Als een tevreden mens zit ik op het terras van Opa Pietje. Ik kijk vanachter een 0.0 % biertje uit op het verrassend stedelijk aandoende Mgr. Zwijsenplein van het dorpje Kerkdriel.
Ik ben op de terugweg en heb nog ruim 25 kilometer te fietsen, maar ik kijk nu al content terug op een prachtige dag.
Vanmorgen vertrok ik met een zonnetje dat wat moeite had met de sluierbewolking. Er was weinig wind nog en aangezien in de loop van de dag windkracht 4 vanuit het zuidwesten wordt verwacht, is dat de richting die ik pak.
Ik fiets door en langs kleine pittoreske dorpjes als Opijnen, Neerijnen, Bruchem en Kerkwijk. En net als gisteren geniet ik van het vele moois. De kleine dorpjes met de mooie boerderijen, rietgedekt, witte muren. De grote kastelen: Ophemert, Neerijnen, Waardenburg. Bij Kerkwijk staat links het Huis Hemelrijk, een 19e eeuws huis met 18e eeuwse stallen en hooiberg.
En dan ineens doemt het op: kasteel Ammersoyen!
Op het plein voor het oude koetshuis zet ik mij op het terras. In het zonnetje geniet ik niet alleen van koffie mét maar ook van het uitzicht op het prachtige kasteel.
En dan loop ik over de ophaalbrug naar de poort en op de binnenplaats kijk ik verrast om me heen. De muren zijn wit geschilderd met roodwitte luiken.
En dan voel ik de kou vanuit de ingang naar buiten komen. Ik ben blij dat ik een trui bij me heb. Ik kijk naar de introductiefilm en dan mag ik gaan dwalen door het kasteel.
En dat is dus letterlijk zo.
Een groot deel van het kasteel is voor publiek toegankelijk en je kunt zelf het thema kiezen dat je als eerste gaat volgen.
Ammersoyen: de naam komt van Amer (een waternaam, waarschijnlijk via Ambaro van ambra dat nevel, water of rivier zou betekenen) en ooi (land aan waterloop).
Het kasteel is heel bijzonder, omdat het in één keer gebouwd is als een waterburcht met vierkante plattegrond en vier torens op iedere hoek.
Dit model kasteel is via de kruisvaarders vanuit het Midden-Oosten meegenomen naar Frankrijk. Daar zijn in de Loire-vallei nog kastelen met dit grondplan te vinden.
In Nederland in Ammersoyen het enige dat in één keer als zodanig is gebouwd en Floris V heeft dit model ook gebruikt, om bijvoorbeeld het Muiderslot zo uit te bouwen.
Een ronde toren geeft je meer zicht op naderende vijanden dan een vierkante toren.
In 1026 is er al sprake van een heerlijkheid in dit gebied onder het bewind van de broers Rothardus en Wiricus de Ambersoi. In 1196 heet het Ambershoye. Vanaf eind 13e eeuw zijn de Van Herlaers de heren.
Wanneer het kasteel precies gebouwd is, is helaas onbekend, maar de oorsponkelijke opzet wordt gedateerd rond 1300.
Het kasteel heeft een bijna vierkante plattegrond met op elke hoek een zware toren (vooral de noordwestelijke is enorm) met de woonvleugels aan de binnenplaatszijde. Door de dikke muren en torens is het goed te verdedigen maar voor die tijd is het ook al comfortabel te bewonen.
Het kasteel bestaat dus al zeven eeuwen!
En dan maak je als kasteel heel wat mee, oorlogen, overstromingen (het stond destijds aan de Maas), brand, herbouw.
Eind 15e eeuw krijgt het roemruchte geslacht Van Arkel het kasteel in bezit. In 1513 krijgt het een belegering van Habsburgse troepen te verduren, maar het wordt hersteld. Maar dan komt het jaar 1590. Er breekt een grote brand uit in het kasteel. Kasteelheer George van Arkel komt daarbij om het leven. Zijn weduwe laat het kasteel wel deels herstellen maar het duurt nog tot na 1647 aleer het kasteel volledig wordt hersteld.
