliepen.









