De Plompetoren staat plompverloren aan de dijk, restant van een verdwenen kerk, die hoorde bij een verdwenen dorp. Koudekerke zegt het plaatsnaambord. Een grimmig teken van wat het water kan aanrichten.
De zeearmen zijn diep, heel diep. De Oosterschelde is op een plek zelfs 42 meter. Ook bij het aanleggen van de Brouwersdam moest een diepte van 30 meter worden gedicht.
Het water kon en kan hier ongelooflijk tekeer gaan, en op 31 januari 1953 kwam alles bij elkaar.
Dijkonderhoud was door geldgebrek vanwege de net voorbije oorlog geen prioriteit. Nederland telde zo’n 5600 waterschappen en waterschapjes, soms verantwoordelijk voor maar één polder. Het was springtij, er was een gigantisch stormveld van wel 1000 kilometer lengte op de Noordzee ontstaan, met ook orkaankracht. De Noordzee liep vol als een trechter, het water stuwde alle zeegaten van Zeeland en Zuid-Holland in, het rivierwater kon niet weg. Een enkel waterschap was geabonneerd op de telegramdienst van het KNMI. Radio-uitzendingen stopten stipt om 12 uur middernacht. Telefoon had lang nog niet iedereen.
Het verraderlijke was dat de dijken aan de zuidkant braken. Deze waren lager en zwakker dan die aan de noordkant waarvandaan het gevaar werd verwacht.
Het duurde tot maandag 2 februari voordat de ernst van de situatie echt duidelijk werd.
Ik heb in 2003 het boek van Kees Slager over de ramp gelezen en dat leest als een spannend boek, maar het is echt gebeurd.
In het Watersnoodmuseum was ik al twee keer eerder geweest en vandaag dus de derde keer. Het is en blijft een bijzonder museum, met feitelijke informatie, maar ook met oog voor de emotionele impact. Zoals persoonlijke voorwerpen: een horloge, een schooltas, een bijbeltje.
En de toekomst, wat te doen met de klimaatverandering en opwarming van de aarde.
De vier enorme Phoenix caissons, ooit gebouwd om bij de landing in Normandië te worden ingezet als havenhoofd, werden naar Zeeland gesleept en op 6 november 1953, vlak voor het nieuwe stormseizoen, werd het laatste dijkgat van de ramp gesloten.
Deze vier caissons vormen samen het museumgebouw. Her is erg druk vandaag. De dreigende regen zorgt voor ideaal museumweer. Ik was gelukkig net op tijd en kon na mijn bezoek droog verder.
Ik fiets door Ouwerkerk met in de Noorsestraat de geschenkwoningen van Noorwegen.
Dan Capelle, een gehuchtje met nog het oude kerkhof. Hier vielen 42 slachtoffers, van de 100 inwoners. Hieronder een baby die geboren was op 31 januari, naamloos verdronken met zijn moeder en zusje en broertjes.
Ik eet in Bruinisse heerlijke kibbeling aan de haven en ga dan naar de Grevelingendam.
De ramp zorgde ervoor dat kustverkorting hoog op de politieke agenda kwam. Al in 1958 kwam er een Deltawet, maar de eerste werkzaamheden waren toen al begonnen.
De Deltawet bepaalde dat de zeegaten aan de zeezijde moesten worden afgesloten, dus de aanleg van de Grevelingendam was geen eis. Maar technische redenen maakten het noodzakelijk om eerst hier een compartimenteringsdam aan te leggen. Zonder deze dam zou de aanleg van de Brouwersdam heel moeilijk worden. De Grevelingendam is aangelegd op een plek waar de stroomsnelheden niet al te groot waren. Tevens deed men hierdoor ervaring op voor de meer gecompliceerde sluitingen, zoals die van het Haringvliet, het Brouwershavense Gat en de Oosterschelde.
Ik fiets verder naar de Krammersluizen in de Philipsdam. Bij deze sluizen is een uitkijktoren en ik heb prachtig zicht op alle water.
Ook deze dam is een compartimenteringsdam, die loopt vanaf de Grevelingendam naar Sint-Philipsland. De dam sluit de Volkerak en de Krammer af. De dam moest worden gebouwd omdat de Oosterschelde niet zou worden afgesloten maar van een kering zou worden voorzien.
In de dam zitten de Krammersluizen, destijds het grootste betonnen bouwwerk van Nederland, met een ingewikkeld systeem om zoet en zout water gescheiden te houden. Zoet water is lichter dan zout en dat is de basis voor het systeem, maar het zal worden vervangen door een luchtbellenschem. Echt, wat is dit interessant allemaal.
Ik fiets naar Oude-Tonge en wil daar de laatste wandeling doen. Helaas gooit de regen roet in het eten. Morgen de rest.
Luctor et emergo: ik worstel en kom boven. Wapenspreuk van Zeeland, en dat is het landschap aan te zien.
60 km gefietst maakt 1260 totaal.
5,7 km gewandeld maakt 71,2 totaal.








