Ik moet nog net geen 17 geweest zijn, toen ik in 1983 met school op een culturele reis ging. Antwerpen, Gent en Brugge werden bezocht en op de terugweg gingen we langs Werkeiland Neeltje Jans, in de Oosterschelde. Helaas herinner ik me er niets meer van.
In 2019 fietste ik er langs, maar toen had ik geen tijd. Vandaag neem ik die tijd wel. Ik ga naar het Waterpark Neeltje Jans.
Ik heb er dan al bijna 70 km op zitten, helemaal vanuit Krabbendijke.
De ochtend begon koud en zonnig, maar in het Westen zat een mistbank. En ja, hoor, bij de sluis van Hansweert was het vreselijk mistig. Mijn bril besloeg ook, zodat ik in een kleine wereld zat. Helaas was het even een gehannes bij Hansweert, omdat daar aan de zeedijk gewerkt wordt. Gelukkig vond ik de omleiding en dus fietste ik door het prachtige Zuid-Beveland. Overal dijken en dijkjes, met bomen omzoomd. De zon komt steeds meer door en in Heinkenszand kan ik na een korte stop onder een stralende hemel verder.
In Veere stop ik kort voor koffie en lekkers. Dat is zo’n mooi stadje en het heeft behalve een bijzonder mooi stadhuis en een immens grote kerk, ongelooflijk veel mooie oude gevels en huizen. Staat op mijn lijstje voor een bezoek.
Ik rij even later op de Veerse Gatdam, het derde Deltawerk, uit 1961. De dam is 2,8 km lang en is deels een met asfalt beklede dam op een zandplaat, terwijl de resterende opening met caissons gesloten is. Het Veerse Meer is hierdoor ontstaan, en Veere werd van zeevishaven een watersportmekka.
Iets verderop doemt het karakteristieke silhouet van de Oosterscheldekering op. Nog even doortrappen en dan ben ik bij het Waterpark. Ik kan nog mee met de laatste rondvaart om 15 uur. Tot die tijd kijk ik twee filmpjes en maak ik de Watersnood-experience mee.
OK, dan. Getracht wordt je mee te nemen naar de avond en nacht van 31 januari 1953. Met geluidsfragmenten en heel veel special effects (regen, hagel, storm, onweer, kletterende dakpannen) krijg je iets mee van die avond. In één keer waait de koude wind door de wapperende gordijnen en moeten we naar de volgende ruimte.
Hier ben je toeschouwer. Je kijkt naar een klein dorpje. De wind buldert, onweer kraakt, bliksems en vuurtorenlicht wisselen elkaar af. Achter een vrachtwagen schuilen mensen, een man gooit zandzakken neer, maar niets helpt. In één keer golft het water overal, de voorgevel van het huis klapt in, de elektriciteitspalen vallen om, alles wordt nog donkerder. En dan wordt het stil…
Beelden van de reddingsoperaties en de verwoestingen, flarden van nieuwsuitzendingen, waarin de omvang van de ramp duidelijker en duidelijker wordt…
En dan ben je weer in het heden, bij maquettes van Deltawerken en o.a. van de vaartuigen die speciaal gebouwd werden voor de Oosterscheldekering.
Dat deze kering er is, is niet vanzelfsprekend. Eind 1973 was al 5 km afgedamd. De resterende 4 waren nog een kwestie van tijd…
Maar de inzichten veranderden, protesten van zeevissers, zeezeilers en schelpdierkwekers, later ook aangevuld met milieuorganisaties, leidden tot stopzetting.
Uiteindelijk werd gekozen voor schuiven voor de resterende stukken Oosterschelde.
In het Werkeiland Neeltje Jans, een 15 meter diepe polder, werden de pijlers stuk voor stuk gestort, samen met de drempels. Er werden vaartuigen gebouwd voor het leggen van de speciale funderingsmatten, voor het invaren van de zware pijlers, voor het inhangen van de metalen schuiven. En dan een rijdende kraan om de wegdelen op de pijlers te monteren.
Vanaf de rondvaartboot kunnen we heel dicht bij de reservepijler komen en ineens doemt uit mijn geheugen toch nog een flard op uit 1983. Ik herinner me de grootte en de massaliteit van het vele beton.
We varen ca 3 kwartier en kunnen zeehonden spotten op de zandplaat Neeltje Jans.
Ik fiets door naar Burgh-Haamstede, voor mijn overnachting. Dat is een oeroud gebied. In Burgh staat een gereconstrueerde walburcht uit de Vikingtijd en in Haamstede staat het gelijknamige kasteel, ooit bewoond door Witte van Haamstede, bastaardzoon van Floris V.
En Nehalennia? Zij is een inheemse beschermgodin die in het 2e- en 3e-eeuwse Gallia Belgica door reizigers, vooral zeelui en handelaars, werd vereerd bij de monding van de Schelde. Haar volkse naam werd Neeltje Jans, zoals de zandplaat vlakbij de kering. En de naam Neeltje Jans wordt nog steeds aan schepen gegeven.
78 km gefietst maakt 1200 totaal









