Je zou de tel kwijtraken: groenteveiling, kippenmarkt, waren- of lappenmarkt, paardenmarkt, vismarkt, botermarkt, schapenmarkt, varkensmarkt, koemarkt, kaasmarkt. Ik geloof dat ik ze allemaal heb.

Ik had voor vandaag bedacht om van Purmerend naar de NDSM werf in Amsterdam te wandelen. Vooraf maak ik een stadswandeling door Purmerend. De stad voldoet totaal niet aan mijn verwachtingen. Waar ik een 17e eeuwse binnenstad verwachtte (vergelijkbaar met Hoorn en Enkhuizen) kom ik in een vrij moderne binnenstad met maar weinig echt oude gebouwen. De Doele, bij de Koemarkt, is uit de 17e eeuw en zo her en der nog wat panden.

Als ik luister naar de stadswandeling denk ik dat juist de marktfunctie van Purmerend dit heeft veroorzaakt. Telkens moest plek gevonden worden voor uitbreiding of specialisatie van de markt. Nu, meer dan 600 jaar later is er nog één openluchtmarkt, de wekelijkse warenmarkt.

De koemarkt werd nog tot 2001 gehouden, maar mond- en klauwzeer deden de markt de das om. Markt in de open lucht mocht niet meer. Overdekt nog wel, maar ook dat loopt terug. Er zijn nog twee overdekte markten in Nederland: Leeuwarden en Purmerend. Gisteren las ik dat de IJsselhallen in Zwolle tegen de vlakte gaan, ook zo’n overdekte veemarkt. Die in Hoogeveen is al jaren geleden afgebroken. Wat was het een feest als we in de vakantie op maandag met onze vader mee mochten naar de markt. En helemaal als een veekoopman ons trakteerde op chocomel.

Aan de Koemarkt lunch ik. Er is kermis en de markt is dus niet te overzien. Wel zie ik heel leuke aandenkens aan de koeien. Rondom de bomen zijn ijzeren platen met uitsparingen in de vorm van hoeven. En er staan prachtige bronzen beelden van koeien, levensgroot.

Heel passend is dat ik via de Melkwegbrug de stad uitloop. Heeft niets met het sterrenstelsel te maken, maar het was de historische aanvoerroute van zuivel naar de stad vanuit het omringende land.

De brug bestaat uit een fiets-/wandelbrug die open kan voor de scheepvaart en een hoge trapbrug. Naar boven gaat prima, naar beneden is een ander verhaal. Zulke smalle treden en hoog! 12 meter maar liefst.

Het vergt wat geduld maar uiteindelijk loop ik buiten de stad, richting het kleine dorpje Purmerland. Ooit een heel belangrijke plaats in dit gebied en stopplaats aan de trekvaart tussen Amsterdam en Purmerend. Het waterrijke gebied werd ingepolderd of ontwaterd. Alles klonk in en kwam te liggen op zeeniveau met de voormalige Zuiderzee, die in dit gebied meermaals voor overstromingen zorgde.

Door de polders loop ik zuidwaarts. In de verte zie ik Zaandam en Amsterdam al liggen. Ik besluit om over Oostzaan naar Amsterdam te lopen. Al is het wat drukker vanwege de auto’s, ik heb er geen spijt van.

Er staan mooie huizen in het typische Zaans groen. Ik zie veel houten hooihuizen, een type hooiberg dat volledig gesloten is en aan de boerderij is vastgebouwd, typerend voor deze streek.

Het vele water zorgt er voor dat ik heel veel bruggen passeer. En ook zie ik bij diverse boerderijen platte schuiten liggen, blijkbaar nodig voor het boerenbedrijf in deze streek. Bij theetuin De Vaarboerderij pak ik even een pauzemomentje.

Het land dicteerde als het ware de bebouwing. Langs de wegen ontstond lintbebouwing. Het lagere land werd weiland. Purmerland en aansluitend De Ilp is zo’n lint. En De Haal, De Heul en Oostzaan ook. Kilometers lang loop ik door dit dorp tot ik in Amsterdam sta. Oostzanerwerf heet het nu, vroeger was het Oostzaner Overtoom. Er was hier dus een installatie waarmee schepen over de dijk werden gezet.

De mooie bebouwing doet nog steeds dorps aan, met een boerderij, een voormalige school, voormalige winkelpanden. En veel groen.

Ineens sta ik op de Oostzanerdijk, een stuk van de Waterlandse Zeedijk. Deze middeleeuwse dijk beschermde het land tegen de Zuiderzee en het IJ. Hieronder een kaart uit 1288. Ik kan mijn route er gewoon op nazien.

Waterland in 1288

Ik loop langs Tuindorp-Oostzaan, de vooruitstrevende arbeiderswijk uit begin vorige eeuw, naar de werf waar deze arbeiders werkten, de NDSM. Nu een nieuwbouwwijk met behoud van historische elementen. En er is vandaag een FoodFestival, een eigentijdse marktvorm.

Ik steek met de veerpont het IJ over en pak de trein naar huis.

Opmerkelijk 1: Purmerend heet naar de Purmer, één van de grote meren of binnenzeeën, die hier ontstonden als gevolg van landafslag. De Beemster, de Wormer en de Schermer zijn drie heel bekende.

Opmerkelijk 2: Purmerend stond in de 15e eeuw bekende om zijn smakelijke aal. De Purmer had een verbinding met de Zuiderzee en het water was dus wat zoutig. De aal werd zelfs levend naar Londen verscheept waar Purmerend een eigen visbank had. Willem Eggert, heer van Purmerend, ging begin 15e eeuw op handelsmissie naar Londen om de aal te promoten.

Opmerkelijk 3: de drooglegging van de Beemster zorgde voor steeds meer aanvoer van kaas. In 1633 werd daarom het stadhuis 10 meter naar achter verplaatst, om ruimte te maken. Het werd opgevijzeld en losgemaakt van zijn fundering, de panden achter het stadhuis werden afgebroken en zo werd de kaasmarkt vergroot.

Opmerkelijk 4: ik keek vreemd op van het wapen van Purmerend. Het lijken wel runentekens? Blijkt toch niet zo te zijn. Willem Eggert, heer van Purmerend, was een belangrijke schepen in Amsterdam (hij stond grond af voor en financierde de bouw van de Nieuwe Kerk). Zijn wapen bestond o.a. uit drie weerhaken. Die stellen eggen voor. Tot op de dag van vandaag voert de gemeente zijn wapen, of een deel daarvan.


Plaats een reactie