Achter me daalt de zon naar de horizon, de lucht kleurt een bijzondere tint blauw, alles komt in een oranje gloed te staan. In de verte komt van rechts een zeeschip door het kanaal. De immense brug steekt boven alles uit. Twee sleepboten helpen bij de doorvaart. Als ik bij de sluis aankom, ligt het schip in de sluiskom, de klap van de gigantische sluisbrug staat loodrecht omhoog. De beide slepers liggen aan de kant. Hun werk zit er op. Ik loop naar de bus. Ruim 27 km in de benen. Tijd om de lange reis huiswaarts aan te vangen.

Erg vroeg ging weer de wekker. Zes uur. Om iets voor zeven pakte ik de trein. Via Geldermalsen, Den Bosch en Roosendaal belandde ik in Goes. En dan de bus door de Westerscheldetunnel. Om iets over tienen zit ik in Terneuzen aan de koffie met een Neuzenaartje.

Waarom ik hier ga wandelen?

Vorig jaar was het 70 jaar geleden dat de Watersnoodramp plaatsvond, 31 januari 1953. De serie Het water komt heb ik toen bekeken en ik heb alle routes gewandeld en de Deltawerken bekeken.

Maar er was één afsluiting die wel in de serie maar niet in mijn vakantie aan bod kwam. Het is nl. geen Deltawerk, maar zonder deze afsluiting was de Watersnoodramp nog veel rampzaliger uitgevallen.

Als je op oude(re) kaarten kijkt, zie je dat Zeeuws-Vlaanderen vrijwel in tweeën wordt gesplitst door een enorm grote en brede zeearm, de Braakman.

Het was vanaf de Middeleeuwen de natuurlijke scheiding tussen Oost en West Zeeuws-Vlaanderen. De Braakman ontstond door diverse stormvloeden in de 14e en 15e eeuw. Dit landschap van slikken en schorren was kwetsbaar voor deze vloeden en zo vormde zich in 1375 een binnenwater bij Terneuzen. Dit woelige water kreeg de naam Dullaert of Dollaert. Tijdens de Sint-Elisabethsvloed van 1404 verdween het eiland Wulpen, dat in de huidige Westerschelde lag tussen Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen. Daardoor kon nog meer water worden opgestuwd. De Dollaert vergrootte naar het zuiden en werd de Braakman. Tegelijkertijd ontstond er een verbinding tussen de Dollaert en de Honte in het oosten, wat later de Westerschelde zou worden. Door het stijgende zeeniveau werd de invloed van de Braakman steeds groter en reikte de Braakman aan het einde van de achttiende eeuw tot aan Axel.

In de 19e eeuw verzandde de Braakman. Dat was vooral desastreus voor Philippine, een klein stadje aan de grens met België, dat bestond van de visserij en later mosselkwekerij.

In 1900 was de Braakman zo verzand dat de Mosselpolder en Kanaalpolder konden worden aangelegd. Tegelijk werd tussen deze beide polders een kanaal gegraven voor de vissers van Philippine, zodat zij toch naar open zee konden.

De Braakman bleef verzanden en diverse delen van het Axelse Gat en het Sassche Gat werden ingepolderd. De dijken rondom de Braakman hadden een lengte van 28 km. Toen door aanslibbing de afwatering van Belgisch Vlaanderen in het gedrang kwam werd onderzoek gedaan naar afsluiting. Proeven in het Waterloopbos volgden en op 30 juni 1952 was het zover: de Braakman werd afgesloten. De kustlijn was daardoor met ruim 25 km ingekort. En op 31 januari 1953 was de dijk de redder van dit gebied.

Ik wandel vanuit Terneuzen over het enorme zeesluizencomplex naar het terrein van Dow Chemicals. De skyline van dit gebied wordt bepaald door industrie. Terneuzen, Sas van Gent, Antwerpen en Borsele, overal pijpen en pluimen.

Ik geniet van een broodje op een bankje hoog op de dijk, met zicht op de Braakman, nu een rustig meer. Het heet hier Paradijs, naar het voormalige suikerbietenhaventje aan de Braakman.

Ik doorkruis het natuurgebied en steek dan de grote weg over om langs het Philippinekanaal naar Philippine te gaan. Het is prachtig weer vandaag. Vanmorgen was het koud met vorst aan de grond maar nu is het 8 graden. Nog steeds zonnig, al is er sluierbewolking.

Dit stadje met ruim 2000 inwoners heeft maar liefst zeven mosselrestaurants. Ik leg aan bij In den Vlaamschen Pot voor Vlaamse karbonades (stoofvlees) met friet. En een 0.0 biertje.

Philippine is in 1505 gesticht door Jeronimus Laureins. Hij was een investeerder in grond en had al diverse polders bedijkt. Dit was de laatste en hij noemde die naar zijn broodheer: Filips de Schone. Hij kreeg ook toestemming een stad te stichten, met dezelfde naam. Jeronimus had grootse plannen met dit stadje.

Het zou de grootste havenstad worden van het graafschap Vlaanderen en moeten concurreren met het Brabantse Antwerpen. Hij overleed in 1509, inmiddels was van vanwege de ontdekking van Amerika een grotere diepgang nodig en toen kwam de Tachtigjarige Oorlog ook nog roet in het eten gooien. Zo werd Philippine een klein vestingstadje en onderdeel van Staats-Spaanse Linies.

Vanaf Philippine loop ik door het rustige polderland terug. Ik wijk zo nu en dan af van de grote weg. In Mauritsfort, in Hoek, in De Knol en in Wulpenbek. En dan sta ik voor de enorme sluizen en ben ik op het busstation. Tijd om naar huis te gaan.

O ja, en Dullaert of Dollaert? Dat is inderdaad hetzelfde woord als de Dollard in Groningen. Oorspronkelijk betekende het zoiets als ‘groot gat in de grond, poel of kuil’. Later werd de ‘dolle aard’ van het woelige water een verklaring voor de naam.


Plaats een reactie