Opvallend is dat de kasteelheer, Thomas Walraven van Arkel, het kasteel in middeleeuwse stijl herstelde. Wel werd het interieur aan de 17e eeuwse comforteisen aangepast.
1672, het rampjaar, heeft het kasteel overleefd. Het was nog maar net hersteld en de familie Van Arkel heeft brandschatting betaald om het kasteel te sparen.
Dan komt een periode waarin diverse adelijke families het kasteel in bezit hebben, na het uitsterven van de Van Arkels. Gewoond wordt er vrijwel niet meer.
De 19e eeuw, de eeuw van de neostijlen, heeft ook dit kasteel aangedaan. De toemalige baron, Arthur de Woëlmont heeft het hele interieur aangepast aan de neogotische stijl. In een kamer kun je nog restanten daarvan zien. Ook liet hij op iedere dakkapel een grote A plaatsen, naar zijn naamgenoot, Koning Arthur.
Hij verkocht uiteindelijk het kasteel aan de katholieke parochie van Ammerzoden en toen werd het kasteel een Clarissenklooster.
De zusters lieten de grachten dempen en een grote kapel bouwen tegen het kasteel aan. Gek genoeg heeft dat er voor gezorgd dat bodemvondsten van zes eeuwen goed bewaard zijn gebleven.
In de Tweede Wereldoorlog werd het kasteel zwaar beschadigd en verlieten de zusters het kasteel.
In 1957 werd het bezit van de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen en werd het grondig gerestaureerd. Omdat er veel werd teruggevonden uit de middeleeuwse periode (muurtrappen, lampnissen, schouwen, balkgaten, schietsleuven en muur-wc’s) werd besloten die tijd voorrang te geven bij de restauratie.
De neogotische erfenis van baron Arthur werd verwijderd en verdiepingshoogtes werden teruggebracht.
De gracht die door de zusters was gedempt, werd uitgegraven en heel voorzichtig en minitieus werd alles gezeefd. Er werden vele vondsten gedaan. Nog lang niet alles is uitgezocht, maar in het kasteel kun je veel voorwerpen zien die betrekking hebben op de eeuwenlange bewoning. Veel aardewerk, glaswerk, schoenzolen, sleutels, noem maar op.
Ik wandel door de vele vertrekken en klauter via smalle trapjes naar boven (en terug natuurlijk). Er is een gigantische kelder in de grote zware toren, die de kerker wordt genoemd, maar niemand weet of er een gevangenis was op dit kasteel.
Er is ook een brouwoven en een bakoven. Er werd in het kasteel zelf bier gebrouwen.
Op verschillende plekken zie ik de toegang tot de inwendige waterput en deze putte niet uit het grachtwater, maar ging tot het grondwater, dat redelijk schoon en drinkbaar was.
Er is veel moois te zien, en misschien wel het allermooiste is het prachtige 16e eeuwse wandkleed van bijna 4 bij 4 meter, met daarop een jachttafereel. Hoe langer ik kijk, hoe meer details ik kan zien.
Ik maak nog een wandeling om het kasteel en kijk nog even bij de kerkruïne aan de overkant van de straat.
Dit was vroeger de Onze Lieve Vrouwe Kerk van Ammersoyen en zelfs een bedevaartsoord. Bidden bij het altaar van Heilige Quirinus zou wonderen tot gevolg hebben.
Na de Reformatie werd het gebouw protestants, maar de gemeente was klein. Men sloot de triomfboog tussen koor en schip af en kerkte vervolgens in het koor. Het schip werd aan de elementen overgelaten en verviel tot de schilderachtige ruïne die het vandaag is. Bomen groeien tussen de pilaren en paardebloemen op de stenen.
Er is een prachtig romantisch verhaal over deze ruïne. De Engelsman John Box bezocht in 1868 het dorp en hij verzon het verhaal over de Franse legeraanvoerder Georges Duras die in het Rampjaar bevel zou hebben gekregen het kasteel te beschieten. Omdat zijn liefje op het kasteel logeerde, zou hij de kerk ‘per ongeluk’ hebben beschoten.
Mooi verhaal, maar compleet uit de lucht gegrepen.











