Zo, de schoenen staan buiten te drogen, mijn modderige broek zit in de was en ik zit fris gedoucht op de bank. Wat een dag!
Vanmorgen vroeg hoorde ik de buren de autoruiten krabben, vanmiddag zat ik in de zon op een terrasje. Mijn dikke jas leek eerst een goede keus, toen een paar kilometer helemaal niet. Het begon te regenen en oh, wat was ik toen blij met mijn jas. En met de plu die ik vanmorgen had meegegrist. Tijdens de bui viel de wind bijna weg en het bleef daardoor geruime tijd regenen. Het was nog maar 5 graden. Maar toen ging de zon weer schijnen en het werd schitterend weer.
Ik maak een grote rondwandeling ten westen van Culemborg. Vanaf het station ga ik een stukje zuidwaarts naar de Zeedijk waar ik het Betuwepad weer oppak. Over de smalle Melkbrug loop ik onder het spoor door naar de westzijde van de spoorbaan. Op de Zeedijk duik ik na een paar meter de oude polder Vretstrooi in (strooi komt van stroe, moerassig met bomen begroeid land). Klopt helemaal.
Ik loop maar een paar 100 meter van de spoorbaan, maar het is hier ongelooflijk mooi en stil. Langs brede sloten kom ik weer in de buurt van Culemborg om dan weer westwaarts te gaan. Op de Rommersteeg loop ik tussen de polders Lange Avontuur en Korte Avontuur.
Dan ga ik links de Paveyseweg op, een onverhard hoger gelegen dijkje, met een merkwaardige bocht. Ik kom er achter dat hier het kerkje van Paveyen stond. In de 11e of 12e eeuw, ten tijde van de Grote Ontginning, werd hier Paveyen ontgonnen, een polder met een kleine nederzetting. Genoemd naar Pavia in Italië (middeleeuwse marketing). Er viel tegen het water echter niet op te boksen. Inklinking, afdamming van de Rijn bij Wijk bij Duurstede en de aanleg van de Diefdijk: er kwam steeds meer water naar dit lage gebied. Na ca. twee eeuwen werd de nederzetting verlaten. De boeren vestigden zich in Lanxmeer, nu Nieuwstad in Culemborg. Alleen de bocht in dit wegje herinnert nog aan Paveyen.
Het regent inmiddels en ik steek de grote weg over en ga dan een kletsnat stuk tegemoet. Soms is het pad meer water dan grond. Ik loop richting de Diefdijk en dan in de polder Parijsch, inderdaad vernoemd naar Parijs, om het aantrekkelijk te maken voor de ontginners. Parijsch werd verbasterd tot Prijs, vandaar Lage Prijs, Hooge Prijs en Prijsse Wetering.
De regen trekt weg, de zon komt door en het wordt prachtig weer met mooie luchten. Ik ga even pauzeren op een bankje. Het is stil, het ruikt heerlijk en het is zo mooi.
Dan weer verder. Ik kies voor de alternatieve route, zodat mijn drogende schoenen niet opnieuw nat worden. Bij zorgboerderij De Witte Schuur kan ik terecht op het terras. Koffie mét, in het zonnetje, uit de wind: goed te doen.
Het Schootsveldpad brengt me naar de Lek. In het weiland staat rechts een enorme bakstenen constructie van zeven meter hoog bij zeven breed. Het is gebouwd in 1939 als kogelvanger van de lange schietbaan. Deze schietbaan hoorde bij het fort waar ik nu naar toeloop.
Links eerst twee betonnen groepsschuilplaatsen (in de volksmond ook wel kazematten genoemd) en dan klim ik de dijk op. Ik wandel door en over het fort, officieel Werk aan het Spoel.
Begin 18e eeuw was hier een sluisje om water vanuit het Culemborgse Veld naar de Lek te spuien of te spoelen. Dit sluisje raakte in onbruik omdat de Lek te hoog stond. In 1794 dringen de Franse troepen onder Pichegru Nederland binnen en hier, bij het Spoel, wordt de Lekdijk doorgraven om de inundatie van de polders te stellen. Ook wordt er een aarden schans, een zgn. werk, aangelegd. De Fransen worden hier ook daadwerkelijk tegengehouden. Eventjes maar. De Fransen maken het werk later met de grond gelijk.
In 1815 wordt de Nieuwe Hollandse Waterlinie aangelegd. Ingenieur Blanken heeft een speciale sluis ontworpen, een waaiersluis. Dit type kan met mankracht ook tegen hoog water in worden geopend of gesloten. Bij Asperen liggen er nog een paar. Hier heeft er ook één gelegen. Met een ovaal aarden verhoging is de plek nu nog gemarkeerd.
De sluis was nodig voor het stellen van de inundatie in de polders, maar het is natuurlijk meteen een zwakke plek. Daarom werd er een compleet fort vlak achter gebouwd. Dit was tevens de voorhoede van het iets verder gelegen fort Everdingen. Het fort wordt nu doorsneden door de dijkweg.
De wind trekt aan en ik loop in de zon over de dijk richting de Baarsemwaard, de uiterwaard net voor de spoorbrug. Langs de rivier loop ik naar Culemborg. Tijd om het station op te zoeken.
Opmerkelijk: onderweg kwam ik langs een inundatiebank. Het is een hoge bank. Klim je naar boven, dan zitten je voeten net boven het waterpeil van de inundatie.









