Ik zit op de bus terug te wachten, stokbroodje gezond in mijn hand. Het was me het dagje wel!

Het is Hemelvaartsdag vandaag en traditiegetrouw gaan we dan met mensen uit de kerk dauwtrappen. Zeven uur verzamelen en dan een rondje Steendert lopen. Het was prachtig, zo vroeg in de ochtend. Er was wat nevel, de zon scheen uitbundig en er was vrijwel geen wind.
En er was veel dauw, heel veel dauw!
Met natte schoenen en broekspijpen zaten we aan het ontbijt. Ik kreeg er een vakantiegevoel van.

Na de kerkdienst zat ik te dubben. Ga ik wandelen? Is het niet te warm? Of ga ik fietsen? Wandelen? Fietsen? Ik hakte de knoop door en ging wandelen.

Weer een etappe van het Betuwepad.
Vanaf station Culemborg loop ik langs het spoor richting Nieuwstad, en via de Binnenpoort, de enig overgebleven poort van Culemborg, kom ik op de Markt. Ik besluit van het mooie weer te genieten op een terrasje. Met zicht op het prachtige stadhuis uit 1534-1539. Gebouwd als uitbreiding van de nog steeds bestaande 15e eeuwse schepenzaal in opdracht van Elisabeth van Culemborg en haar man Antoon van Lalaing. Tot op de dag van vandaag in gebruik als vergaderruimte van de gemeenteraad. Zes eeuwen lang dus.

Ik bewonder de mooie panden, de hoogwaterstenen in de poort, de stadsgrachten, de vele torens van Culemborg en loop dan via de Slotstraat richting het voormalige kasteelterrein. Nu een mooie kasteeltuin, maar ooit een groot kasteel, gegroeid vanuit een zaal (1280), een vierkante toren (1360) en een ronde donjon (1377).
1672, het Rampjaar werd het kasteel noodlottig. Het kasteel werd door de Fransen ingenomen en een jaar bewoond, of beter gezegd uitgewoond. In de jaren daarna raakte het kasteel steeds verder in verval en het werd uiteindelijk gesloopt, in twee fases (1735 en 1812).

Ik loop langs de Volencampen, een uniek stadsweidegebied, dat tot het kasteelterrein behoorde en waar, de naam zegt het al, de veulens en paarden van de kasteelheer graasden. Het is een Kroondomein, omdat het eigendom is van de Oranjes, immers graven van Culemborg.

Langs de begraafplaatsen loop ik naar de Plantage, het stadspark dat is ingericht door de beroemde 19e eeuwse landschapsarchitect Zocher, helemaal naar de mode van die tijd met vijvers, doorkijkjes, slingerende paden. Heel anders dan het volgende park.

Ik loop inmiddels in het gebied dat Redichem wordt genoemd door het Rondeel, een oud wandelbos uit de 17e eeuw, aangelegd met een vierkant lanenstelsel (carré). Het huis dat de graaf van Culemborg hier in 1640 liet bouwen bestaat niet meer (1672, het Rampjaar), maar er staat nu een mooie 19e eeuwse vervanging dat de Bol op Redichem wordt genoemd.

Ik loop al geruime tijd in de luwte van Lekdijk, maar nu gaat de route toch echt naar boven, op de dijk. Ik kom op de dijk een mijlpaal tegen, Buren: 1,5 uur gaans, Culemborg: half uur gaans.

Via de nieuw aangelegde buitenplaatsen Bloemenstuiver en ’t Rijsebos kom ik bij het minst aansprekende deel van de route. De buitenplaatsen zijn erg nieuw en moeten nog ‘goed’ gaan aanvoelen. Daarbij zijn de huizen wel erg groot. Langs een paar meubelzaken kom ik gelukkig terecht bij een groenstrook waarbij ik ineens achter de huizen aan de Markt uitkom. Ik zie de 12e eeuwse kerktoren boven de daken uitsteken.
De toren is van tufsteen en steekt af tegen de witgepleisterde kerk met het grote grijze pannendak.

De Markt van Beusichem doet heel stads aan, al is het een dorp. De Markt is al sinds 1461 het toneel van de jaarlijkse paardenmarkt en vroeger werden in de panden rond de markt de vele bezoekers ondergebracht. En tot op de dag van vandaag is er nog steeds een hotel aan de Markt, het Heerenlogement in een prachtig 16e eeuws pand.

Opmerkelijk: in Culemborg viel mijn oog op de gevelstenen bij een paar huizen. ‘BADEN’, ‘1599’, ‘STOUT’. Ik liep even terug om nogmaals te kijken. De huizen waren veel te nieuw om uit 1599 te stammen, de stenen trouwens ook. Nogmaals kijken of er geen 1899 stond? Nee, ook niet.
Dan is Google mijn beste vriend. Het blijkt dat Baden Stout staat voor de Stichting Boedels Baden Stout en Vianen, die sinds 1599 armoede in de Betuwe probeert te verlichten. Het gaat terug op de erfenis van Dirk van Baden uit Culemborg die een vrouwenhofje stichtte.

Ik vermoed dat de huizen met de gevelstenen gebouwd zijn in de vorige eeuw met gelden uit deze stichting.


Plaats een reactie