Ik loop de Sint Walburga uit en het regent! We hebben even de tijd om Brugge te verkennen, maar mijn plan voor een korte stadswandeling valt letterlijk in het water.

Ik ben vandaag weer op orgelexcursie bij onze zuiderburen. In de bus worden al snel snoepjes uitgedeeld waarmee het schoolreisjesgevoel komt bovendrijven.

We starten in Eeklo. Het enigszins oncharmante centrum verbergt dat het een zeer oud stadje is. In 1240 ontving het stadsrechten en het behoorde toe aan de graaf van Vlaanderen die hier zijn jachtgebied had. Logisch, als je naar de naam kijkt. Eek = eik, lo = bosje op zandgrond. Hier was dus een eik of eikenbosje op hogere grond. Ekelo werd het toen genoemd, nu verbasterd tot Eeklo.

In Eeklo worden we hartelijk ontvangen in het parochiehuis van de Sint Vincentiuskerk. Na koffie met cake steken we over naar de kerk voor een concert door Peter van der Velde, organist van de Onze Lieve Vrouwe van Antwerpen.

De kerk is neogotisch en staat grotendeels in de steigers voor een restauratie. Het gebouw verraadt niets van de oude voorgangers. In de 9e eeuw is er al een bedehuis in ‘Eeclo’ en in de 14e eeuw schrijft Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen, over de zeer schone kerk van Eeklo.

De 16e eeuw pakt rampzalig uit voor de kerk. Restauraties, uitbouw, bliksem in de toren, brand in de torennaald, klokken die in de kerk vallen, de uit Antwerpen overgewaaide beeldenstorm, en de genadeklap was dat de calvinisten gelijkberechtiging opeisten en de kerk in puin achterlieten.

In de 17e eeuw werd de pas opgebouwde kerk door de troepen van Frederik Hendrik overlopen en nog weer later diende de kerk als paardenstal. Het tij keerde eindelijk en de kerk werd opnieuw ingericht. Helaas, na plaatsing van een orgel in 1859 bleek de kerk bouwvalliger te zijn dan verwacht.

En zo komt het dat we in een neogotische kerk zitten, relatief nieuw dus, voor zo’n oud stadje. Maar de kerk doet zijn naam eer aan. Vincentius is afgeleid van het Latijnse ‘vincere’ en betekent ‘de overwinnende’.

Het orgel is 19e eeuws met een onduidelijke geschiedenis. Schijven heeft het in 1905 omgebouwd en het is uitermate geschikt voor het romantische programma dat Peter van der Velde uitvoert, met muziek van Jongen, Franck en Lemmens. De feestelijke uitsmijter is ‘Ite missa est‘ ofwel ‘de mis is ten einde’. Duidelijk! Even snel een broodje kopen en dan naar de bus.

Op naar Brugge. En inderdaad, dat komt van brug. Al door de Romeinen werd een brug gelegd over de Reie, de getijdenbeek die door Brugge liep. Brug betekende ooit elke constructie aan het water, dus ook een houten aanlegsteiger kon zo heten. Vergelijk Bergen in Noorwegen, waarvan de historische haven Bryggen heet. De naam Reie betekent stromend water, vergelijk ook Rijn en Rhône.

De Walburga is onze eerste stop in Brugge. De eerste aanblik doet me denken aan de Carolus Borromeus in Antwerpen en dat blijkt even later te kloppen. Zelfde architect. De 17e eeuwse kerk is gebouwd voor de Jezuïeten en werd toegewijd aan Franciscus Xaverius.

De eerste Walburgakerk was de grafelijke kapel, die volgens de legende door de heilige Walburga werd gesticht in 745, terwijl ze op weg was, samen met Bonifacius (ja, die van Dokkum), van Wessex naar Thüringen. In 1239 werd de Sint-Walburgaparochie opgericht en de kapel tot parochiekerk verheven. Er kwam een toren en een aanzienlijke uitbreiding tot driebeukige kerk. In 1781 werd de inmiddels bouwvallige kerk afgebroken, maar deze was al sinds 1778 vervangen als parochiekerk door deze voormalige jezuïetenkerk. Terzijde: Walburga betekent sterke verdediger.

De kerk is licht en ruim en ingericht met een barokke preekstoel, veel marmer en veel schilderijen. En een verrassend klein orgel.

In de orgelwereld wordt veel gerecycled, maar dit is wel heel bijzonder. Het rugpositief komt uit Luik van een nog bestaand orgel. Het orgel zelf is 18e eeuws en heeft diverse verbouwingen en een reconstructie naar de originele staat doorstaan.

Koen Dieltiens brengt een bijzonder fraai programma dat werkelijk alle registers van het orgel laat horen. En dan blijkt dat dit kleine orgel veel zeggingskracht heeft. Hoogtepunt voor mij: Abdijvrede van Flor Peeters waarbij het register Rossignol oftewel Nachtegaal werd gebruikt. Prachtig, dat vogelgefluit door de kerk.

Tijd voor mezelf, die door de regen anders uitvalt. Brugge is ook in de regen mooi, maar op een gegeven moment vlucht ik toch even ergens naar binnen voor een kopje koffie. Op weg naar het restaurant ga ik nog even naar de Basiliek van het Heilig Bloed. Deze dubbelkapel ligt aan de Burg, plein en vroegere vesting. De Romaanse onderkapel (1139-1149), gewijd aan Basilius, was de huiskapel van de graven van Vlaanderen. Een graaf zou een reliek van het Heilig bloed hebben meegenomen van een kruistocht. Daarom werd er in de 15e eeuw een kapel bovenop de oude kapel gebouwd waar dit reliek wordt bewaard. Na vernietiging tijdens de Franse Revolutie werd de kapel in neogotische stijl herbouwd. De dubbelkapel werd tot basiliek verheven en het klopt dat basiliek en Basilius teruggaan op hetzelfde Griekse woord voor soeverein of koning.

Ik zoek gauw het restaurant op aan de Markt. Na de gezellige maaltijd met o.a. Vlaamse karbonade (heerlijk stoofvlees) met friet gaan we naar de Sint Salvatorskathedraal. (Salvator is Latijn voor Verlosser.)

En ja, daar was ik drie weken geleden ook al! Maar organist Ignace Michiels bespeelt naast de twee kerkorgels ook het tijdelijke Engelse orgel én brengt een volledig ander programma. Een bergamasce, een Keltische toccata, Bach en Rheinberger, een Song of Sunshine: het is genieten in de verder stille en donkere kerk.

Een wandeling door avondlijk Brugge, brengt ons terug naar de bus. En aan de bruggen merken we dat Brugge zijn naam eer aandoet.


Plaats een reactie