Ik woon al 31 jaar in de Betuwe en de fietstocht van vandaag heb ik al tientallen malen gemaakt. En Leerdam heb ik dus ook al meerdere malen bezocht. En dan kom ik ook altijd langs het Hofje van Mevrouw van Aerden. Maar ik was er nog nooit op bezoek geweest. En daar heb ik vandaag eens verandering in gebracht.

Ik was ditmaal slingerend langs de Linge gefietst; waar ik kon oversteken met een brug ben ik naar de andere kant gegaan. Wordt de tocht wel iets langer van, maar het blijft mooi. De slingerende rivier, de bloeiende fruitbomen, de mooie huizen langs de dijken.
En ik was niet de enige die naar buiten ging. Het krioelde van de fietsers en wandelaars op de dijken. En in Leerdam zaten de terrasjes aan de Linge propvol. Maar ach, in de binnenstad was nog plek…

Ik parkeer mijn fiets bij het bordje: geen fietsen parkeren. Maar dat mag wel, zegt de gastvrouw. Tegen betaling van vijf euro krijg ik een rondleiding.

We beginnen buiten het gebouw, de kruidentuin, een boomgaard met nog restanten van het vroegere kasteel van de heren van de Lede, zoals de toegang tot een voormalige vluchtweg.
Leerdam ligt op plek waar in het riviertje de Lede een dam werd gelegd, de Lederdam. Bij deze strategische plek bouwde Pelgrim van de Lede een kasteel, rond 1270. Als je op een oude kaart kijkt, zie je dat Leerdam rechthoekig is aangelegd langs de Linge, met één hap er uit. In die zuidwestelijke hoek zie je het kasteel.

Het kasteel vererfde aan de heren Van Arkel. De laatste heer, Jan V van Arkel, stierf in 1428 en waarschijnlijk kreeg Willem IV van Egmont het in bezit. Want diens zoon Frederik werd graaf van Leerdam.
In 1496 werd het kasteel gedeeltelijk verwoest en in 1551 kwam het kasteel in handen van Willem van Oranje. Hij was immers getrouwd met de erfdochter van de Egmonts, Anna van Buren. Lang plezier had Willem niet van dit kasteel, want in 1574 werd het grotendeels door de Spaanse troepen verwoest.
En het bleef verwoest liggen, bijna 200 jaar.

In Monster woonde een chirurgijn, Antonius Ponderus. Hij en zijn vrouw Francoise van Barthem kregen meerdere kinderen, waaronder een dochter, Maria. Zij werd geboren in het Rampjaar, op 27 januari 1672.
In 1692 trad ze in het huwelijk met Pieter van Aerden, een 49-jarige notaris en procureur uit Den Haag. Hij was een weduwnaar met negen kinderen.

Maria en Pieter kregen samen drie kinderen, twee zoons en één dochter. Pieter stierf in 1719 en hun drie kinderen stierven in de jaren die volgden, zonder kinderen.
Maria bleef alleen achter, maar niet onbemiddeld. Haar zoon Maurits had in Indië bij de VOC fortuin gemaakt en dat met enige regelmaat aan zijn moeder overgemaakt. Die moest daarvoor iedere keer van Den Haag naar Amsterdam reizen.

Maria stierf in 1764, 92 jaar oud.
En toen kwam haar testament ter tafel en daaruit kun je (vind ik) aflezen dat ze een vastbesloten en doelgerichte dame moet zijn geweest.
Haar erfenis, 130.000 gulden, moest worden aangewend voor de bouw van een hofje waar alleenstaande onbemiddelde vrouwelijke familieleden van Maria en Pieter konden verblijven.
Alles, maar dan ook werkelijk alles heeft Maria laten beschrijven. Welke stenen gebruikt moesten worden, hoeveel regenten er moesten worden benoemd, hoeveel turf iedere bewoonster in de winter kreeg, dat er twee notenbomen in de tuin moesten staan (voor schaduw), etc. etc.
En op haar verjaardag en sterfdag was er feest in het hofje waarbij de bewoonsters giften kregen (vlees, brood, wijn).

De armste familieleden woonden in Leerdam en omgeving en dus werd gezocht naar een plek in Leerdam. Omdat de Van Aerdens jarenlange goede contacten hadden onderhouden met de Oranjes, stond de erfstadhouder Willem V het kasteelterrein in Leerdam af aan de Stichting Familie Vrouwenhof. Deze stichting is in 1764 opgericht (Maria had dat zo beschreven) en bestaat nog steeds.

In de jaren 1970 werd het hofje bedreigd. De gemeente Leerdam wilde het slopen om er een parkeerplaats in te richten. Gelukkig is dat niet gebeurd.

Het pand werd gerestaureerd en aangepast aan de tijd. En er wonen nog steeds ongehuwde vrouwen in de huisjes. Ze hoeven alleen niet meer lid te zijn van de Protestantse kerk. En de binnenvader (een toezichthouder) is er ook niet meer, de deuren gaan niet meer om 22 uur op slot en om 7 uur open, herenbezoek is toegestaan.

Ik krijg nog een kijkje in een stijlhuisje (met bedstee, haard en kelder). Er is hier geen toilet, en dat klopt. Want dat was centraal en gezamenlijk, met als de oven en het fornuis. En de pomp die ik midden in de binnentuin verwachtte, staat overdekt bij de oven. Dat was wel handig bedacht van Maria.

De Regentenkamer is helaas niet toegankelijk. Hier is nl. de prachtige schilderijencollectie van Maria en Pieter tentoongesteld (o.a. van Frans Hals en Van Ruysdael), maar diverse schilderijendiefstallen hebben voor problemen met de verzekering gezorgd. En dat is wel heel erg jammer.

Ik slinger weer langs de Linge terug naar huis. Onderweg pauzeer ik in een boomgaard waar ik geniet van koffie met vers appelgebak, terwijl om me heen kippen scharrelen.


Plaats een reactie