In de Nieuwe Kerk in Amsterdam vindt de Grote Indonesië tentoonstelling plaats. Veelomvattend wil dit zijn. Cultuur, natuur, koloniale tijd, oorlogen, slavernij, godsdiensten, dekolonisatie, alles komt zo’n beetje voorbij.
Vanavond was er een avondopenstelling rondom Indonesische dansen.
In het koor worden de danseressen voorgesteld en de dansvormen toegelicht. En wij als aanwezigen mogen meedoen. Bij de dans met de schotels -oorspronkelijk een oogstdans- krijgen we plastic kommetjes aangereikt. En bij de dans van de neushoornvogel een soort waaier van veren.
Ik neem daarna plaats in de riksja voor een fotomoment (tuurlijk) en we slenteren door de overweldigende en zeer kleurrijke tentoonstelling.
Indonesië is een enorm land met een enorme diversiteit aan volken, religies en dieren. Allerlei aspecten komen aan bod, ook het moderne Indonesië met mode geïnspireerd op de sarong, batik en ikat.
En dan om 8 uur zitten we in het schip. Hoog boven ons het orgel met gesloten luiken. En daaronder worden door de drie danseressen en één danser in glinsterende en goud fonkelende kledij de aloude dansen uitgevoerd. De muziek is bijna hypnotiserend en zeer repetitief, en ik kijk gefascineerd naar de bewegingen.
Wat een bijzondere en prachtige culturen waren (en zijn er nog steeds) in Indonesië. En wat is er door de kolonisatie veel vernietigd. Onbegrijpelijk.
En waarvoor? Dat zie én ruik je ook. Grote schalen met gemalen kruidnagel, kaneel, nootmuskaat en gemberwortel, daar was het de VOC om te doen. Het mondde uit in het cultuurstelsel, later kwam de ethische politiek. En vrijwel de gehele 19e eeuw was een aaneenschakeling van oorlogen om wat toen pas Nederlands Indië ging heten.
En de politionele acties waren de laatste stuiptrekkingen van de koloniale tijd. Ik pak Revolusi er weer bij, de dikke pil van Van Reybrouck over Indonesië en Nederland.





