Altijd weer bijzonder, de burcht van Leiden. Achter de mooi versierde toegangspoort en het met wapenschilden getooide toegangshek gaat een trap steil omhoog naar de 13e eeuwse burcht. Een stukje vroege middeleeuwen in de oude stad Leiden. Tussen 900 en 1000 werd hier een al een palissadeheuvel opgeworpen als omheinde vluchtplek voor mensen en hun vee tegen mogelijke belagers.  Het was tevens de aanzet van de latere Leitheriburch.

Ik ben vandaag in Leiden en maak een stadswandeling langs veel hoogtepunten van de oude sleutelstad. Het is rustig op maandagochtend en dat is mooi als je een stadswandeling maakt. Ik heb alle tijd en kans om alles goed in me op te nemen.

De burcht is het oudste stukje van Leiden en een mooi bruggetje naar de tentoonstelling die ik vandaag wil bezoeken in het RMO, het Rijksmuseum van Oudheden. Leiden is een universiteitsstad en dat is het museumaanbod aan te zien. Het Boerhaavemuseum (over de wetenschap), het Wereldmuseum (over landen en volken), de Hortus Botanicus (over planten en kruiden) en het RMO (archeologie).

In het RMO is sinds zaterdag een tentoonstelling over het jaar 1000. Dat is natuurlijk een mooi rond getal in ónze jaartelling.
We zitten met het jaar 1000 midden in wat wij de Middeleeuwen noemen, maar voor de mensen die toen leefden was dat gewoon hun tijd, meer niet.
Wat deze tentoonstelling echt mooi doet, is je meenemen. Meenemen van klein en lokaal naar groot en wereldwijd.

We beginnen in de dorpen en gehuchten, met de ‘gewone’ dingen. Een spa van hout, een houten ladder, hout van schepen, bewaard omdat het werd hergebruikt, als putwand of grafdeksel, een paar schoenzolen, eentje met een gat bij de grote teen, een restant van een houten bed. Maar het wordt groter, onbekende werelden komen binnen, Utrecht en Maastricht (de bisschopssteden), Rome, zelfs Byzantium. Prachtige goudschatten, muntschatten, sieraden met mooi gegraveerde stenen. De invallen van de Vikingen en Noormannen waren rond het jaar 1000 voorbij en een teken daarvan is de tot reliekhouder omgebouwde Vikingdrinkhoorn.

Er liggen bijzondere boeken met soms prachtig versierde banden vol edelstenen, en reliekschrijnen, gemaakt van de mooiste materialen of gewoon van hout.

Het jaar 1000 ligt midden in een periode waarin wat nu Nederland heet, ingrijpende veranderingen onderging, in landschap en bevolking, maar ook bebouwing, taal en cultuur. Onder leiding van de bisschoppen van Utrecht en later ook de graven van Holland vangt de tijd aan van de grote ontginningen. Het landschap veranderde: het ontgonnen land werd met dijken omringd, bij rivierbochten werden burchten gebouwd, en aan de horizon verschenen kerktorens.

De wereld was minder klein dan wij wel eens denken. Er bestond uitwisseling van kennis, o.a. muziekschrift, het cijfer 0 en het schaakspel komen hier aan land. Onze omgeving maakte destijds deel uit van wat later het Heilige Roomse Rijk werd genoemd. (Rooms is hier bedoeld als voortzetting van het Romeinse keizerrijk van meer dan 500 jaar eerder.) Dit rijk omvatte in wisselende samenstelling grote delen van centraal Europa (van Noord-Italie tot de Baltische Staten en van Nederland en oostelijk Frankrijk tot en met Tsjechië en westelijk Polen). De keizer werd gekozen door de leiders van de stammen in deze gebieden en in later tijd ook gezalfd door de Paus (en dus gelegitimeerd door de Roomse kerk).

Otto II (die leefde van 955 tot 983) was hertog van de Saksen, koning van Duitsland en Italië en keizer van wat later het Heilige Roomse Rijk zou worden. Hij trouwde met de Byzantijnse prinses Theophanuou waarmee de beide keizerrijken die ontstonden na de val van het Romeinse rijk, weer met elkaar verbonden waren. Hiermee kwam in dit deel van West-Europa ook een uitwisseling op gang met Oost-Europa en het Midden-Oosten. Theophanuou werd na de dood van haar man keizerin-regentes voor hun zoontje dat op 3 jarige leeftijd verkozen werd als keizer Otto III.

En nog even om te laten zien hoe groot de Middeleeuwse wereld was het verhaal van Gudrid Thorbjarnardottir. Deze IJslandse vrouw trouwde in Groenland met Thorstein Eriksson, een zoon van Erik de Rode. Na zijn dood trouwde ze in 1002 met Thorfinn Karlsefni. Hij leidde rond 1009 een expeditie met drie schepen en zo’n 160 kolonisten naar het huidige Amerika, naar het gebied dat de Vikingen Vinland of Wijnland noemden (hoogstwaarschijnlijk het huidige Newfoundland). Ze kreed daar een zoon, Snorri. Na een barre winter trok men zuidelijker en een periode van handel met de inheemse bevolking volgde. Na aanvallen door inheemse stammen achtte men de tijd rijp om terug te keren. Gudrid keerde mee terug naar IJsland en maakte later nog een bedevaart naar Rome, alvorens ze als non intrad in een door haar zoon Snorri gesticht klooster.

Ik vervolg mijn wandeling door Leiden en maak nog even een stop bij het Wereldmuseum, zoals het Museum voor Volkenkunde voortaan heet. Hier is een tentoonstelling over kaarten met de intrigerende titel Kaarten, nagiveren en manipuleren. Het is klein, maar stemt tot nadenken, met heel bijzondere kaarten, zoals een droomkaart van de Aboriginals uit Australië.

Later denk ik aan die Vikingen die zonder kaart op weg gingen over de oceanen. En wij? Wij maken nog niet eens een stadswandeling zonder kaart.


Plaats een reactie