De laatste noten van het Résurection van Dupré versterven in de Grote Kerk. Ben van Oosten besloot hiermee zijn concert. Het blijft even stil en met een goede reden. Het stuk werd op sublieme wijze gespeeld wat mij in elk geval zeer emotioneerde. En ik vermoed nog velen met mij.

Ik ben in Den Haag waar ik meeloop met een orgelwandeling. Zes kerken, zes orgels, zes organisten, en bij elk concert een Haagse connectie (muziek van een plaatsgenoot). En een improvisatie op een Haags liedje door Jos van der Kooy.

Ik was vroeg in Den Haag, het was koud en er viel wat regen. Richting het Binnenhof liep ik een paar groepen toeristen tegemoet, die manmoedig achter hun gids aansjokten.

Langs mij onbekende stukjes Den Haag beland ik bij de Elandstraat waar de dag afgetrapt wordt in wat officieel de Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen-kerk heet.

De 19e eeuwse kerk is in verband met de stadsuitbreiding en groei van de parochie gebouwd in de veenpolder achter Paleis Noordeinde. De pastoor kocht in 1877 de benodigde grond van Sophie van Sachsen-Weimar, de enige dochter van koning Willem II.

De nieuwe kerk werd in 1891-1892 gebouwd naar een  ontwerp van Nicolaas Molenaar sr., een leerling van de beroemde Pierre Cuypers. De stijl is neogotisch en geïnspireerd op de Notre-Dame van Parijs. Dat kun je goed zien aan de voorkant met het westwerk met twee torens van 72 meter hoog.

Van het orgel kan ik weinig zien omdat het ver terug op het orgelbalkon staat. Het is gebouwd door de Gebroeders Franssen uit Roermond die het in 1906 hebben geleverd. Het was hun grootste instrument. Het is een paar keer aangepast en heeft een grote restauratie ondergaan. We horen hier Franse en Nederlandse muziek.

Dan op naar de Sint-Jacobus de Meerderekerk. Meteen bij de ingang staat een beeld van de heilige, met zijn karakteristieke attributen: pelgrimshoed en -staf. En een schelp, inderdaad de Sint-Jacobsschelp.

De 19e eeuwse kerk is ontworpen door Pierre Cuypers. De kerk is van binnen uitbundig versierd en beschilderd. Deze polychromie (veelkleurigheid) maakte het tot de duurste 19e eeuwse kerk.

De kerk beschikt over een orgel uit 1891 van orgelbouwer P.J. Adema & Zonen. Dit stond in de Spaarnekerk in Haarlem en werd in 1976-1977 overgebracht naar deze kerk waar het werd gecombineerd met het reeds aanwezige orgel van Vermeulen uit 1948. Er is nog ouder pijpwerk aanwezig van onder meer Maarschalkerweerd. De organiste brengt een gevarieerd programma met als slot een stuk in mineur dat gek genoeg toch vrolijk klinkt.

Op naar de volgende stop en die is om de hoek: de Kloosterkerk. Nu vooral bekend als de kerk waar de Koninklijke familie wel eens kerkt.

Het is een bijzonder gebouw met een net zo bijzondere geschiedenis. Het is een kerkgebouw uit de late middeleeuwen en het staat aan het Lange Voorhout. De banden van het Huis Oranje-Nassau met deze kerk gaan terug tot 1617, toen graaf Maurits van Nassau, de latere Prins van Oranje, besloot om hier ter kerke te gaan.

De Kloosterkerk dankt haar naam aan het klooster van de Orde der Predikheren (dominicanen). Het was de kerk van dit convent tot de omzetting van het bestuur van de katholieken naar de opstandelingen bij het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Na 1574 kreeg de kerk verschillende bestemmingen, zowel wereldlijke als kerkelijke. In de twintigste eeuw werd de Kloosterkerk definitief als kerk bestemd. Maar het is echt van alles geweest: gasthuis, molen, kanonnengieterij, paardenstal, munitieopslag, en in 1813 werd zelfs nog tijdelijk een regiment kozakken ingekwartierd.

Het interieur komt uit de Duinoordkerk, die in de Tweede wereldoorlog verwoest is. Het interieur was veilig gesteld in de kelders van het Vredespaleis, inclusief een glas-in-loodraam en een gigantisch mozaïek.

In de hal hangt naast een plaquette van Karel Doorman een scheepsbel van HM de Ruyter, vergaan bij de Slag in de Javazee.

