Waar te beginnen? Een zo volle dag in woorden vatten, valt niet mee.
Ik lig op lekker op bed na de douche en door het dakraam kijk ik uit op de Basiliek van Onze Lieve Vrouwe van Hanswijk. De avondzon zet de kerk in gloed. Een mooi einde aan een verder grijze en miezerige dag.
Na een nacht vol regen miezerde het tijdens het ontbijt. Gelukkig werd het droog en over de gatenkaas die de toegangsweg is hobbelde ik bij de B&B vandaan naar Heist-op-den-Berg. En inderdaad moet ik stevig trappen. Ik ben op weg naar Mechelen, een ruime 20 km hiervandaan. Helaas! De laatste de vier kilometer fiets ik in de miezer en regen. De regenjas maar weer opgediept.
Ik mag vroeg inchecken in het hotel en zo loop ik om 12 uur Museum Hof van Busleyden binnen. De tentoonstelling hier is oorzaak van deze vakantie.
Het boek De Bourgondiërs van Bart Van Loo heb ik verslonden en ik ben zelfs naar een theatervoorstelling van hem hierover geweest. En nu zijn de wapenborden van de Vliesridders gerestaureerd en van dichtbij te bewonderen. Dat wil ik zien! Een Bourgondische hertog was nl. de stichter van deze exclusieve en nog steeds bestaande ridderorde.
Hertog Filips de Goede trouwt in 1430 met lsabella van Portugal. Die gelegenheid grijpt hij aan om deze orde op te richten. In de tentoonstelling zie ik zijn voorbereidende aantekeningen. De naam van de orde gaat terug op de Trojaanse mythe van Jason en de Argonauten en het Bijbelse verhaal van Gideon. De hertog plaatst zich met een eigen orde op dezelfde hoogte als de koningen van Engeland en Frankrijk. Twee kettingen zijn er te bewonderen: een 18e eeuwse en die uit 1907 van koning Albert I van België. Terzijde: ook prinses Beatrix is vliesridder.
De ridders zouden om de drie jaar in een kapittel bijeenkomen. Een feestelijke bijeenkomst, waarbij ook nieuwe ridders werden gekozen (omdat er ridders waren overleden of uit de orde gezet). Mooi plan, kwam alleen niet veel van terecht.
In 1491 was het al 10 jaar geleden dat er een kapittel was geweest, maar nu kwam het er toch van. Mechelen had de eer. In mei kwamen de ridders naar Mechelen, opgetrommeld door Aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk. De Romboutskerk is plaats van handeling. Doel de eenheid in zijn grote rijk te versterken. Hij is geen Bourgondiër, maar de weduwnaar van de laatste Bourgondiër Maria. En nu zijn er steden en ridders die dat betwisten. En die ridders kunnen alleen door huns gelijken worden terecht gewezen.
Het is een wereldlijke orde, maar toch, bij het kapittel neemt men plaats in het priesterkoor. En speciaal daarvoor zijn deze wapenborden geschilderd. Het zijn plaatsaanwijzers, maar wel heel mooie.
In de tentoonstelling kun je als het ware in het midden van het koor plaatsnemen en je ziet de borden in al hun schoonheid van heel dichtbij. Bart Van Loo neemt me via de audiotour mee naar mei 1491.
Zo’n kapittel was ook een stuk theater. De ridders gingen in rood fluweel of satijn gekleed, rode laarzen, rood hoofddeksel (soort doek), uiteraard dragen ze allemaal de gouden ketting met daaraan het gouden ramsvel, de wapenborden zijn kwistig met goud en felle kleuren beschilderd, er zijn besloten banketten. Theater kan niet zonder publiek en dus zijn er ook toernooien en processies waaraan de gewone Mechelaar zich kan vergapen.
Er zijn echter maar zeven ridders op komen dagen. Zelfs Maximiliaan is er niet. Wel is Filips de Schone er, zijn 12 jarige zoon, en hij mag de voorzitter zijn. In de tentoonstelling staan twee onderdelen van zijn kinderharnasjes, gegraveerd met een Gulden Vliesketting. Zo klein…
Engelbert van Nassau werd gekapitteld en beboet vanwege zijn rokkenjagerij, een ander werd uitgesloten (zijn wapenbord is een opsomming van ingebrachte beschuldigingen) en zelfs Filips krijgt een en ander te horen. Stop met gokken en schulden maken. Straf: veel Weesgegroetjes en Onzevaders bidden.
De ridders vertrokken weer, maar hun wapenborden bleven in de kerk achter. Er zijn borden verdwenen, sommigen zijn gereconstrueerd in de 19e eeuw, maar de meeste stammen uit 1491. En na de tentoonstelling komen de borden weer in de kerk te hangen.
En die kerk bezoek ik ook. Want nu ga ik beginnen aan een lange stadswandeling.
Hoogtepunten? Teveel om op te noemen, maar ik doe een poging.
- De Onze Lieve Vrouwe van Leliëndaal: in een winkelstraat staat deze barokke kerk.
- De Sint Jan: Gotisch van buiten, barok van binnen en met een altaarstuk van Rubens.
- Diverse refugiehuizen: kloosters gebruikten zo’n huis als bestuurspost en als toevlucht in zware tijden.
- De Onze Lieve Vrouwe van Hanswijk: een barokke kerk met een verbazend mooi interieur. En een bedevaartskerk.
- Stadspaleizen te kust en te keur: uiteraard met een link naar de Bourgondiërs. Het paleis van Margaretha van York, weduwe van Karel de Stoute. Het paleis van Margaretha van Oostenrijk, zus van Filips de Schone en tante van Karel V.
- Lunchen in de Vleeshalle.
- Huizen met eeuwenoude houten en stenen gevels.
- De Grote Markt met prachtige gevels en natuurlijk het stadhuis. Oorspronkelijk de Lakenhal uit de vroege 14e eeuw.
- Het Schepenhuis uit de 13e eeuw met aanbouw uit de 14e eeuw.
- Een wandelpad in de Dijle.
- Diverse Begijnhoven.
- Mooie binnentuinen.
- Aparte straatnamen: Klapgat (klappen is Vlaamse voor praten), Jezuspoort, Lekkernijstraat.
- En dan al die barokke preekstoelen in de kerken.
En natuurlijk de Romboutskathedraal. Een prachtige kerk bij de Grote Markt. Ik ben er ’s middags op bezoek en vergaap me aan de schoonheid en ook de veelheid van de kunstwerken. De bouw is begin 13e eeuw aangevangen en in 1312 werd de kerk ingewijd. 1450 was de start van de toren. Sinds 1559 is het een kathedraal, een bisschopskerk.
De toren bevat een beiaard, maar het is Stille Zaterdag. De klokken luiden vandaag puur functioneel, om de uren aan te duiden, verder niet.
Ik verneem dat er om 20 uur een Paaswake is in de kathedraal en na de douche ga ik daarom de stad weer in.
Ik krijg een kaars en de liturgie aangereikt. De voorganger nodigt ons uit om naar de ingang te komen. Er staat een schaal op een standaard en de inhoud wordt aangestoken. Grote vlammen ontstaan en een priester komt met de nieuwe grote Paaskaars aan. Deze wordt gezegend en dan aangestoken met het vuur. En dan krijgen we allemaal vuur voor onze kaarsen. Het verspreidt zich. Het doet me aan het Pinksterverhaal denken.
De Bijbellezingen worden afgewisseld met liederen en korte gebeden. En dan ineens, net voor de lezing uit Marcus over het lege graf, beginnen de klokken te beieren. De stilte is verbroken.
























