Op de terugweg naar het station zit ik aan de linkerkant van de bus en ja, hoor, daar zie ik sportpark De Toekomst, waar Jong Ajax, Ajax Vrouwen, Ajax Zaterdag en het jeugdelftal gehuisvest zijn. Ik zie een rode bus staan met de woorden: ‘To the future’, ‘Op naar de toekomst’. 
Maar als je nu denkt dat het daarom De Toekomst heet, kom je bedrogen uit.

Vanmorgen had ik dat niet gezien, maar dat is geen wonder. Om 5 uur gaat de wekker, en om iets voor zessen pak ik de trein. Om iets over zevenen pak ik de bus bij Amsterdam Bijlmer richting Haarlem. In deze tijd is het dan nog donker.

Was het gisteren en eergisteren betoverend mooi bij zonsopgang, vandaag is de wereld somber en grijs. En veel minder koud.
Ik stap uit bij Ouderkerk aan de Amstel en wandel het stille dorp in. Naar de Kerkbrug over de Bullewijk. Daar zit bakker Out en ik had bedacht om daar even te ontbijten. Ben iets te vroeg, maar om iets voor half 8 kan ik naar binnen en even later zit ik achter een heerlijk vers ontbijtje, Het is gezellig warm in de bakkerij en het personeel is druk bezig met het versgebakken brood klaar te maken voor aflevering en de prachtige antieke toonbanken zijn gevuld met allerlei lekkers. Ondertussen weten de eerste klanten de bakker ook al te vinden.

Een heel bijzonder plekje, hier zo aan het water.
Al in 1600 moet op deze plek een bakkerij zijn, nl. een brood-, koek- en beschuitbakkerij annex tapperij. De oudst bekende bakker is Bruijn Claesz, genoemd als buurman van Beth Haïm, de Joodse begraafplaats, nu aan de overkant van de straat.
Het pand is al die eeuwen in vele handen overgegaan en ook menigmaal verbouwd en herbouwd. Nu is het oudst zichtbare deel uit de 18e eeuw.
In 1897 nam het echtpaar Out de bakkerij over. Inmiddels ruim 125 jaar later staat de vijfde generatie aan het roer.
Ik reken af en neem voor onderweg een Ouderkerks Honingkorstje mee (een soort taaitaai maar dan iets anders en erg lekker).

Wat mijn plan is voor vandaag? Ik ga de Polder de Ronde Hoep omlopen. In Ouderkerk steek ik de Bullewijk over, sla rechtsaf en dan loop ik in het donker langs de Amstel.
Ik blijf deze dijk volgen, onder de A9 door. Het geraas van die snelweg zal me een deel van de route blijven vergezellen. In de verte zie ik elke keer een lichtje aankomen, het zakt en daalt dan neer. Geen vallende sterren, maar vliegtuigen die gaan landen op Schiphol.

Het is rustig weer, wel bewolkt, weinig wind, boven nul, en als ik de A9 gepasseerd ben wordt het rustig op de dijk. Aan de overkant rijden auto’s af en aan, maar links ontvouwt de Ronde Hoep.
Deze polder is een heel bijzonder voorbeeld van middeleeuwse veenontginning. Tussen 1100 en 1300 kwam onder leiding van de graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht de Grote Ontginning op gang. En hier in de Ronde Hoep zie je een vrijwel onaangetaste middeleeuwse polder. Het noordelijke stuk wordt doorsneden door de A9 en is vanaf daar volgebouwd voor de uitbreiding van het dorp Ouderkerk.

