‘Zie ginds komt de stoomboot ‘, echt waar, die melodie klinkt vanaf het orgel van de Sint-Niklaas. Heel passend, en hieruit blijkt dat de dichters van de Sinterklaasliedjes gebruik maakten van de melodieën van bestaande Sint-Nicolaasliederen.
Vandaag ben ik in België, bij onze zuiderburen, voor een reisje langs drie kerken. Drie organisten zullen ons vier orgels laten horen. Eerste stop: Sint-Niklaas.
Tegenover het 19e eeuwse neogotische stadhuis aan de immens grote markt staat de 17e eeuwse Cipierage, de voormalige gevangenis. Ernaast, iets naar achter, staat de Sint-Niklaas. In de 13e eeuw werd in het Koningsforeest, het oerbos dat hier lag, een parochiekerk gesticht, Sint Nicolaas in Bosco, later verbasterd tot Sint-Niklaas. De naam van de kerk ging over op de omringende bebouwing.
Het eerste kerkje was van hout, maar al in 1262 verrees er een stenen gebouwtje. In de eeuwen die volgden werd de kerk flink verbouwd en uitgebouwd. In 1336 een toren met spits, 10 jaar later het koor, in 1446 een nieuw koor, in 1462 een 70 meter hoge toren en in 1508, 1538 en 1552 werden de noordelijke zijbeuk en de transeptarmen gebouwd. Klap op de vuurpijl: in de 19e eeuw werd de hele voorgevel afgebroken en vervangen door een neogotisch exemplaar. Het valt dus niet mee om de oude kerk terug te vinden.
Binnen oogt de kerk barok en neogotisch. Een gigantische barokke preekstoel steunt op een levensgroot beeld van Sint Nicolaas. Mozes en Johannes de Doper flankeren de trap.
We komen natuurlijk voor het orgel. Relatief nieuw, gebouwd door Draps, een Belgische orgelbouwer, afgebouwd door Flentrop. Gerben Buddingh laat horen wat dit orgel allemaal kan. Van barok tot een première, alles komt voorbij en dus ook het Sinterklaasliedje.
Gent is onze volgende stop. Net als bij het Nederlandse Gendt komt de naam van het Keltische Ganda, monding. Hier gaan we naar de Sint Baafskathedraal, de kerk waar het uiterst belangwekkende altaarstuk van de gebroeders Van Eyck staat: de Aanbidding van het Lam Gods, voltooid in 1432. Er staat een rij voor de ruimte waar het tegenwoordig staat.
Wij worden door de organist meegenomen naar het koor, waar het rustiger is. Deze kerk beschikt over een complex orgel. Boven onze hoofden staan aan weerszijden delen van het orgel dat Klais voor de wereldtentoonstelling van 1935 bouwde. Het werd gekoppeld aan het orgel dat in 1913 in de kas uit 1653 was gebouwd. We mogen in het koor blijven zitten tijdens het concert met o.a. de altijd feestelijk klinkende muziek van Handel.
Tijd voor een pauze! We vinden een plekje in een biercafé, waar we een bierproeverij bestellen. We zijn tenslotte in België! Vier kleine biertjes later, zitten we in de bus naar Brugge, onze laatste stop.
De Sint-Salvatorskathedraal heeft momenteel drie orgels, een tijdelijke dat ook weer zal worden verwijderd, een vroeg 18e eeuws orgel dat hoog bij het zuidelijke transept hangt en een ogenschijnlijk nieuw orgel, dat echter de onderdelen bevat die in 1935 gebruikt zijn om het oude orgel uit te breiden.
De organist laat eerst het oude orgel horen, dat een verfijnde klank heeft maar wel krachtig kan zijn, wat blijkt in het stuk van Couperin. Dan het nieuwe orgel. Het hangt perfect geproportioneerd in de kerk, het is hoog, de kas is van blank hout en de blinkende pijpen eindigen in een soort vlammen.
De klank is helder en fris en bijna sprankelend. Bach klinkt fenomenaal en Widor zingt er over. En de uitsmijter is een Toccata van Weaver, onbekende muziek die wel imponeert.
Tijd om alles even te laten bezinken en dat lukt goed bij een goede maaltijd. We zijn tenslotte in België.











