Ik zit op een bankje aan de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam. Het begint te onweren en ik pak mijn paraplu om naar de Oude Kerk te lopen. Daar is zometeen een orgelconcert. Ik dacht dat ik dit mooi kon combineren met een bezoek aan wat het achtste wereldwonder werd genoemd en wat wij nu kennen als het Paleis op de Dam.
Het werd gebouwd als stadhuis van Amsterdam, ter vervanging het oude krakkemikkige middeleeuwse gebouw dat er eerst stond en het was destijds het grootste gebouw van Nederland.
Het is opgetrokken in de stijl die Hollands classicisme wordt genoemd, vanwege de inspiratie uit de Griekse en Romeinse oudheid. Streng ziet het eruit, helemaal nu de Bentheimer zandsteen door oxidatie zwart is uitgeslagen.
Ik ben er al een paar keer eerder geweest, maar elke keer blijft het een verbluffend gebouw.
Ruim 13.000 heipalen zitten er in de grond, het beslaat zeven verdiepingen, is 58 meter hoog bij de koepel en 79 meter breed, de oppervlakte bedraagt iets van 25.000 m². Op de grond van de Burgerzaal liggen de grootste kaarten ter wereld, uitgevoerd in marmer, ivoor, messing en ebbenhout. Een kaart van het westelijk halfrond, eentje van het oostelijk, en een hemelkaart met sterrenbeelden.
Amsterdam nam binnen de Republiek der Verenigde Nederlanden een aparte status in. Het was op zichzelf eigenlijk een staat, alleen was de stad wel afhankelijk van de Republiek als het ging om leger en buitenlandpolitiek. Maar hun status lieten ze zien in dit stadhuis waarin alle destijds belangrijke stadsdiensten een plek kregen.
Iedere ruimte is voorzien van bijpassend beeldhouwwerk en schilderijen. Voor ons in de 21e eeuw niet allemaal makkelijk leesbaar, maar voor de enigszins onderlegde 17e-eeuwer wel degelijk.
Met de audiotour ga ik op pad en krijg ik uitleg bij de beelden en schilderijen, en het gebouw.
De stedemaagd presideert boven de enorme Burgerzaal (34 lang, 25 meter hoog) om aan te geven dat Amsterdam de wereld als het ware aan de voeten heeft liggen. Aan de overkant torst Atlas een enorme wereldbol.
Personificaties van de planeten sieren de galerijen en overal geven beelden aan wat de bestemming van de ruimte was. Tortelduifjes en kinderkopjes waar de huwelijken werden voltrokken, schilderijen over Mozes en zijn adviseurs in de vroedschapskamer. Het is een mix van Bijbelse, Griekse en Romeinse verhalen.
Het was ca. 150 jaar stadhuis, tot 1808, toen het aan koning Lodewijk Napoleon werd aangeboden als paleis. Houten schotten deelden de gigantische galerijen op in kleinere ruimtes en in de voormalige dienstruimtes werden privévertrekken voor koning en koningin ingericht. Hun relatie was dusdanig dat ze diametraal ten opzichte van elkaar in het paleis woonden. Maar een maand, trouwens. Hortènse was Amsterdam (en Nederland) toen goed zat.
Uit die tijd stammen het balkon, dat verrassend laag bij het plein is, als je er vanuit het Paleis naar kijkt, de grote kroonluchters en het Empire meubilair. Dat past wonderwel in het classicistische gebouw, omdat dit teruggrijpt op dezelfde periode, de klassieke oudheid.
Sluitstuk is de vierschaar, waar de doodvonnissen werden uitgesproken. Dit werd zo genoemd omdat voorheen de rechters en jury op vier banken zaten. Hier is alles van werkelijk schitterend gebeeldhouwd marmer.
Meer weten? Lees het boek van Geert Mak, Het Stadspaleis.
Ik loop nog een rondje om aan de achterzijde het andere grote beeld van Atlas te bewonderen, ditmaal in brons gegoten door Frans Hemony, de beroemde klokkengieter.
Ik ga even ergens eten en vertrek dan naar de Oude Kerk. Dit is het oudste gebouw van Amsterdam, waarschijnlijk in 1306 gewijd aan Sint Nicolaas. Hier vindt vanavond er een eerbetoon plaats voor Herman van Vliet, in de vorm van een concert door twee van zijn leerlingen. Ik denk maar zo dat er slechtere manieren zijn om een vakantie te beëindigen.