Zo’n ontginning startte vanaf een ontginningsas, in dit geval de lager gelegen veenriviertjes, de Amstel, de Oude Waver, de Waver en de Bullewijk. Vanaf deze ontginningsassen werden loodrecht sloten gegraven naar het midden van wat toen nog een dik pak laagveen was. Zo is een typisch, spinnenwebvormig slotenpatroon ontstaan met een gerende verkaveling, kavels die smal toelopen.
Er is hier in dit gebied geen turf gewonnen, omdat het veen te veel klei bevat, waardoor het slecht brandde..
Veen heeft de eigenschap water vast te houden. Een probleem als je er wilt wonen en vooral landbouw wilt bedrijven: dé reden dat sloten werden gegraven voor afwatering. Maar daarmee creëer je een nieuw probleem: inklinking. Veen zonder water zakt en zakt en zakt. Tot wel één centimeter per jaar.

In de eerste eeuwen werden er gewassen geteeld, maar vanaf de 17e eeuw werd overgeschakeld op veeteelt. De bodem was zodanig ingeklonken, dat het een veenweidepolder werd.
Er was ook al een ringdijk aangelegd, want de lager gelegen riviertjes van weleer waren een gevaar geworden, nu het land lager en lager kwam te liggen.

Aan de overkant van de Amstel doemt de grote stoere Urbanuskerk van Nes aan de Amstel op, geesteskind van Jos Cuypers, zoon van de befaamde Pierre.
En even later het sombere grijze silhouet van Fort Waver-Amstel. Want we zijn hier ook in het gebied van de Stelling van Amsterdam.
De Waterlinie die als redoute (laatste stelling bij oorlog) werd aangelegd eind 19e eeuw is 135 km lang en bevat ook landbouwgebieden voor de voedselvoorziening.

Ik loop nu langs de Oude Waver. Er is geen verkeer (opgebroken weg), geen bebouwing, alleen maar rust.
Bij het buurtschap Waver is meer bebouwing met enkele bijzondere gebouwen. Mooie oude boerderijen, zoals Groenendaal waarvan het voorhuis uit begin 17e eeuw stamt, maar ook een boerderij van 150 jaar oud die in de jaren ’70 ten prooi gevallen is aan de manie om alle kozijnen bruin te schilderen. Het is of die ziel uit het pand is.
Er staat ook een pand in aanbouw, dat mijns inziens valt in de categorie: Wel geld, geen smaak. De bonte baksteen en de grootte maken het overweldigend.

We zitten hier op de grens (nog steeds) van Utrecht en Noord-Holland en de Ronde Hoep heette ook wel Rijke Waver. Omdat hier geen grensbewaking was, werd er ontzettend veel gesmokkeld. Zodra de avond viel was het een komen en gaan over de Oude Waver van de Ronde Hoep naar Botshol.
Toen in november 1672 dronken Franse soldaten de ogenschijnlijk armoedige buurtschap overvielen en plunderden, puilden hun ogen uit bij het zien van hun buit. Inderdaad, Rijke Waver.

Van rechts komt het riviertje de Winkel om bij Stokkelaarsbrug in de Oude Waver uit te monden en vanaf dat punt loop ik langs de Waver.
Even verderop staat het oude dieselgemaal met het nieuwe electrische gemaal op de plek van poldermolen De Waver.
Om de polder droog te houden, voldeden alleen dijken niet. Er moest (en moet) ook water uit de polder gepompt kunnen worden. Op enig moment stonden er zeker 26 wipwatermolens, later vervangen door drie grote poldermolens.

Inmiddels is de volgende brug in zicht, de Voetangelbrug. Hier komt de Holendrecht van rechts om in de Waver uit te monden. Vanaf hier heet het water de Bullewijk.
De naam Voetangel komt van de herberg die hier stond op deze waterdriesprong (die de vorm heeft van een voetangel). In 1626 was deze herberg ook tolgaardershuis voor de trekschuit en paard en wagen naar Utrecht of Amsterdam.

Ik passeer weer de A9 en kom in Ouderkerk uit. Ik lunch even wat aan de Dorpsstraat en ga daarna naar Beth Haïm.
Beth Haïm, Huis van Leven, is sinds 1614 de begraafplaats van Sefardische Joden (Joden uit Portugal en Spanje).
Joden kwamen begin 17e eeuw naar de Nederlanden vanwege de relatieve tolerantie op godsdienstgebied. Ze wilden hun doden begraven op hun eigen wijze, maar daar kregen ze nog geen toestemming voor. Ze moesten helemaal naar Groet, boven Alkmaar, waar een dodenakker in gebruik genomen was.
Maar in 1614 werd Beth Haïm geopend, en de graven in Groet werden geruimd en de stoffelijke resten naar hier gebracht.

