Ik zit op een bankje op het lage dijkje en kijk uit over de brede uiterwaard, in de verte een typische Betuwse boerderij, voor me omgeploegde grond die glimt in de stralende zon. En zomaar ineens moet ik denken aan het gedicht van Hans Werkman: ‘Duizend bunder nieuwe klei‘.
Ik ben maar een klein eindje van huis, deze zondagmiddag. Na de vorst van vannacht werd het zonnig en de temperatuur liep aardig op en ik besluit om een ommetje te maken.
Ik woon vlak bij de Waal en de Linge en vanmiddag ga ik een wandeling over de Lingedijken te maken. De Linge is hier bij Tiel niet erg breed, maar de lage dijken liggen erg ver uit elkaar. De Linge was in het verleden de hoofdstroom en niet de Waal en dat kun je nog zien aan de ver uit elkaar liggende dijken.
Bij boerderij de Heerlijkheid kom ik op de dijk. Die boerderij heeft die naam niet zo maar. Vlakbij, achter de kerk van Wadenoijen stond tot 1880 het huis Wadenoijen. Op die plek was al voor 1455 een kasteel gevestigd met heerlijke rechten waardoor dit gebied een heerlijkheid werd. (Heerlijke rechten zijn o.a. het visrecht, tolrecht, jachtrecht, windrecht.) In 1808 werd het herbouwd door Baron van Borssele (inderdaad uit Zeeland), maar in 1880 werd het voor de sloop verkocht. Het huis diende als steengroeve en in 1882 werd het terrein geëgaliseerd. En echt, je kunt niets meer zien, zelfs niet op luchtfoto’s.
Op de dijk zie ik van rechts het Inundatiekanaal in de Linge uitkomen. Drie kilometer verderop ligt een (nu afgesloten) inlaat vanaf de Waal. Dit kanaal werd in 1870 gegraven ter ondersteuning van de landsverdediging met de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Door via dit kanaal het waterpeil van de Linge te verhogen konden bij oorlogsdreiging de Tieler en Culemborger Waarden onder water worden gezet. Sinds 2000 is het kanaal een rijksmonument.
Het kerkje van Wadenoijen staat als altijd mooi te wezen op de dijk. Het is het oudste kerkje van de Tielerwaard. Het schip stamt uit ca 1100, de toren is uit ca 1200 en het koor is 15e eeuws. Ik vind het contrast van het tufstenen schip met het hoge bakstenen koor mooi.
Het kerkje had een voorganger, zoals blijkt uit een oorkonde uit 850. De bisschop van Utrecht vluchtte voor de invallende Noormannen naar de kerk van Wadenoijen en vervolgens naar het kloostergoed achter de kerk (waar later het kasteel kwam te staan).
De naam Wadenoijen gaat nog wat verder terug, nl. naar de tijd van de Bataven. De naam is afgeleid van de oud-Nederlandse woorden wada (doorwaadbare plaats) en oye (weideland). De oudste vermelding van het dorp zou wel eens uit het jaar 107 kunnen stammen als het Bataafse Vadam. En het is verwant aan het Latijnse ‘vadum’, net trouwens als het woord wad.
Bij de voormalige tolbrug steek ik de Linge over. Het nabijgelegen café heet nog steeds De Tol. Ik ben inmiddels in Kapel-Avezaath en hier merk ik dat de uiterwaard van de Linge heel breed is. Pas bij de kerk kom ik weer op de zeer lage Lingedijk.
De kerk is de kleine Agathakapel, 14e en 15e eeuws. Het schip is witgepleisterd en glinstert in de zon. Ik loop op mijn gemak langs het gebouw en zie dat er in het gras grafstenen liggen, vlakbij de particuliere begraafplaats die hier achter de kerk ligt. In 1854 liet dijkgraaf Versteegh voor hem, zijn vrouw en kinderen een eigen begraafplaatsje aanleggen.
Het is nu een monument en wordt onderhouden door een stichting.
Over de Eng loop ik het dorp weer uit richting landgoed Thedingsweert. Dit voormalige riviereiland wordt al ruim 800 jaar ononderbroken bewoond. In 1795 werd het toenmalige huis door de Fransen in de brand gestoken.
In 1905 werd het huidige landhuis gebouwd met de omliggende fruitboomgaarden (die er nog steeds zijn), er is een biologisch-dynamische landbouwschool geweest, er is nu een woongroep, een zorgboerderij en een zorgstelling. Het geheel doet eigenlijk wat rommelig aan, maar het ligt prachtig aan de Linge met klinkerweggetje en knalgroen bruggetje.
Langs de Linge loop ik naar de brug over de sluis in het Inundatiekanaal. Net ervoor ligt een boomgaard wat hoog langs de weg. Op het hek staat ‘De Hucht’, net na de brug ligt een laag ondefinieerbaar stukje grond met veel bomen en coniferen en een bijna onzichtbare woning met wat schuurtjes. Het hek zegt: ‘De Lecht’.
Volgens mij betekent dat gewoon De Hoogte en de Laagte.
En dat gedicht over die nieuwe klei? Dat gaat over het paradijs. En dat is het vandaag wel een beetje.





