In Oss staat op de rotonde bij het museum een groot beeld. Het lijkt wel een zwaard, maar het is opgerold, niet recht. Waarom dat zo is? Dat leer ik in het museum Jan Cunen.
Het prachtige gebouw is in 1888 gebouwd als woonhuis en is later pensionaat en stadhuis geweest. Van binnen zijn er boven de deuren mooie gebeeldhouwde tafereeltjes, er is een ingelegde parketvloer en een imponerend trappenhuis.
In Oss werd in 1933 een woonwagenkamp aangelegd op de Osse heide, in de buurt van de buurtschap De Zevenbergen.
Er werden oude potten gevonden, maar de ingelichte archeoloog vond het niet de moeite waard om te komen. Er werden wel opgravingen gedaan en het bleek dat er een grote grafheuvel schuilging onder de heide. Er werden urnen aangetroffen, en in een grote wijnemmer zat een opgerold zwaard. Een andere archeoloog zette de opgraving voort, maar hoewel de emmer met zwaard belangwekkend waren, werd de vindplaats door de jaren heen een autokerkhof. Pas in 1997 kwam het terug in de belangstelling, en na grondsanering is er een soort reconstructie gemaakt.
Bij De Zevenbergen werd ook van alles gevonden, o.a. in totaal zeven grafheuvels, met ook een graf van een belangrijke persoon. Die naam Zevenbergen kwam dus niet uit het niets.
Ook in Rhenen, Wijchen, Hegelsom, De Hamert en Uden zijn dergelijke rijke graven gevonden. Net als in Ede, Baarlo en Venlo.
Het belang van het vorstengraf van Oss is het gevonden zwaard, dat één van de oudste ijzeren voorwerpen van Nederland is. Hiermee krijgt de IJzertijd (ca 700 vC) als het ware een gezicht.
In het museum worden uit al deze vorstengraven voorwerpen getoond. Paardenbitten, sieraden, zelfs stukjes wollen weefsel, een dolk, en natuurlijk die gebogen zwaarden.
Het buigen van de zwaarden, tja, waarom werd dat gedaan? Het is natuurlijk gissen en invullen, want het is prehistorisch, dus er zijn geen schriftelijke bronnen. Vermoed wordt dat een zwaard ritueel onbruikbaar werd gemaakt. Het zwaard van de vorst van Oss was sowieso niet bruikbaar in de strijd, want te groot. Wellicht was het een staatsiezwaard. Het bijzondere is dat het heft met goud is ingelegd.
De crematieresten van al deze personen werden in urnen bijgezet in grafheuvels. De urn kon een aardewerken pot met deksel zijn, maar ook een bronzen wijnemmer. Deze emmers komt uit het oostelijk Alpengebied, waar ze bij feesten werden gebruikt maar ook als grafgift.
Deze rijke graven werden vorstengraven of ook wel koningsgraven genoemd. En zo komt de vorst van Oss kreeg zijn naam. Zijn graf is ook de grootste grafheuvel in Nederland.
Aangenomen wordt dat deze persoon iemand van groot belang moet zijn geweest binnen de gemeenschap, een vooraanstaand man, en hij werd met alle egards begraven.
Bij vorst denken wij aan een koning, maar zo iemand is het niet geweest, want koningschap zoals wij het kennen bestond nog niet.
Vorst betekent de voorste en is de vertaling van het Latijnse ‘princeps‘. En dat leverde ook het woord prins op.



