Opties, ja zeker, ik heb wel drie opties. Ik ben net aangekomen in de B&B en het is rond drie uur. Wat ga ik doen?
In mijn kamer blijven? Mm, nou nee. Fietsen naar Turnhout, nou nee, niet aanlokkelijk met de nu nog lichte regen. Optie drie wordt het: wandelen naar het centrum van Turnhout onder een geleende paraplu.
Ik had gisteren mijn wekker op 8 uur vanmorgen gezet, maar dat had niet gehoeven. Om kwart voor acht beierden de klokken over de stad: het is Pasen. Aan het ontbijt wordt mij een Zalig Pasen gewenst, mijn ontbijt is opgesierd met een chocolade paashaasje en wat eitjes, in de vensterbank staan narcisjes. Lente!
Alleen het weer baart me wat zorgen. Ik wilde naar een dienst in de Onze Lieve Vrouwe over de Dijle, maar die begint pas om 10 uur en er wordt tussen 12 en 1 uur regen verwacht. Tja…
Op aanraden van mijn gastvrouw pak ik een knooppuntenroute naar Lier. Dat fietst een stuk aangenamer dan langs die grote wegen. Gelukkig is het wel minder druk vandaag.
Vanaf Duffel fiets ik langs de rivier de Nete en het Netekanaal en vlotjes kom ik in Lier. Ik loop een kort rondje maar zie wel dat dit een terugkomst waard is. Aan de voet van Zimmertoren ga ik aan de koffie.
Deze toren is een merkwaardig geheel. Oorspronkelijk is het de Corneliustoren, onderdeel van de stadswallen en gebouwd voor 1425. De toren werd in 1812 verkocht door de gemeente maar na de Eerste Wereldoorlog weer teruggekocht. Met afbraak als doel. Echter, Uurwerkmaker Zimmer schonk de stad in 1928 een Jubelklok, om 100 jaar Belgische onafhankelijk te vieren in 1930. Dit uurwerk redde de toren, want de toren werd gerestaureerd om het uurwerk te huisvesten.
De klok is een wonder van vernuft. 57 wijzerplaten telt de klok, waarvan aan de buitenkant 13 zichtbaar. Ik zie de maanfasen, de wereldbol, de dierenring of zodiak, maar ik lees dat ook de cyclus van Meton, de epacta en de tijdsvereffening, de zonnecyclus en de zondagsletter, de week, de maanden, de datum, de seizoenen, de getijden en de schijngestalten van de maan worden aangeduid. En o ja, middenin is een grote wijzerplaat waarop ik de tijd kan aflezen. Een kunstwerk vind ik het.
De zon schijnt inmiddels en ik fiets met blote armen en benen verder, langs de Nete. Bij Vorselaar fiets ik over de Heirbaan. Volgens mij niet een Romeinse weg, maar wel ooit een belangrijke hoofdweg, hooggelegen en recht. In Wechelderzande lunch ik bij de Keizer. Op deze plek staat al sinds 1620 een herberg en de Keizer heet het al sinds 1680.
Nog maar een paar kilometer maar het begint te druppelen. Regenjas is nog niet nodig, maar als ik na in totaal 60 km in Zevendonk aankom gaat druppelen over in lichte regen.
Om vier uur stap ik door de regen naar Turnhout, zo’n vijf kilometer lopen. Het is vrijwel windstil en het begint steeds harder te regenen.
Als ik op de Grote Markt aankom is het bijna droog. Ik loop rond de Sint Pieter. Naast de kerk staat een zgn. Heilig Hart beeld. Jezus is daar afgebeeld met gespreide armen met op zijn borst een hart gevat in eem stralenkrans. Of vlammen. Deze specifieke verering blijkt terug te gaan op het lijdensverhaal in Johannes, de soldaat die met een lans Jezus doorboort.
Een paar straten verderop staat het negen eeuwen oude kasteel van de hertogen van Brabant ongenaakbaar in zijn gracht. Nu een rechtbank,maar het is ook gevangenis en brandweerkazerne geweest en nog veel meer. De Belgische troonopvolger draagt de titel Hertog of Hertogin van Brabant.
Ik loop een deels andere route terug langs de Heilig Hartkerk, een 19e eeuwse neogotische kerk.
Voor de ingang ligt een rond labyrint en ineens denk ik aan gisteren. In de Onze Lieve Vrouwe van Hanswijk is een labyrint in de tegelvloer verwerkt. Een labyrint is een eeuwenoud motief en ondanks de gelijkenis met een doolhof, is het juist géén doolhof. Er is maar één weg die naar het centrum leidt, zelfs al lijkt dat niet zo.
Het is inmiddels droog geworden en na een wandeling van zo’n 12 km is het tijd voor even niets. Tenminste, ik ga luisteren naar de Johannes Passion van Bach.





