Twee minuten duurde het, en toen was ‘ut hert er uut’.
22 februari 1944, het bombardement van Nijmegen. Ik herinner me het boek dat ik in 2005 gelezen heb. Bart Janssen, een baby in 1944, die wonderlijk ontsnapte met zijn ouders, gaf in dat boek de bijna 800 slachtoffers een gezicht. Letterlijk, want van veel slachtoffers had hij foto’s in bezit gekregen en die staan niet alleen in dat boek maar achter het stadhuis hangen grote panelen waarop alle slachtoffers worden genoemd, met foto en naam, indien aanwezig en bekend.
Het hart er uit, dat klinkt als het bombardement op Rotterdam, bijna vier jaar eerder. Je verwacht dan ook een beeld á la Ossip Zadkine. Maar nee, dat vind je hier niet.
Het monument is een zware ijzeren schommel onder twee grote kastanjebomen, een schrijnende herinnering aan de school die er stond. 24 kinderen en acht nonnen (hun juffen) vonden hier de dood. De kastanjes stonden op het schoolplein en hebben alles gezien.
Ik ben vanmiddag naar Nijmegen gereisd omdat het donderdag 80 jaar geleden was dat dit vreselijke bombardement gebeurde.
Het was een stralende zonnige koude winterdag. In Nederland tenminste.
Aan de andere kant van de Noordzee was het minder gesteld. Een grote groep bommenwerpers, Amerikanen, steeg op om in Duitsland oorlogsdoelen te bombarderen. (De Britten vlogen ’s nachts.) Er was sneeuw boven de Noordzee en ze moesten helemaal naar Gotha voor een fabriek waar vliegtuigen werden gebouwd.
In Nijmegen om half één in de middag klonk het geloei van het luchtalarm. Mensen scholen in de schuilkelders en op elke andere plek die denkbaar was. Een kwartiertje later werd het sein veilig gegeven. De groep Amerikaanse bommenwerpers verdween als stipjes boven Duitsland.
Men komt weer te voorschijn en gaat verder met het dagelijks leven. Boodschappen doen, lunchen, bidden, spelen.
Sommigen zien de stipjes groter en groter worden. En om half twee is het al voorbij. In twee minuten tijd zijn er 144 500 ponders en 71 clusterbommen op het hart van de eeuwenoude stad (de oudste van Nederland) gevallen.
De piloten waren door de sneeuw boven de Noordzee elkaar al uit het oog verloren en de groep waaierde uit over Nederland en Duitsland en sommigen gingen terug naar Engeland. Gotha werd nooit bereikt en de piloten keerden terug. Besloten werd om gelegenheidsdoelen te zoeken. Zo werd het stationsemplacement van Nijmegen gekozen. Ook Deventer en Enschede kregen bommen te verwerken.
Maar Nijmegen kreeg de grootste klap, niet op het stationsemplacement, maar op de binnenstad.
Het luchtalarm ging niet af, bluswater was niet voorhanden omdat de waterleiding getroffen was en water uit de Waal naar de hooggelegen binnenstad pompen lukte moeilijk. De stad brandde drie dagen.
Op 26 februari was de massabegrafenis op de begraafplaats aan de Graafseweg. Pastoor en predikant leidden de rituelen. Op de foto’s zie je de kisten op de wagens over de Graafseweg trekken. Er is één groot massagraf, zonder ook maar een enkele persoonlijke steen. Een kleine grijze steen aan de voet van het heuveltje, er op een vrij nieuw monument: een grote grijze steen die in tweeën is gescheurd…
Ik loop van de begraafplaats terug naar het centrum. Op Plein 1944 is een kleine openluchttentoonstelling. Dit Plein is door het bombardement ontstaan. Op TopoTijdreis zie ik dat er drie straatjes waren vol met huizen.
Ik zoek de metalen plaatjes (met namen van de slachtoffers) van de brandgrens en loop die helemaal langs. Wat een klein gebied, eigenlijk. En volkomen willekeurig.
Nijmegen was in diepe rouw gedompeld maar hoe moet je rouwen als de schuldigen degenen zijn die ook de bevrijders zijn. Het speelde de NSB burgemeester én natuurlijk de Duitse propaganda ook nog in de kaart.
Nijmegen werd een goed halfjaar later frontstad, na de mislukte Operatie Market Garden. Wat moet je dan?
Doorgaan, verzwijgen, dat was wat er gebeurde. Pas in 1984 was de eerste officiële herdenking.
Vandaag zie ik ontzettend veel mensen in de stad die op de een of andere manier met dit bombardement bezig zijn.
Om even mijn gedachten te verzetten bezoek ik het oude verdedigingswerk De Bastei en vanaf het dakterras heb ik prachtig zicht op de Waal.
Bij het vallen van de avond loop ik naar het station. Dat was ook deels getroffen, dus is er een nieuw front gebouwd met een bijna Italiaans aandoende toren, maar op het perron zie je nog de oude muren en overkappingen.
De stad is het lot van Rotterdam bespaard, er zijn wel grote wegen, maar het centrum is op menselijke schaal herbouwd. De Stevenskerk, waarvan de toren was geraakt en ingestort, straalt als altijd boven de stad, Plein 1944 is wel wat apart en winderig naar nog altijd relatief klein, de Molenstraatkerk behield het originele koor en het jaren ’50 schip is op een of andere manier passend.
Bijzonder in die kerk is het boek met de namen van de slachtoffers. Elke dag slaat de koster een bladzijde om. En in de Mariakapel staat een klein Mariabeeld, dat in de 16e eeuw van de brandstapel werd gered en het bombardement ook doorstond.











