Na 106 kilometer fietsen smaakte het pilsje extra goed. Het was inmiddels bijna 12 uur geleden dat ik van huis vertrok. Met handschoenen, muts, sjaal, regenjas tegen de kou.
Met de pont stak ik over naar Wamel en de klok sloeg half acht toen ik door het dorp reed. Het was erg koud maar een paar kilometer fietsen helpt goed tegen de kou. Maar helaas, bij de Prins Willem Alexanderbrug begint het zachtjes te regenen en dat blijft een poosje doorgaan. Ik moet zelfs mijn bril even afdoen, want door de druppels zie ik niets meer.
Maar gelukkig, het wordt droog en met de wind in de rug fiets ik langs de Waal. Het is zo mooi onderweg. Ik blijf om me heen kijken, en het is erg rustig, hoewel er steeds meer mensen hondjes uitlaten.
Zo’n lange fietstocht moet ik goed plannen en ook opdelen. Plan is dan om voor 12 uur de helft of iets meer te hebben gefietst. En ik plan pauzes met steeds kortere intervallen.
Ik kom langs Leeuwen en Druten, in de verte steekt de kerk van Afferden boven alles uit, dan Deest en Winssen. Onder de Tacitusbrug door, de beruchte brug bij Ewijk, dan Beuningen en Weurt. Ik kom over de grote sluis in het Maas-Waalkanaal en er varen net heel grote schepen uit de sluiskolk.
In Nijmegen wordt het even heel druk na de rust van de dijkroute, maar als ik de Belvedere voorbij ben kom ik in de prachtige Ooijpolder met nog veel authentieke dijkhuizen. Hier, na 46 kilometer, is mijn eerste rustpauze. Bij Hotel Oortjeshekken. Ik verorber hier mijn tweede ontbijt vandaag.
Al in 1600 was op deze plek een uitspanning gevestigd. In de 19e eeuw is het huidige pand gebouwd, waarschijnlijk omdat het oude pand was afgebrand. Op deze voor je gevoel onwaarschijnlijke plek kun je logeren en eten.
Ik passeer het bijzondere kerkje van Kekerdom. Het kerkje bestaat uit een 14e eeuws schip en een 19e eeuwse toren. Het staat buitendijks en is daarmee uniek in Nederland. En de soldaten van Napoleon hebben het kerkje ook nog gebruikt als paardenstal.
Ik schiet Millingen door. De naam komt niet van milia, Latijn voor mijl = duizend schreden, maar van de persoonsnaam Milo. Een illusie armer pin ik geld, laat ik mijn banden oppompen en koop een bidon. Thuis stond-ie klaar en daar staat-ie nog.
Ik ben in Duitsland en via knooppunten rij ik naar Kleef of Kleve. Ik wil naar het Museum Kurhaus, waar een tentoonstelling is over een nagenoeg onbekende schilder uit de 15e/16e eeuw uit het Rijnland: Jan Baegert.
Ik loop vol verbazing en verwondering door de zalen. Ik ben de enige bezoeker en kan alles dus goed bekijken. Van een aantal schilderijen is een digitale print gemaakt, maar veel is origineel en van een ongekende schoonheid. Kleine devotietafereeltjes en grote altaarstukken. Veel stukken van Jan zijn in de loop der eeuwen in stukken gezaagd om ze te verkopen. Zelfs vorige eeuw nog!
In andere zalen staan prachtige houten beelden uit dezelfde tijd. Ook hier verbaas ik me over de schoonheid en het vakmanschap.
Op het dak van het voormalige Kurhaus drink ik Kaffee mit Kuchen. En dan op naar Kevelaer.
De knooppuntenroute vermijdt de drukte en ik geniet van de rust en het landschap. Het is prachtig weer geworden, zo’n 10 graden, behoorlijk wat zon, en de wind trekt aan uit het zuidwesten.
In Goch pauzeer ik even en dan via Weeze langs Schloss Wissen. Dit imposante kasteel, een waterburcht aan de Niers, dateert uit ca 1316 en is in 1461 verkocht aan Johan van de Loe. Zijn nazaten, de familie Von Löe wonen er tot op de dag van vandaag.
In Kevelaer is het tijd voor (weer) eten. Een Veltins voor bij de aspergesoep en een hausmacher currywurst gaan er best in. En ik denk dat ik vroeg onder de wol kruip.