De begraafplaats is een oase van rust, met brede graspaden waarop je tussen de verschillende graven en over de verschillende afdelingen kunt lopen.
Aan de Bullewijk is de vroegere ingang waar de doden en hun gevolg met een bootje of trekschuit aankwamen.
Er staat een metaheerhuis (of metaarhuis) waar de laatste rituelen worden uitgevoerd en de begraafplaats is nog steeds in gebruik.

28.000 mensen liggen hier begraven en door de slappe veenbodem zijn duizenden graven weggezakt. Her en der is een grafdeksel op bakstenen gezet, waardoor deze zichtbaar is.
Er liggen bijzonder mooie marmeren grafplaten, maar ook eenvoudige stenen. Er zijn grootse monumenten, maar ook kleine stenen. Bomen hebben graven vernield en de stenen verbrokkeld met hun wortels.
De zon is gaan schijnen en als ik omkijk heb ik een prachtig zicht op het beheerdershuis, de Amstelkerk rechts en de Urbanuskerk links.

Ik loop naar de overkant, waar de voormalige diaconiehuisjes van de Amstelkerk in gebruik zijn als Museum Amstelland. Het is net open en ik raak aan de praat met de vrijwilliger die samen met zijn vrouw vanmiddag het museum beheert.

Ouderkerk is ouder dan Amsterdam én het was de zetel van de belangrijke heren van Aemstel. Inderdaad, die van Gijsbrecht en de moord op Floris V.
Wolfgerus van Aemstel was in de 12e eeuw dienstman van de bisschop van Utrecht en de eerste schout van Amestelle (Ame = water en stelle = plaats, hoger gelegen wellicht).
Het geslacht klimt op en heeft een mottekasteel in Ouderkerk, op de plek van Beth Haïm. Het wordt uitgebouwd tot een ‘domus Giselberti honorifice structure’, een deftig huis voor Gijsbrecht, maar in 1204 valt het ten prooi aan de Kennemers en wordt grondig verwoest.

In het kleine museum hangen een paar mooie schilderijen, waarvan één waarop de Amstelkerk voorzien is van een merkwaardig staketsel om de klokketoren: een Chappe-telegraaf of een semafoor. (sema = teken en foor = dragen; tele = ver en graaf = schrijven)
Het idee is al heel oud (uit ca 225 nC) maar of het toen al is uitgevoerd, is onzeker. De Fransman Chappe demonstreerde in 1791 het eerste type van deze optische telefgraaf.
Het is een op een hoge toren of bergtop geplaatst houten bouwsel: een verticale balk waaraan bovenaan een H-vormige constructie wordt bevestigd. De dwarsbalk van de H (régulateur) kon in vier verschillende standen worden geplaatst en de twee armen (indicateurs) van de H konden elk in acht verschillende posities worden gezet.
Op deze manier werd het mogelijk om in zeer korte tijd berichten over een langere afstand te versturen en in 1793 was de eerste lijn klaar: Parijs-Lille.
Onder Napoleon werd dit netwerk uigebreid tot in Italë en Spanje en na inlijving van Nederland werd de lijn van Antwerpen doorgetrokken naar Amsterdam.

Het wordt tijd om naar huis te gaan, maar mijn gastheer wijst me nog op een aardigheidje. In de bus terug moet ik naar links kijken. Ik kan daar de toegang zien tot een veenderij uit de jaren 1950. Het gebied is omringd met een dijkje en ligt duidelijk lager.
De naam van die veenderij was de Toekomst en daarom heet het sportpark van Ajax ook zo.


Plaats een reactie