Als we in Hasselt bij de bushalte komen, dreigt in de verte weer een bui. Even later klettert de hagel op en fluit de wind om het bushokje. Net op tijd!

Het is een bijna winters aandoende dag, vandaag. Felle opklaringen, harde wind, fris, korte hagelbuien: het is maart.

Thorbecke staart me streng na vanaf zijn sokkel. Achter hem het station en bloesembomen. Bij het altijd statige hotel Wientjes klettert een hagelbuitje en dan kunnen we van start.

Langs de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouwe-ten-Hemelopneming (de kerk met de Peperbus) lopen we naar de Sint Michaelskerk. Naast de wolk van museum de Fundatie zit een grote gouden duif. Het is nog rustig en we lopen via de Kerkbrug naar het Almelose Water. Een stukje onbekend Zwolle.

Langs het water lopen we naar de spoorbaan waar we keren en  langs de Westerveldse Aa op Berkum aanlopen. En bij theehuis de Agnietenberg is het dan tijd voor pauze.

We zitten hier op historische grond. De Nemelerberg, een rivierduin, werd door Geert Grote aangewezen als plaats voor de vestiging van een klooster van de Broeders van het Gemene Leven. 1384 is het dan. In 1398 werd er een klooster gesticht. Waarschijnlijk bezat het relikwieën van de Heilige Agnes, vandaar de naam Agnietenklooster. Bekendste bewoner? Thomas a Kempis.

Terzijde: Broeders van het Gemene Leven en in het verlengde daarvan de Zusters van het Gemene Leven, was een religieuze groepering die aan het einde van de 14e eeuw in Deventer ontstond rond Geert Grote, die de grondlegger van de religieuze stroming Moderne Devotie is. Gemeen betekent gewoon.

Na de koffie met overheerlijk gebak lopen we langs de drie begraafplaatsen in dit stukje Zwolle: eerst Bergklooster,  voortgekomen uit de kloosterbegraafplaats, dan Kranenburg op het terrein van de voormalige havezate Kranenburg, en dan Nieuw Bergklooster.

Thomas Hemerken -Hamertje, zijn vader was smid- werd in Kempen bij Krefeld geboren. In 1399 kwam hij naar Agnietenberg waar zijn broer prior was. Hij was een goed kopiist, maar schreef zelf ook boeken. Het bekendste is De Imitatione Christi, de Navolging van Christus. Langs de weg staat een deftig monument voor hem, onder de A28 wordt hij op geheel eigentijdse wijze (en heel mooi) in herinnering gebracht met graffiti.

Aan de overkant van de Vecht is het even heel druk. Bij landgoed Arnichem ligt aan de weg in het bos een klein graf. Voor Lepejou, ook wel Apollo genoemd. Overleden in 1828. Er staat ook Arabisch schrift op de steen. Lepejou was een tot slaaf gemaakte uit Celebes (Sulawesi) in wat toen nog Indië heette. Hij werd door zijn meester, Joan Hendrik Tobias, bewoner van Arnichem, meegenomen naar Nederland, uit dankbaarheid voor bewezen diensten. Het is waarschijnlijk het oudste moslimgraf in Nederland.

Nog een stukje drukke weg en dan lopen we over de dijk naar Hasselt. Kilometerslang is het genieten van het prachtige uitzicht. In de verte zien we buien ontstaan en uitzakken. Felblauwe luchten, spierwitte wolken, grijze regen- en hagelbuien. De wind trekt aan, het is fris. De toren van Hasselt verschijnt al in de verte en we lopen langs de monding van de Vecht in het Zwarte Water.

Havezate Den Doorn passeren we, een in de kern Gotisch huis. De ooievaars klepperen op hun nest. Overal staan prachtige boerderijen en huizen. Knap in de verf, sommige mooi rietgedekt.

Bij een Koude-Oorlogreliek picknicken we. Het is  ogenschijnlijk een boerenschuur, maar het is een opslag voor schotbalken. Onderdeel van de IJssellinie. Bedoeld om de Gennersluis dicht te zetten voor inundatie. De sluis zelf is 18e eeuws maar was zeker al in de 17e eeuw aanwezig.

We passeren de Brommert, een uiterwaard die binnenkort vol staat met wilde kievitsbloemen. De waard heeft nog een schans gehuisvest uit de tijd van Napoleon. Buurtbewoners noemen het gebied dan ook wel Franse Schans. Niets meer van te zien, behalve op de kaart. Dan zie je in het slotenpatroon nog steeds de schans.

Bij Streukel staat een enorm gemaal in de Groote Grift, ernaast gemaal Galgenwaard in de verlegde Dedemsvaart.

En dan lopen we langs de Steenendijk. Een één kilometer lange voormalige zeewering, bestaande uit een gemetselde muur. Onderhoud werd door de ingelanden gedaan, dus de eigenaars van de aanpalende percelen. Met verschillende metselwijzes en voegwerk als gevolg.

Bij een prachtige magnolia staat de Rooms-katholieke Stephanuskerk. Op het bordje staat dat dit de plek is van de Heilige Stede. Het blijkt dat Hasselt één van de oudste bedevaartsoorden van Nederland is.

Jaarlijks, op de tweede zondag na Pinksteren, trekken gelovigen in processie door Hasselt naar de tuin van deze kerk voor een openluchtviering bij de buitenkapel. Deze plek staat sinds 1355 bekend als de Heilige Stede. Hier konden gelovigen éénmaal per jaar een aflaat krijgen. Dit werd bekend als de Hasselter Aflaat. De oorsprong van deze traditie is niet bekend. Populair werd de volgende verklaring van een plaatselijke pastoor. Een dronken Friese kampvechter zou op zekere dag in 1218 met een bierkan een kelk met hosties uit de handen van een priester hebben geslagen. Als boetedoening moest op de plek van het incident een kerk worden gebouwd. Mooi gevonden, zullen we maar denken?

Thomas Hemerken, beter bekend als Thomas a Kempis, zei over bedevaarten het volgende: ‘Die veel bedevaarten doen, worden zelden heilig.’ Maar zijn eigen stoffelijke resten zijn uiteindelijk in de kerk van de Peperbus beland, waar men ook ter bedevaart gaat.

Hasselt is een prachtig oud stadje met de Grote Kerk en het vroeg-16e eeuwse stadhuis, de grachten met mooie witte brugjes, mooie oude huizen die soms zeer schuin achterover hellen. Een bezoekje waard, maar we zoeken de bushalte op. Anders is het een uur wachten.

Op het Zwarte Water zien we een schip in de verte verdwijnen, onder de grijze wolkenluchten.


Plaats een reactie