Er hangt een vrij nieuw orgel van Marcussen uit 1966, markant door de hoekige kas. Jos van de Kooy speelt improvisaties op Valerius-liederen en verbindt ‘In Den Haag daar woont een graaf’ met het Wilhelmus.

We hebben pauze en ik ga aan de wandel, over de Kneuterdijk (genoemd naar de vinkjes, kneutjes, die in kooitjes in de bomen werden opgehangen, zodat de flanerende dames en heren konden genieten van vogelgezang).

Langs de Gotische Zaal, door de Franse tuin, langs Wilhelmina en Willem de Zwijger, dan Paleis Noordeinde. Het begint te regenen dus duik ik een fietscafé in en ja, achterin is een fietsenmaker gevestigd.

Langs de Koninklijke Stallen kom ik bij wat nu de Paleistuin wordt genoemd, maar het werd door Frederik Hendrik kort na 1609 aangelegd voor zijn moeder Louise de Colligny, die op het Oude Hof (nu Paleis Noordeinde) woonde. Het heette toen Princessetuin.

Volgende stop is een schuilkerk: de oud-katholieke kerk van de H.H. Jacobus en Augustinus. De huizenrij verbergt dat er een complete kerk achter staat. Door de gang komen we in de verrassend lichte en mooie barokke kerk, gebouwd in 1720. Het mooie houtsnijwerk springt in het oog. Onder de preekstoel een levensgroot beeld van de Heilige Augustinus. Zo staat de voorganger vrijwel letterlijk op de schouders van deze kerkvader.

Het orgel is uit dezelfde tijd, 1729, en van de hand van Garrels, leerling van de Noord-Duitse orgelbouwer Arp Schnitger. Totaal andere klank, dus. De muziek van Byrd past goed, en tijdens Bach’s BWV 547 val ik bijna in slaap en dat is een goed teken, hoor! Ik schrik van het applaus.

Het wordt zonniger als we naar de Grote of Sint-Jacobskerk lopen, maar het waait hard en het is koud. Ik sta natuurlijk bij de toren (zeskantig, heel bijzonder) en wordt vriendelijk naar de juiste ingang gewezen. En dan stap ik als het ware een schilderij van Saenredam in.

Licht stroomt de kerk in via de hoge ramen in de zijbeuken van deze hallenkerk. Het koormeubilair is er niet meer, maar er is nog wel de 16e eeuwse preekstoel, een cenotaaf voor admiraal Van Wassenaer Obdam en nog wat andere monumenten. Voor in de kerk hangen de wapenborden van de Vliesridders. In 1456 waren ze in Den Haag. De borden bleven na hun vertrek achter. Helaas werden ze vernietigd in de brand van 1539, maar meteen opnieuw vervaardigd.

In 1337 is al er sprake van ‘die grote kercke’, gebouwd op het hoogste punt van een oude duinrug, maar ergens in de 13e eeuw was er al een parochie. Vlakbij, 400 meter verderop, op hetzelfde duin, was ook het hof van de graven van Holland verrezen. Dit veroorzaakte de komst van handelaren en werk- en ambachtslieden. En daardoor ontstond op deze plek een buurtschap, dat al snel de naam Die Haghe kreeg.

Het Metzler orgel uit 1971 is een moderne toevoeging aan dit oude gebouw en Ben van Oosten laat het zingen in zijn mooie programma. Na het emotionerende slotstuk ga ik door achterafstraatjes naar de Nieuwe Kerk.

Deze kerk is een prachtig staaltje centraalbouw uit de 17e eeuw. Gebouwd op wat destijds een eiland was, een rechthoek met aan beide uiteinden drie paviljoens, met een kapconstructie van hout die de volledige kerk overspant zonder een enkele pilaar.

De organist licht zijn programma toe en vertelt dat het orgel door alle wijzigingen en restauraties eigenlijk een 19e eeuws orgel is, hoewel de buitenkant echt 17e eeuws is. Prachtig houtsnijwerk, mooi beschilderde orgelluiken. Hij speelt een mooi programma met inderdaad ook 19e eeuwse muziek van Mendelsohn.

Er is nog een nazit en na een glaasje wijn vertrek ik naar het station. Het is nog steeds koud en winderig en vanuit de trein zie ik ook weer druppels tegen de ramen.

O, en die Jacob? Dat is Jacobus de Meerdere, één van de twaalf apostelen, bekend van Santiago de Compostella en de pelgrimstocht naar die stad. Hij is vanouds de patroonheilige van Den Haag, en vandaag kwamen we langs drie kerken zijn naam dragen.


Plaats een reactie