Eerst even terug naar vroeger.

  • Als de Wehkamp-catalogus in de bus viel, was ik er als de kippen bij om de pagina’s te bekijken met de porseleinen beeldjes. Herders en herderinnetjes, in prachtige kledij. Ik vond ze zo mooi, en smeekte mijn moeder weleens om zo’n beeldje. Maar nee, ik kreeg altijd nul op request.
  • Mijn moeder had wel een zwak voor Engels porseleinen kopjes. Haar verzameling is klein maar mooi en ik heb deze geërfd. Ben er nog steeds niet aan toegekomen een mooi plekje te maken, maar dat komt nog wel.
  • Ook was ze dol op Chinees en Japans porselein. Ze heeft voor ons viertjes destijds Imari bordjes gekocht.
  • Uit de boedels van onze grootouders kwam ook chinoiserie in ons huis. Matige kwaliteit, maar toch leuk.

Waarom dit verhaal vooraf? Wel, in de Princessehof in Leeuwarden is een tentoonstelling van porselein uit verzamelingen van Madame de Pompadour en Augustus de Sterke. En dan snap je dat ik daar even naar toe wil.

Wat is porselein eigenlijk? Het is keramiek, een heel specifieke vorm, samengesteld uit kaolien (een weerbarstige, witte kleisoort), kwarts en een veldspaat, gebakken op hoge temperatuur. Porselein wordt daardoor hard, doorschijnend, niet poreus en klinkt helder, anders dan bijvoorbeeld aardewerk. Het is waarschijnlijk ergens in de 7e tot 9e eeuw ontstaan in China.

Nog meer dan bij glas is het juiste recept belangrijk. Anders krijg je gewoon aardewerk of zacht porselein. Niets mis mee, maar het is niet het felbegeerde harde porselein.

Het eerste object in de tentoonstelling is een vroeg 16e eeuwse vaas uit de collectie van de de’Medici’s, het vooraanstaande adellijke Italiaanse geslacht. En daarmee begon een jacht op het witte goud, ofwel Porseleinkoorts.

In Saksen regeerde Friedrich August I als keurvorst van 1694 tot 1733. Hij was tweemaal koning van Polen (van 1697-1704 en van 1709-1733) als Augustus de Sterke. Die bijnaam kwam niet uit de lucht vallen. Met zijn blote handen kon hij hoefijzers verbuigen. Maar wat hij niet was, zat hem erg dwars.

Hij voelde zich de mindere van de andere regerende vorsten in Europa. Maar hij zorgde ervoor dat hij benijd werd door hen.

Het begint met goud. Augustus voerde nogal eens oorlog en dat is een kostbare bezigheid. Hij hoorde van een alchemist die goud zou kunnen maken van metaal. De arme jongeman, Böttger heet hij, wordt opgepakt en gevangen gezet op de Albrechtsburg in Meissen. Opdracht: maak goud.

Maar ja, dat lukte niet. Zijn mentoren waren wetenschappers en die dachten dat het witte goud Augustus ook wel kon bekoren: porselein!

Ze ontrafelen het porseleinrecept en doen inspiratie op in keramiekproductieplaatsen, waaronder Delft. Böttger wordt directeur van porseleinfabriek Meissen, dan nog gevestigd in zijn gevangenis.

Het duurt niet lang of Meissen wordt synoniem met hoogwaardig Europees porselein en Augustus raakt bezeten van de porseleinkoorts.

In 1717 koopt Augustus een imposant gebouw in Dresden dat hij na de verbouwing omdoopt tot Japanisches Palais. Achttien zalen zijn ingericht met zijn porseleincollectie. Er wordt speciaal porselein gemaakt om te passen bij de kleuren van de zalen.

Niet alleen Meissen porselein verzamelt hij, maar ook Chinees en Japans porselein, vrachten vol. Bij zijn dood bleek hij 30.000 stuks porselein te bezitten. En als een lading aankwam, mocht er niet worden uitgepakt, tot hij er zelf bij was. Zo belangrijk was het voor hem.

Inmiddels was de porseleinproductie tot grote kunstzinnige hoogte gestegen. In een zaal staan levensgrote witte beelden opgesteld, 300 jaar oud en levensecht. Een ara, een beer, een kip met kuikens, een kat, prachtig. Maar ook een hysterisch fantasiewezen dat met opengesperde bek als kan dient.

Dat kostbare en geheime recept van Böttger bleef alleen niet geheim. Spionage en intriges, omkoperij maar zeker ook loslippigheid van Böttger en andere medewerkers, al dan niet geholpen met alcohol, zorgden ervoor dat overal in Europa porseleinindustrie ontstond.

De gekroonde hoofden staken elkaar naar de kroon. Maria Theresia van Oostenrijk, Lodewijk VI, Catharina de Grote, allemaal wilden ze porselein en een eigen porseleinfabriek.

Het porselein wordt zelfs een kostbaar relatiegeschenk dat diplomatieke betrekkingen ondersteunt.


Blauw en roze, in 1744 springt ze zo bij Lodewijk XV in het oog. Hij ziet haar tijdens een jachtpartij, blauwe jurk, roze koets. Als hij haar weer ziet is ze in het roze gekleed maar haar koets blauw. De koning is geïntrigeerd. En een jaar later is ze zijn maîtresse.

Jeanne-Antoinette Poisson, zo heette ze, maar ze is bekend als Madame de Pompadour, naar het markiezaat dat Lodewijk haar cadeau deed.

Ze was Lodewijks belangrijkste maîtresse, en bleef dat tot haar dood in 1764. Ze was ook zijn vertrouwelinge én zijn cultureel adviseur. 

Ze stelde veel belang in de porseleinproductie in Vincennes, het latere Sevres en legde een fenomenale porseleincollectie aan.

Het is halverwege de 18e eeuw en de stijl du jour is: Rococo (van het Franse rocaille = schelp). Dat zie je terug in de vormgeving van de voorwerpen.

Ik zie haar persoonlijke porseleinen gietertje, want het buitenleven en tuinieren werden helemaal bon ton. Natuurlijk deed ze niet het zware werk maar met zo’n gietertje leek het toch net echt.

In deze zaal staan ook nog verfranste Chinese en Japanse ornamenten. Less is bore. In veel verguld hout en metaal zijn de ornamenten gevat, met een tamelijk wanstaltige uitkomst.

Ik geniet van de tentoonstelling, van de rijkdom, de overdaad, ook van de wanstaltigheid, de over-the-top beeldjes, de prachtig ingerichte zalen, de bijzondere kleuren.

En ik denk terug aan die zomermiddag jaren geleden in Meissen. Lunchen op het terras en dan klinkt van het carillon van de kerk een koraalmelodie. Op porseleinen klokken. Dan moet je een goede keramist zijn. Om getoonzette klokken te kunnen vormen.


Plaats een reactie