Havezate: have is een vorm van het woord hof, zate een verbuiging van zetten of zitten. Hofstede betekent in principe hetzelfde met stede als verbuiging van staan.

Een havezate is een versterkt huis (burcht), hofstede, hof of hoeve. Oorspronkelijk was het een benaming voor een grote boerderij met land. In Overijssel zijn er ca 122 geweest en vandaag lopen we langs een aantal daarvan.

Op station Dalfsen beginnen we maar eens met koffie en appeltaart, want het had wel wat voeten in de aarde om hier te komen. Mijn trein strandde in ’t Harde maar met de bus kwam ik toch in Zwolle. De trein naar Dalfsen reed ook niet, dus zaten we even later in de bus naar Dalfsen.

We waren in maart vorig jaar geëindigd in Dalfsen en nu, bijna een jaar later, gaan we verder.

De start is enigzins modderig door de regen van de afgelopen weken. Stukken pad zijn soms onbegaanbaar, maar even later staan we bij Havezate De Berg, voor het eerst genoemd in een koopakte uit 1483, sinds 1703 in bezit van de familie Van Dedem (die van de Dedemsvaart). Het huis staat prachtig op het terrein met ter weerszijden de bouwhuizen en met een mooie zichtas over de Berger Allee. En die ‘berg’? Dat was een rivierduin dat is doorgraven voor die Allee.

Achter de bomen zien we de wieken van de molen van Hoonhorst (verbastering van Hoge Horst) maar we gaan rechts richting Emmen. Buurtschap Emmen, niet het grote Emmen in Drenthe en daar slaan we af naar de prachtige bossen rondom Mataram.

Mataram, dat klinkt behoorlijk exotisch en dat is het ook. Mataram staat op de plek van de voormalige oude havezate Dieze en is gebouwd rond 1800. Toen werd het gekocht door ene Van Rhijn die zijn fortuin in Indië had vergaard. Hij noemde het Mataram, naar het Indische koninkrijk Mataram (8e-10e eeuw) of naar het Sultanaat met dezelfde naam (16e-18e eeuw).

Het is nu een prachtig landgoed met ecologische zones rondom de Emmertochtsloot. Ondanks de naam is deze sloot een historische watergang die een restant is uit de periode dat de Vecht nog niet bedijkt was.

De Horte doemt op. Eerst ’t Witte Huis, dat wel een éénklassig schooltje lijkt, maar gebouwd werd als biljartkamer voor de heer des huizes. De Horte werd door dezelfde Van Rhijn gekocht en omgedoopt tot Djokjakarta. Die naam beklijfde niet.

De tuin is vrij toegankelijk en is verrassend mooi, met mooie koudegrondbakken, een wit brugje en een zonnewijzer.

Bij Wijthmen (spreek uit Wietem) maken we een ommetje over het prachtige landgoed Soeslo. Soeslo, mooi klinkt dat, hè? Het is samengesteld uit soes voor watergang en lo voor hoger gelegen bosje. Ja, OK, klinkt een stuk minder romantisch.

Het is wel een heel mooi gebouwencomplex, met boerderijen, een soort koetshuis en dan het vroeg 19e eeuwse landhuis vastgebouwd aan de 17e eeuwse spieker. Want het landgoed behoorde in de Middeleeuwen toe aan het stift Essen in Duitsland. Daar hoorde ook een spieker of spijker bij. En dat was de korenopslag in Noordwestelijk Europa. Het kwam van spicarium, van het Latijnse spicae voor korenaar. In de spieker werden de schoven opgetast. In de rest van Europa werd het woord granarium gebruikt voor de opslag van het gedorste graan.

We keren terug naar Wijthmen, een klein dorpje, waarvan de naam teruggaat op het Germaanse wie dat klein heiligdom of heilige plaats betekent.

Op de Golfclub Zwolle in het voormalige gehucht Zalné lunchen we om dan naar Herfte te wandelen. Ik ken het alleen van de trein die hier langs raast, zowel de lijn naar Emmen als naar Meppel. Het ligt ingeklemd tussen deze spoorlijnen. We slingeren door het gehucht en komen in een prachtig stukje Zwolle.

In de verte dient de Vecht zich weer aan, voor ons het vroegere dorp Berkum en linksachter het gehucht Veldhoek (naar een voormalige havezate) en landgoed De Helmhorst.

Bij de Nieuwe Vecht lopen we over een pad dat Tussen de Verlaten heet. De Nieuwe Vecht is eind 15e eeuw al gegraven als verbetering van de verbinding van Zwolle met de Vecht. Er werd een sluis (verlaat) aangelegd, de oude die nu verdwenen is. Later werd er bij de aansluiting op de Vecht nog één aangelegd, de nieuwe. De sluis is vernieuwd in de 19e eeuw, maar de middeleeuwse ovale sluiskolk is gebleven.

We lopen inmiddels op de Vechtdijk. De dag was grijs gestart, maar het was lekker koel weer, met weinig wind. Nu is zelfs de zon er zo nu en dan en dat zorgt voor sfeervolle vergezichten over de Vecht.

Opmerkelijk:

  • We liepen over een weg die Kuyerhuislaan heet.
  • Zoveel bloei al onderweg. Sneeuwklokjes bij de honderden, maar ook al een enkele rodondendron. En wilgenkatjes, zo mooi, zo zilverachtig.
  • Berkum komt Bercmede: berkenweide.
  • In een weiland bij de Emmertochtsloot zagen we drie reeën foerageren.
  • Passend, want vlak daarvoor stond op een bankje een dichtregel van mijn vroegere leraar Nederlands Koos Geerds: “Zelden wordt een boek geopend met de verwachting waarmee een ree de landgoedweide binnenstapt.

Plaats een reactie